#ikvindjougewoonlief

Intense gebeurtenissen in de uiterlijke wereld zorgen bij mij altijd voor een innerlijke kentering. De plotselinge dood van mijn moeder heeft een diepe indruk op mij gemaakt en voor de nodige emoties en gedachten gezorgd. Omdat niemand ermee gebaat is als ik drie maanden huilend in bed doorbreng, heb ik besloten mijn energie om te buigen.

Een kleine gave waar ik mee behept ben, blijkt op stormachtige momenten als deze altijd een enorme zegen: ik uit mijn liefde. Bijna iedereen in mijn omgeving weet dat ik van hem/haar houd. Nu moet ik wel eerlijk zijn en bekennen dat ik niet van iedereen houd. Nee. Er zijn mensen die het bloed onder mijn nagels vandaan halen. Maar goed. Ook ik ben maar een mens. Ik troost mij dan altijd maar met de gedachte dat er andere mensen zijn die wél van hen houden.

Door de trieste omstandigheden van de afgelopen weken, kwam ik op het idee om dat wat mij de kracht geeft om te rouwen met een gouden randje (wéten dat zij weet dat ik van haar hield en wéten dat ik weet dat zij van mij hield) uit te bouwen en te vergroten. De komende tijd ga ik op verwachte en onverwachte momenten mensen ‘de liefde verklaren.’ En dit in de ruimste zin van het woord en publiekelijk onder de hashtag #ikvindjougewoonlief. Een vriend van mij stelde voor om er een radioprogramma van te maken, maar ik denk dat Gelre FM niet zit te wachten op mijn versie van ‘All you need is love’.

Mijn eerste liefdesverklaring heb ik afgelopen zaterdag al gegeven aan Sharon tijdens het optreden van Donnerwetter op de dag van de Achterhoekse Popmuziek in Den Diek. Wij gaan de komende tijd spiritueel op reis. Al waren we dat eigenlijk stiekem al. Ter ere van onze vriendschap heb ik een foto, die gemaakt is tijdens haar housewarming afgelopen zomer, bewerkt en van liefdevolle bloemen voorzien. Voor mijn andere liefdesverklaringen ga ik mij denk/vermoed ik ook van andere middelen bedienen: tekeningen, woorden of misschien iets volkomen anders. We zien wel.

Mijn eerste liefdesverklaring in het kader van #ikvindjougewoonlief is aan Sharon. En weet je wat nou zo mooi is: zij vindt mij ook lief!

Advertenties

Letterlijke en figuurlijke blootbeleving in de sauna

Had je mij tien jaar geleden gezegd dat er een toekomst voor mij was weggelegd als naaktloopster in sauna’s dan had ik je vierkant uitgelachen. Ik die altijd een beetje bleu was over mijn ronde lichaam zag het niet voor me om dat aan jan en alleman te showen. Toen ik nog in Leiden woonde had ik twee vriendinnen die vaak gezamenlijk naar zo’n welzijnsoord voor je lichaam gingen. Ze vroegen mij altijd plagend mee en ze dachten dat ze trokken aan een dood paard. Tot op een dag bij mij de knop om ging. Je moet alles gedaan hebben in je leven was ik plotseling van mening. Dus het appeltje van deze angst moest ik maar eens gaan schillen. Zo gezegd, zo gedaan.

Op een goede dag ging ik ging mee en at met hen de veelgeprezen citroentaart (want dat hoort er ook bij, een zeer smakelijk hapje eten waar je het driedubbele pond voor betaald) en was om. Helemaal geen vieze gluurders en fotomodellen die daar liepen te paraderen. Mensen in allerlei soorten en maten die genoten van een dagje ontspanning. Heerlijk! En het naaktlopen valt ook mee. Als je van de ene naar de andere ruimte gaat, heb je meestal een badjas aan en wandel je een droge sauna in, kan je je altijd bij binnenkomst nog een beetje verstoppen achter je handdoek.

Of ik veel bekijks trek, weet in niet. Veiligheidshalve doe ik altijd mijn bril maar af. Dan zie ik niet zo veel en hoef ik niet te schrikken van dat wat ik eventueel zou kunnen zien. Ik waan mij veilig met de zaken binnen mijn blikveld die ik wel kan waarnemen. Dat is niet zo ontzettend veel. Andermans blikken vang ik niet en dat geeft mij een stukje rust. Wat niet weet, wat niet deert.

Ik kan mij gelukkig prijzen dat ik in de Achterhoek ook een vriendin heb gevonden die met mij naar sauna’s wil. We hebben er al verschillende in de omgeving uitgeprobeerd. Vandaag ontvluchtte we Koningsdag en vierden we tegelijkertijd haar verjaardag bij de Veluwse Bron in Emst. Even weg van de drukte van alle dag. Voor mij was het ook bijkomen van de hectiek van de afgelopen weken. Tijd voor mezelf. Mijn innerlijke en uiterlijke mens verwennen. Uiteraard hebben we ook onze vriendschap een boost te geven. Want naast onze lichamen, geven we ook onze ziel bloot. Misschien is dat in sommige gevallen ook nog wel spannender. Wie zal het zeggen?

 

Een selfie ter ere van onze vriendschap die verder gaat dan alleen sauna’s bezoeken.

Paraplu

Omdat het regende hield hij met een galant gebaar zijn paraplu ook boven mijn hoofd. ‘Waar ga je naar toe?’, vroeg hij terwijl zijn snelle stap zich aanpaste aan mijn wat slenterende tempo. ‘Naar de Hema. Ik ga foto’s halen.’ ‘Dat komt mooi uit, ik moet daar ook net zijn om een lampenkapje te kopen. Vind je het goed dat ik met je meeloop?’ Ik knikte, een tikje verbaasd.

‘Kijk uit!’ Met een voorzichtige druk op mijn arm voorkwam Reinout dat ik zonder op- of omkijken de straat over stak. Een auto reed voorbij. Na eerst links en toen rechts gekeken te hebben begeleidde hij me het zebrapad over. Er volgde een typisch reinoutiaanse stilte. Met de regelmaat van de klok kwamen deze gaten in onze gesprekken voor. Zijn gedachten konden van het ene op andere moment ver weg van het hier en nu zijn. De verstrooidheid was altijd duidelijk in zijn blik te zien. Het wegvallen van de helderheid van geest had voor mij vaak iets aandoenlijks. Zoals een moeder vertederd naar haar kind kan kijken als het opgaat in zijn spel, zo keek ik naar Reinout.

Alleen was ik geen moeder en hij geen kind. Nee. We waren man en vrouw. Het spanningsveld dat twee verschillende sexen bij elkaar op kan roepen, was bij ons aanwezig. Ik voelde de behoefte deze kloof te overbruggen, maar faalde. Achteraf denk ik dat hij dat ook wilde, kloofloos samenzijn, maar hij was -net als ik- te onwetend en verlegen om doeltreffende actie te ondernemen. En zo om elkaar heen dralend brachten we regelmatig samen wat tijd door. Pratend, maar dus ook zwijgend. Anderen verbaasden zich over onze vriendschap. Maar voor mij was het even natuurlijk als vanzelfsprekend. Reinout zwierf rond in de stad en ik, ik kwam hem tegen, stond hem te woord en begreep hem. Ook als hij niets zei. Of misschien juist omdat hij niets zei.

Zoals dat af en toe gaat met vriendschappen, kan je elkaar op een gegeven moment uit het oog verliezen. Er waren in ons geval duizend aanwijsbare redenen voor, maar de enige die in mijn ogen telde, was de volgende: ik begreep hem niet meer. Zijn wegvalmomenten begonnen me angst in te boezemen en zijn toch wel zonderlinge aard kwam voor het voetlicht. Plotseling zag ik mezelf door de ogen van een buitenstaander en begonnen vraagtekens over ons contact in mij op te borrelen.

Maar niet alleen ik veranderde tijdens onze ontmoetingen, ook hij vervreemdde van mij. Hij nam me niet meer mee in zijn geluidloze avonturen, sloot me buiten en liep soms zomaar bij me vandaan. Langzaamaan verwaterde onze bijzondere band. Dat hij verhuisde naar een andere stad droeg daar het nodige aan bij. Eigenlijk was ik Reinout vergeten. Andere opmerkelijke mannen en vrouwen kruisten mijn pad in de jaren die erop volgden. Zij hadden de herinneringen aan hem naar de achtergrond verdrongen, zelfs in de vergetelheid gedrukt. Hij bestond niet meer.

Tot het moment dat ik op een mooie lentedag door de stad fietste en mijn oog getrokken werd naar een hand in hand lopend stelletje. De ietwat gebogen houding van de man kwam me bekend voor, alleen wist ik niet waarvan. Toen ze wat dichterbij kwamen, herkende ik Reinout. De twee gingen zo in elkaar op, dat ik hen ongemerkt kon passeren. Ik was blij en verdrietig tegelijk. Blij, omdat Reinout iemand gevonden had die het gapende gat tussen hem en de wereld had weten te dichten. Verdrietig, omdat mijn levenspad zich zo grillig heeft ontwikkeld. Uiteenlopende mannen waren op mijn pad gekomen, maar geen van allen bood mij die beschutting die ik nodig heb. Geen van allen hield een paraplu zo boven mijn hoofd dat ik veilig was voor de regen van het leven.

Doorweekt en al, sta ik nu even stil bij Reinout en zijn lieve, symbolische gebaar. Een herinnering om te koesteren. Een herinnering die het verdient herinnerd te worden. Vandaar dat ik hem nu hier opschrijf. Voor jou. En voor mezelf.

Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.

Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.