Tag: schrijven

(te) Gek: Het Dichterscollectief

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Gaandeweg ontdekken we de kwaliteiten van elkaar. Ook die van onszelf’

 

Ze vormen een dynamisch trio, de poëtische mannen van ‘Het Dichterscollectief’. Halverwege 2016 vinden ze elkaar op initiatief van Joop Koopmanschap. Samen willen Joop, Henk Beunk en Mark Ebbers het schrijven op een hoger niveau tillen. Ze komen regelmatig samen om elkaar te inspireren, te stimuleren en met aandacht te luisteren naar elkaars hersenspinsels. Ze tonen zichzelf graag aan publiek. Joop: “Als je schrijft en je hebt geen podium is dat jammer. Je hebt een bühne nodig om jezelf te laten horen.” Het Dichterscollectief is echter niet alleen een vehikel om een performance te creëren en podium te krijgen voor eigen werk, maar ook een plek om de pen te slijpen. De succesvolle vuurdoop van de heren was op 22 januari 2017 met hun optreden ‘Toeval’.

 

”Wat ons bindt is dat we elkaar scherp proberen te houden op het schrijfvlak. In je eentje kom je niet overal uit; je draait dan soms in je eigen kringetje rond,” vertelt Henk. Mark vult aan: ”We vinden het alle drie leuk om te schrijven en pretenderen dat we het kunnen. Wat niet wil zeggen dat ik alles leuk vind wat de anderen vertellen.” “We toetsen ons aan elkaar,” legt Joop de dynamiek uit. Henk: ”Gaandeweg ontdekken we de kwaliteiten van elkaar. Ook die van onszelf.”

 

Schouwenaar Henk

Bij Henk in de familie werd vroeger altijd al geschreven en het leek hem leuk om in zijn dagelijkse werk fotografie, journalistiek en het boerenleven te combineren. Van origine is hij namelijk boer. Toen er een vacature op de redactie bij het tijdschrift Boerderij vrijkwam, greep Henk zijn kans. Hij verhuisde ervoor van Groningen terug naar zijn roots: de Achterhoek. In zijn beschouwelijke poëzie schrijft hij over dingen die hij in het dagelijkse leven hoort en ziet en waar hij over nagedacht heeft. Henk: “Wel altijd met een vleugje ongrijpbaar, vleugje ironie en vleugje liefde. Eigenlijk een vleugje van alles.” Henk wil de mensen graag raken met zijn gedichten en maakt in zijn poëtische woorden zijn opvattingen kenbaar, bijvoorbeeld over medemensen of vluchtelingen. Hij heeft een notitieboekje waarin hij trefpuntjes in steekwoorden noteert met de datum erbij. Trefpuntjes zijn voor hem woorden, zinnen of opmerkingen die op de een of andere manier blijven hangen. Hij ziet zichzelf als een schouwenaar, iemand die van een afstand naar de dingen kijkt, en schrijft om gelezen te worden: ”Het is leuk als mensen zeggen ‘Dit is een mooi gedicht’ of ‘Je hebt leuk met taal gespeeld’. Ik ben trouwens geen wereldverbeteraar; ik heb vooral plezier in schrijven.”

 

de tijd

als water

door de vingers

nauwelijks te vatten

een beetje nog in het kuiltje

in een handomdraai

is het weg

 

Onderzoekende Joop

Joop is visueel ingesteld. Als fotograaf verbeeldt hij dingen. Zijn beelden zijn naar eigen zeggen poëtisch. Joop: ”Een beeld zegt meer dan 1000 woorden. Met taal kan je meer zeggen. Taal is meester. Mijn gedichten en gedachten gaan verder dan het beeld. Beeld moet je presenteren en is vaak vluchtig, kijk maar naar het internet. Taal kan je makkelijker verspreiden en makkelijker sturen, het zegt meer dan een beeld. Als ik schrijf dan denk ik anders na, uit ik mezelf. Wat ik vind, wil ik vangen in beeld én woord. Voor sommige mensen zijn beelden genoeg, voor mij niet.” Joop schrijft over het dagelijkse leven en vindt dat lezen vrij maakt. Joop: “Het enige dat gebonden is, is een boek. Ik schrijf om te ontdekken, even na te denken en om zaken uit te proberen. Mijn schrijven is onderzoekend, ontdekkend en plooiend.” Joop schrijft zijn spontante gedachten met pen en papier op in een A4-blok of typt ze met zijn duim als notitie in zijn mobiel. Dit gebeurt vaak ’s nachts. Overdag werkt hij ze dan uit. “Het helpt mij zaken op een rijtje te zetten als ik ze op papier zet,” legt Joop zijn noodzaak tot schrijven uit.

Foto: Joop Koopmanschap.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eva zonder Adam

 

Als god een Vrouw zou zijn,

de wereld zou anders kleuren.

 

Geen oorlogspijn,

geen doden te betreuren.

 

Als god een Vrouw zou zijn,

verdriet zou verdwijnen.

 

De wereld zou Zij tekenen,

vol louter serafijnen.

 

Kwajongen Mark

Mark schreef vroeger voor de schoolkrant en later ook voor de bedrijfskrant op werk bij een elektronisch bedrijf. Ook houdt hij al jaren buuts met carnaval, doet hij aan cabaret en schrijft hij liedteksten. Vandaag de dag is hij zelfstandig tekstschrijver. Mark: “Schrijven is het mooiste wat er is. Je creëert een wereld voor jezelf. Je bent zelf de baas en kan iedereen laten doen wat je wil. Wat mooi is dat ik soms wat voor mensen kan betekenen met mijn teksten. Ik wil mensen laten lachen of ontroeren of ze tot nadenken stemmen. Iets teweegbrengen. Een gevoel. Dat kan alle kanten opgaan. Het gevoel dat ik opschrijf, komt altijd uit mezelf. Soms wil ik shockeren en prik ik door bepaalde dingen heen. Ik heb maling aan ‘het systeem’ en wat ‘normaal’ is en zet soms ironische vraagtekens bij dingen.” Hij verzucht daarna: ”Het lukt mij maar niet om volwassen te worden, dat is misschien ook wel een thema van mij.” Als Mark zijn zintuigelijke teksten zelf goed vindt, laat hij ze aan de wereld zien. Hij schrijft vaak wat losse woorden en regels in een schriftje. Daar ga hij verder op door. Soms meteen, soms na een jaar. Mark: “Ik bewaar mijn invallen. Daar heb ik een archief voor. Als ik iets gebruikt heb, haal ik het eruit. Ik ga voor de eindversie.”

 

Onzeker

 

(Dit moet nog een rijmpje worden)

 

Ik las laatst in de krant, ouderwets in de krant

Want dan is het waarder

Mooier of naarder, maar altijd waarder

Zegt mijn moeder

 

Over die leraar die aan jongens had gezeten

Op die school in dat jaar dat ik les van hem had

Maar hij heeft mij echt nooit aangeraakt

Daar werd ik toch wat onzeker van

Was er iets mis met mij?

Toen bleek dat ik het artikel niet goed had gelezen

Hij deed het alleen bij jongens die bijles hadden

Zei mijn broer

En ik kon goed leren

En dat maakte mij zo blij

Het lag gelukkig niet aan mij

 

Optreden

Nieuwsgierig naar de drie mannen? Zondag 17 november treedt Het Dichterscollectief op van 16.00 uur tot 18.00 uur bij Taste in Groenlo met ‘Zonder stroom’. Iedereen is welkom. Ben je dan verhinderd? Treur niet: je kan ze boeken door een mail te sturen naar info@joopkoopmanschap.nl

 

De dynamische mannen van Het Dichterscollectief: Henk, Joop en Mark (vlnr). Foto: Pim Stemerdink

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

 

(te) Gek: Janette van Egten

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Als je iets van jezelf geeft, dan krijg je dat ook terug’

 

Al twaalf jaar woont ze in de Achterhoek. Ze verhuisde voor haar grote liefde Marc van Bilthoven naar Lichtenvoorde en wil absoluut niet terug. Janette van Egten woont er heel tevreden met Marc en haar twee katten Toby en Mindy, werkt in de zorg en schrijft en fotografeert daarnaast als Klomptgoed. Janette:”Ik vind het heel leuk om te schrijven en te fotograferen. Het zijn een grote passies. Het fotograferen is mij met de paplepel ingegoten. Ik ben een liefhebber van de Achterhoek en heb ook een voorliefde voor deze streek. Het schrijven vind ik het leukst. Daar stop ik het meeste van mezelf in. Hoe ik naar de Achterhoek kijk en de passie die ik voor deze streek voel, kan ik daarin kwijt.”

 

“Het mooie van de Achterhoek vind ik het noaberschap. Hoe mensen met elkaar omgaan. Met respect. Ze kijken hier meer naar elkaar om dan in het westen. Iedereen hoort erbij. In de stad ben je al snel een buitenbeentje. Er is hier rust en ruimte en ik ga nooit meer terug naar het westen. Ik heb geen heimwee,” vertelt Janette enthousiast, ”Als je iets van jezelf geeft, dan krijg je dat ook terug. De laatste tijd ben ik wat opener naar mensen toe. Voorheen was ik altijd vrij gesloten. Sindsdien gebeurt er veel in mijn leven. Dat komt ook omdat ik mijzelf ontwikkeld heb en er meer open voor sta. Mijn verhalen worden veel gedeeld via Facebook. Ook op mijn website heb ik een heleboel lezers. Niet iedereen heeft namelijk Facebook.”

 

Janette volgt corsogroep Teeuws van ontwerp tot optocht. Foto: Janette van Egten.

 

Grotere wereld

Janette: “Mijn sociale kring is de laatste tijd veel groter geworden. Ik ken nu zelfs meer mensen dan Marc. En dat terwijl hij een echte Achterhoeker is! Ik ben nu met rijles begonnen, zodat ik makkelijk wat verder op pad kan. Dat had ik tien jaar geleden nooit gedaan, toen had ik genoeg aan mijn eigen kleine wereld. Door het schrijven spreek ik mensen makkelijker aan en kom ik sneller met ze in contact. Mijn journalistieke vaardigheden ontwikkelen zich vanzelf. Zo ga ik verhalen vangen voor Nieuwe Tijd Achterhoek en krijg ik daar ‘oral history’ bij. Dat houdt in dat ik leer hoe je een goed interview aflegt. Erfgoed Gelderland stelt dat beschikbaar. Ik heb er veel zin in.”

 

Deze foto hangt levensgroot in het Muldershuis in Eibergen. Foto: Janette van Egten.

 

Druk met schrijven en fotograferen

Schrijven en fotograferen neemt veel van Janette’s tijd in beslag. Naast het verhalen vangen voor Nieuwe Tijd Achterhoek is ze bezig met het vastleggen in woord en beeld van het Bloemencorso. Daarbij volgt ze de groep Teeuws van ontwerp tot optocht. “In het begin keek iedereen de kat uit de boom, nu vinden ze het hartstikke leuk. Ze beginnen spontaan te vertellen en vinden het niet meer eng om gefotografeerd te worden. Met de Zomermarkt houd ik een foto-expositie tijdens de maquettepresentatie. In september is er in de Johanneskerk een foto-overzicht. Ik ben ook een vaste tekstschrijver en fotograaf voor hun parochieblad.  Wat ik trouwens gaaf vind, is dat er een foto van mij van ouderwets ploegende paarden van 3 m bij 1,5 m hangt in Het Muldershuis in Eibergen.”

Janette is dol op schrijven en fotograferen. Foto: Janette van Egten

 

De Torenwachter spreekt zijn eigen taal!

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het was een vrijdag in november. Het regende en ik ging met de bus naar Groenlo. Ik was vlinderig en opgetogen, omdat ik naar de boekpresentatie ging van een collega die ik nog maar één keer gezien en amper gesproken had. Sporadisch had ik weleens een column van hem gelezen.  Al meer dan vijftig jaar verschijnen die wekelijks in de Groenlose Gids. De kennismaking in woorden was mij wonderwel bevallen. Hoe zou de persoonlijke kennismaking zijn? Wie is De Torenwachter waar heel Groenlo het over heeft? Zelfs als import-Lichtenvoordse en correspondent van de Elna hoor ik die verhalen!

 

Gestolen momentje

Op zijn Rabarbara’s was ik weer veel te vroeg bij De Stadsch Pomp waar de bundeling van zijn columns gepresenteerd zou worden. Ik maakte een ommetje door de stad en kwam Gerwin Nijkamp, hoofdredacteur van Achterhoek Nieuw en uitgever van het boek tegen. Hij was op weg om een bloemetje te kopen voor de presentatie. Een blik op mijn houten Lumbr horloge vertelde mij dat het eigenlijk nog steeds te vroeg was om mijn entree te maken, maar ik stapte toch het café binnen, wetend dat vroege vogels soms geluk hebben. En ik kreeg gelijk. De gelegenheid werd geschapen (door God?) om met schrijver Ferry Broshuis, alias De Torenwachter te spreken. Ik zat nieuwsgierig in een hoekje bij het raam van een grote, bruine zaal. Hij kwam vriendelijk bij mij zitten en wist zelfs mijn naam! Vervolgens stelde hij mij vragen, deed boude uitspraken en uit dat wat ik niet zei, trok hij conclusies. Een eigenschap die ik later ook in zijn boek Torenwachterstaal. Van biebmoeders tot dweilorkesten herkende. Al gauw druppelde de zaal vol en had ik mijn gestolen momentje met de Grolse schrijfmeester gehad. Eigenlijk had ik hèm vragen moeten stellen, maar overvallen door onze ontmoeting en het moment werd de journalist in mij even niet wakker. Misschien krijg ik die kans ooit nog eens. Je weet maar nooit.

 

Braaf in de rij

De presentatie volgde. Gerwin en burgemeester Annette Bronsvoort hielden een praatje vol lof over Torenwachter. Hij speechte zelf ook met humor uit het blote hoofd en las een column met verve voor.  Over het schrijven van zijn columns maakt hij een opmerking die de week erop in de Groenlose Gids staat: ”Als je een boek schrijft ben je alle machthebbers tegelijk. Je kunt iedereen alles laten doen wat je wil. Een column schrijven is gelijk krijgen terwijl je weet dat je het niet hebt.” Die (zelf)spottende toon kon ik wel waarderen. Ik kocht een boek, stond braaf in de rij om het te laten signeren en werd toen door zijn lieftallige dochter Kyra gefotografeerd. Die foto hangt nu uitvergroot boven mijn bed.

 

De foto die dochterlief Kyra maakte van De Torenwachter die ‘Torenwachterstaal. Van biebmoeders tot dweilorkesten’ voor mij signeert. Foto: Kyra Broshuis

 

Hilarisch, scherpzinnig, zelfspot

Vol goede voornemens had ik het plan opgevat om het boek gelijk uit te lezen. Het onvoorspelbare lot bepaalde anders. In de maanden die volgden las ik af en toe tussen de bedrijven door schuddebuikend een paar columns. Deze zondag nam ik met een grote eindspurt het grootste gedeelte voor mijn rekening. Wanneer ik het laatste verhaal uit heb, weet ik meer over biebmoeders (eerste verhaal) en dweilorkesten (laatste verhaal) en alles wat daartussen zit. En dat is een heleboel over het geweldige Grolle (Groenlo) maar ook over: de strijd tussen Lichtenvoorde en Groenlo, bier, voetbal, Sinterklaasgedichten, de gemeente Oost Gelre, toeristen, senioren, het bezoeken van een huisarts, zijn familie, enzovoorts, enzovoorts. Hij noemt zichzelf in het boek vaak spottend een kneus en ‘Het Repair Café’ waarin hij zijn twee linkerhanden beschrijft en hoe zijn familie daarmee omgaat is echt hilarisch: ”Als je hem iets laat repareren weet je zeker dat je het voorwerp niet meer herkent en dat het ook nooit meer kan worden hersteld.”

 

Scherpzinnig en met de nodige zelfspot analyseert De Torenwachter zijn omgeving, de gesprekken die hij opvangt of wat hem ter ore komt. Kritiek op de politiek en ondernemers is hem daarbij niet vreemd. Hij geeft de nodige inzichten in het leven en de (Grolse) maatschappij. Of we die allemaal serieus moeten nemen is de vraag. Ik denk dat je die het beste zelf kan beantwoorden. De Torenwachter spreekt zijn eigen taal.

 

Verkooppunten

Boekhandel Wiegerink, Bruna en VVV in Groenlo. Prijs: 12,95. Bestellen kan ook via een mail naar de redactie van Achterhoek Nieuws: info@achterhoeknieuws.nl

 

Het boek dat mij doet schuddebuiken. Foto: Barbara Pavinati

(te) Gek: Maike Hulzink

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Ik leef niet meer tussen de regels, maar schrijf nu mijn eigen.’

 

Maike Hulzink coacht en schrijft intuïtief met haar onderneming ‘Op Gevoel’. Lange tijd was ze onwetend over haar eigen hoogggevoeligheid en leefde ze in een mist die ze zelf bestempelt als ‘tussen de regels leven’. Tussen deze regels vulde ze ongezien de leegtes in andermans bestaan, zonder opgemerkt te worden, wat haar soms frustreerde. Haar droom was om gezien te worden en een podium te hebben. Met behulp van haar opleiding tot psycho-energetisch therapeut doorbrak ze de zeepbel waarin ze leefde en werd ze zich bewust van de kwaliteiten van haar hooggevoeligheid. Vandaag de dag schrijft ze haar eigen verhaal, dat misschien zelfs gaat uitmonden in een eigen theorie. Ze is een vrouw geworden waar je niet meer omheen kunt.

 

Hooggevoeligheid

“Hooggevoelige mensen hebben geen informatiefilter, ook wel prikkelfilter genoemd en ervaren dat wat op hun afkomt compleet en heel intens met alle zintuigen. Niet alleen de woorden, maar ook de non-verbale communicatie komt bij hun binnen. Ze zijn gevoelig voor wat tussen de regels door gezegd wordt,” legt Maike uit, “Ongeveer 1 op de 5 mensen is hooggevoelig. Ze krijgen meer prikkels en signalen binnen dan mensen met een filter en die prikkels en signalen worden vervolgens intensiever verwerkt. In eerste instantie wordt hooggevoeligheid vaak gezien als een last, alsof er iets mis is. Hooggevoeligen willen zichzelf het liefst veranderen, aanpassen of de eigenschap onderdrukken. Juist dit leidt tot frustratie en overprikkeling. Bewustzijn en acceptatie maakt van hooggevoeligheid een kracht. Het fijngevoelige talent wordt dan een unieke kwaliteit.”

 

Geland

Maike heeft lange tijd geworsteld met haar eigen hooggevoeligheid, maar na de geboorte van haar zoon kan ze haar weggestopte gevoelens niet meer stoppen. Alles moet eruit. Toevallig leest ze een brochureover een opleiding tot psycho-energetisch therapeut en weet ze dat ze die moet gaan volgen. Drie jaar later kent ze haar eigen grenzen en is ze ‘geland’. Maike:”Ik leef niet meer tussen de regels, maar schrijf nu mijn eigen. Eindelijk sta ik met beide benen op de grond. Doordat ik nu mijn eigen verhaal schrijf, gaan mensen mij ook eindelijk ‘lezen’ en word ik gezien. Ik vertrouw op mijn gevoel, luister ernaar en heb een manier van leven gevonden die voor mijn gezin ook fijn is. De migraine die ik altijd kreeg van indrukken en dingen oppikken,waar ik niks mee kon, is nu verdwenen.”

 

 

 Meelopen

“Als je op gevoel iets doet, ontstaan er niet zomaar dingen,” weet Maike, “Dat wat dan gebeurt, heb je niet zomaar bedacht. Dat wéét je. Dat voel je.” In haar werk als coach gaat ze ervan uit dat het meelopen in de zoektocht naar een oplossing belangrijker is dan de oplossing vinden of haar aandragen. Maike: “Het gaat om het proces in iemand zelf, niet om het gewenste plaatje. Het is belangrijk te weten, wat je voelt en erop durven te vertrouwen. Dit kan echter niet zonder een vrije en eigen manier van denken, gekoppeld aan de kernwaarden waar iemand voor staat. Samen vormen ze de kaders van iemands zijn. Je hiervan bewust zijn en er actief naar leven, geeft richting, sturing en houvast. Het maakt wie je bent en geeft vorm aan je leven. Jezelf kennen, is dé voorwaarde om jezelf te kunnen zijn.”

 

“Er moet veel gebeuren voordat we aan mensen laten zien wie we zijn. Daarom zijn we eigenlijk allemaal een beetje gek. Volwassenen hebben een voorbeeldfunctievoor alle kinderen. We moeten zo leven zoals we het aan de generaties na ons willen doorgeven. Laten we eigenheid voorleven en ruimte geven aan onze verschillen.” geeft Maike tot slot als tip.

 

Blijf op de hoogte

Maike post regelmatig gedichten op Instagram en Facebook en is druk bezig om hiervan gedichtenkaarten en posters te maken. Wil je op de hoogte blijven, volg haar dan:

 

Website:         www.op-gevoel.nl

Instagram:      op.gevoel

Facebook:       Op Gevoel

 

Na afloop van dit interview postte ze de volgende gedichten op Instagram:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maike aan het werk in haar spreekkamer. Foto: PR.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

 

RabarbarasPenOpAvontuurVerhaal 1: Beleef en geef

Mijn geluk kan niet stuk. Rabarbara’s pennen beleven inmiddels volop avonturen. Er zijn mij al verschillende foto’s toegezonden die ik heb gedeeld op social media. Diverse mensen hebben zelf ook al wat op Instagram geplaatst. Superleuk om te zien! Ik voel me trots! Verder hebben uiteenlopende bekenden en vrienden mij nog verhalen en foto’s beloofd. Ik verwacht ze in de komende dagen, weken, maanden te ontvangen. En ik hoop dat over een tijdje ook figuren die ik niet zo goed ken de avontuurlijke verhalenweg naar mij weten te vinden.

Een van de vele enthousiastelingen aangaande mijn pen is Brenda, van Atelier Crearose, zij bijt het spits af met een kort verhaal geschreven samen met Tom in een speciaal daarvoor aangeschaft toepasselijk roze rabarberschrift.

Het speciaal door Brenda aangeschafte roze schrift voor ‘Beleef en geef’.

De eerste woorden in het schrift zijn op papier gezet door Tom, een jongen die voor één dag Brenda’s personal assistent was. Brenda is namelijk een inzamelingsactie genaamd ‘Beleef en geef’ begonnen voor een bus voor Noah, een meervoudig beperkte jongen die om vervoer verlegen zit. Kinderen kunnen één woensdag in de maand voor een klein bedrag haar personal assistent zijn. Ze krijgen daarvoor een T-shirt met hun naam en helpen haar met een schminksjabloonklus. Ook schrijven zij met een Rabarbarapen een verhaal in het roze schriftje.

Bekijk voor meer informatie over ‘Beleef en geef’ onderstaand filmpje.

 

De schminksjabolen waarmee bij ‘Beleef en geef’ gewerkt wordt, het schrift en de Rabarbarapen.

 

Rabarbara is blij dat haar pen zo’n mooi avontuur heeft beleefd en is erg benieuwd naar de andere avontuurlijke verhaaltjes die in het schrift geschreven gaan worden! Brenda, ik wens je veel succes met ‘Beleef en geef!’! Dat er nog veel personal assistents mogen volgen! Lees hieronder het mooie verhaal van Tom en Brenda

 

Het speciaal met de Rabarbarapen geschreven verhaal door Tom en Brenda.

 

En ter afsluiting een mooie foto van Tom en zijn verhaal. Dank je wel Tom!

Dank je wel Tom voor je mooie verhaal! Fijn dat je een leuke middag bij Brenda hebt gehad!

Het leven is zo gek nog niet!

Impulsschrijven. Dat doe ik. Dat is wat anders dan impulsief schrijven met een wirwar van notities om je heen. Het is moeilijk uit te leggen, want het is een onbestemd gevoel in je hoofd dat plotseling opduikt. Alsof er daar een lichtje gaat schijnen. Er ontvouwt zich een idee of clou en ik kom dan in een bepaalde stemming. Dat kan je niet afdwingen. Daarom geloof ik er ook niet in dat schrijven hard werken is. Natuurlijk is het achteraf een beetje schaven en puzzelen, maar de grondslag/woordenvloed/verhaallijn ontstaat zomaar, spontaan en uit het niets. Bij mij tenminste. Zodra ik ga zoeken en nadenken schrijf ik onleesbare en ingewikkelde stukken. Het draait om eenvoud en duidelijkheid. Als die twee zaken er zijn krijg je prettig leesbare teksten. Of in mijn geval: blogs.

Bovenstaande woorden zijn ongeveer in dezelfde strekking gezegd in de ‘napraat’ van de Literaire Soos van afgelopen zondag. Met het opzetten van deze Soos ben ik een paar maanden bezig geweest, maar het is gelukt en er zijn ook over andere onderwerpen gesprekken gevoerd. Zoals over het reizen met de trein. De meeste conversaties heb ik niet meegekregen, want er waren zo’n 25 man. Wat ik wel zag en voelde, was dat er voldoende gespreksstof was. Mooi dat deze Soos op een organische manier van de grond is gekomen en er mensen zo gek zijn geweest om mee te willen denken en doen. Nog mooier dat er een vervolg gepland wordt. Aanwezigen wilden ook hun kunsten gaan vertonen en afwezigen betreurden het dat ze er niet waren: een volgende keer komen ze zeker!

Mijn speciale dank gaat uit naar het trio TweeFM. Zij maakten die middag bekend (ikzelf wist het stiekem al eerder) dat ze het liedje ‘Lief zijn’ dat ik speciaal voor hen geschreven heb op hun plaat hebben opgenomen. Ik bedacht de woorden, zij de muziek. Die plaat verschijnt in oktober en draagt ook de naam ‘Lief zijn’. Hoe vereerd kan je je voelen? En hoe leuk is het als je eigen geschreven teksten gezongen worden? Dat deden deze mannen tijdens de Soos. Ook het publiek hoorde voor het eerst mijn liedteksten. Een hele vuurdoop!

Natuurlijk moet ik ook pionier Dyon niet vergeten die zijn debuuttekst voordroeg en Frank die hem daarbij muzikaal begeleidde. En dan hebben we Ronald, die zijn eerste literaire tekst nog moest schrijven toen hij enthousiast toezegde deel te nemen aan de Soos. Met zijn allen hebben we het klusje geklaard en nu kan ik weer een verwezenlijkte droom afvinken van mijn lijstje. Nog maar een paar honderd te gaan. Way to go girl!

Al met al waren de afgelopen dagen erg wonderlijk. Eigenlijk wilde ik wonderschoon typen, maar dat is zo’n oubollig woord dat ik het in mijn hoofd al corrigeerde naar wonderlijk. Waarom wonderlijk? Ik heb mezelf namelijk overtroffen door mijn spreekangst diep in de ogen te kijken. Tijdens de Soos, maar ook vandaag weer op het Schaapscheerdersfeest. Daar las ik mijn blogs op intieme wijze voor aan verschillende mensen gezeten op strobalen en oefende zo mijn voordrachtskwaliteiten. Een gepensioneerd stel waar ik al ruim vijf jaar de post bezorg, kwam ook luisteren. Zij gaven mij tips en boden mij hun hulp aan bij het spreken voor groepen toen ik ze vertelde dat ik daar moeite mee had. Ze zijn beiden jaren werkzaam geweest in het onderwijs en weten wat het is om voor veel mensen te praten. Als ontluikend optredend artiest is het goed om een oefenadresje achter de hand te hebben. Dus ik vermoed dat ze mij in de toekomst wel een keer zien verschijnen. Niet dat wat ik nu doe zo belabberd is. Maar het kan beter. En willen we niet allemaal groeien en bloeien?

Het lichtje in mijn hoofd gaat uit. Dus ik vermoed dat ik alles wat ik moest schrijven, geschreven heb. De clou is op. Niet te verwarren met de koek is op. Er valt nog genoeg te schrijven. Weet ik, voel ik en voorzie ik. Het leven is zo gek nog niet! Blijf mij volgen.

Voordraagontwikkelingen in volle gang

Wanneer kom ik je tegen?

Een paar jaar geleden geleden heb ik een verhaal ingezonden voor het Vlaams-Nederlandse Literair/Cultureel tijdschrift Schoon Schip. Het is geplaatst in de rubriek Wassily’s frisbee. Thema van het verhaal moest zijn: droom en werkelijkheid. Na de inzending heb ik grondige feedback van Margrethe Venema gekregen. Dankzij haar goede commentaren is het verhaal geworden wat het is. 

Kom me dan tegen

‘Als de aard nog nat is

Van zonneregen,

Kom me dan tegen,

Kom me dan tegen;

Uw hart van alle wegen

Weet welk het pad is.’

P. C. Boutens.

Soms droom ik dat fictie werkelijkheid wordt en dat de waarheid niet bestaat. Dat jij Songo, mijn Onbereikbare Muze, me belt. Ik droom dat je nieuwsgierig naar me bent en naar me verlangt. Naar mij, de vrouw die jouw woorden leest en herkent. Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met een boek van jou, was ik overrompeld. Een vriendin van mij raadde het me aan en zei:‘Dit is echt iets voor jou.’ Dat had ik wel vaker gehoord en daarom geloofde ik het in eerste instantie niet. Sceptisch begon ik aan hoofdstuk één. Daarna kon ik het niet meer wegleggen. Wat verteld werd, raakte mij in het diepste van mijn ziel. Voor mijn gevoel kon ik door de woorden heen kijken en jou zien. Echt zien. In alle puurheid. Het was niet alleen het verhaal dat me aansprak, maar ook de geest die haar componeerde. De rangschikking van de woorden, de opbouw van de hoofdstukken, de subtiel ingebrachte motieven. Dat alles deed me de adem stokken. Het thema dat besproken werd, maakte veel in mij los. Welk een schone ziel moet dit alles bij elkaar gedacht hebben! Toen werd ik, in mijn eenvoud, verliefd op je. Verliefd door de woorden heen. Door de kaften van de boeken voelde ik dat ik mijn zielsverwant had ontmoet. Ik begon te schrijven. Boeken vol. Ze gingen als warme broodjes over de toonbank. Als journalisten mij vroegen waar ik de inspiratie vandaan haalde, lachte ik geheimzinnig en hield een verhaal op over ‘ingevingen van boven’. De waarheid is dat ze kwam uit jouw boeken. Dat wat jij schreef, maakte mijn schrijfgolf wakker. Onbedoeld was jij mijn Muze geworden.

Was het leven simpel, dan had jij na onze woordeloze ontmoeting vlak na die zomerse regenbui ook de gloeiende bliksemstralen gevoeld in je hart. We liepen verzonken in gedachten op elkaar af. Ik doorweekt, lange haren in slierten langs mijn gezicht. Mijn mascara was (zag ik later in de spiegel) uitgelopen over mijn wangen. Jij droog dankzij je schots-geruite paraplu. Je liep me praktisch omver. Geen pas deed je opzij. Toen kruisten onze blikken elkaar en alles wat ik toen had ervaren van de Liefde was niets vergeleken bij deze blik in jouw ziel. Als je hart de wegen had gekend, had je op zijn minst je hoofd geknikt of een groet gemompeld. Je hart was echter toegevroren en alleen in staat de tekenen van je eigen gecomponeerde wereld te herkennen. Het Hogere en Grotere van de wereld waarin ‘common people’ leven was en is een ver van je bed show. Ik was in jouw ogen slechts een onbeduidend sujet. Jij had het recht me omver te lopen, want ik liep immers op een weg waar jij altijd voorrang had als eersteklas schrijver. Ik, als beginneling, was jouw aanblik niet waard. Er kwam geen woord over je lippen. De stuurse uitdrukking die van het een op andere moment op je gezicht verscheen, sprak boekdelen. Ik zou niet eens in jouw schaduw mogen leven. Dat werd ik me met een schok bewust. De klap van deze realiteit was hard. In mijn roze dromen had ik je op een voetstuk geplaatst en verheerlijkt. Daarbij vergetend dat roem en succes tekenend zijn voor iemands houding. In de werkelijkheid was niets van jouw heerlijke ziel te merken. Heb je dan alles verzonnen in je boeken? Is dat wat je geschreven hebt dan allemaal niet waar? Hoe kan dat? Hoe kan je met zulk een bezieling schrijven en dan rondlopen zonder sprankje geluk in je ogen?

Nu moet ik me neerleggen bij het feit dat ik je nooit echt zal leren kennen. De bliksemstraal was alleen in mijn hart ingeslagen. Ik dien genoegen te nemen met dat wat je schrijft voor het Grote Publiek. Met je woorden in je boeken, gedichten en verhalen. Wie weet beter dan ik dat er een wereld van verschil bestaat tussen Zijn en Gezien Worden. Je kan een image in stand houden door een houding, attitude van heb-ik-jou- daar-lik-mijn-vestje. Je deelt je ziel met duizenden mensen. Je hart maar met één. En dat ben ik. In mijn dromen dan. Daarin ruizen onze harten gezamenlijk door het heelal. In de echte wereld leef jij echter in een ivoren toren. Je waant jezelf heer en meester over de wereld. Jij vindt, maak ik op uit sommige epistels, ons marionetten die naar andermans pijpen dansen. Wij zijn gevangenen in de maatschappij. Wij zijn niet capabel om zelf te denken en keuzes te maken in ons leven. Denk jij echt dat enkel en alleen wij gevangenen zijn van de wereld die ons omringt? Ook jij bent een gevangene. Van jouw herschepping van de wereld. Van jouw visie op goed en kwaad. Hoe naïef aanbidding ook kan zijn, ze is oprecht en puur. Van het volste vertrouwen. Een vertrouwen dat je zelf kwijt bent geraakt in dat meesterbrein van je.

Soms zou ik willen dat ik jou nooit tegen was gekomen op die druilerige dinsdagmorgen, dat ik nooit een letter van jouw oeuvre had gelezen. Veel beter was het geweest als je mijn woorden was tegengekomen in een van mijn vele boeken, door de meest kritische recensenten geloofd en geprezen. Dan waren de rollen omgedraaid geweest. Jij zou je wentelen in mijn gedachten en zien, doorzien wie ik ben. Niet meer dat meisje dat gillend wegloopt, omdat ze gek wordt van haar levend publiek, maar een vrouw die zichzelf recht in de ogen kijkt en de wereld uitzinnig maakt. Zou ik me dan ook te goed voelen voor een klein berichtje terug naar aanleiding van een fanmail? Zou ik dan ook bang zijn dat de hele wereld (met andere woorden: jij) me zou gaan stalken, omdat ik een schrijfster met faam ben? Wat ik zou doen, weet ik niet. In de werkelijkheid zijn de rollen niet omgedraaid. Ik ben de romantische, aanbiddende ziel en jij mijn Onbereikbare Muze. Zo is het en zo zal het altijd zijn.

Op een koude winteravond zat ik alleen op mijn paarse loveseat. ‘Bel me dan!’ dacht ik vol smart. Hoe zou je dat in vredesnaam moeten doen? Jij hebt geen weet van mijn bestaan op deze aardbol. Onrust joeg me de straat op en ik liep weer eens door de Stationsstraat. Ook langs Het Hemelsche Gerecht, jouw stamkroeg. Je zat vertrouwd voor het raam. Dit keer met een glaasje rode wijn in je linkerhand. Je blonde krullen sprongen alle kanten op en de kleurige bloes die je aanhad, stak af tegen het sombere interieur van het café. Je keek mijmerend naar buiten toen ik vol verlangen binnen keek. Je zag me. Dacht ik. Of zag je me niet? Ik zal het nooit weten.

Nooit zal mijn telefoon door jouw toedoen rinkelen. In een kroeg zal je me geen biertje of portje aanbieden in een poging mijn nummer te bemachtigen. Mijn boeken zal je niet lezen, mijn woorden zullen de weg naar je hart niet vinden. Dat wat ik weet van jou bestaat alleen in je boeken en niet erbuiten. Onze levens zijn onverenigbaar. Dit allemaal bedenkend wandel ik verder door de stad. Regendruppels komen steeds sneller uit de lucht vallen en maken mijn tranen onzichtbaar. Kom me dan tegen, kom me dan tegen, kom me dan tegen…

Kom me dan tegen...
Kom me dan tegen…