Tag: schrijven

RabarbarasPenOpAvontuurVerhaal 1: Beleef en geef

Mijn geluk kan niet stuk. Rabarbara’s pennen beleven inmiddels volop avonturen. Er zijn mij al verschillende foto’s toegezonden die ik heb gedeeld op social media. Diverse mensen hebben zelf ook al wat op Instagram geplaatst. Superleuk om te zien! Ik voel me trots! Verder hebben uiteenlopende bekenden en vrienden mij nog verhalen en foto’s beloofd. Ik verwacht ze in de komende dagen, weken, maanden te ontvangen. En ik hoop dat over een tijdje ook figuren die ik niet zo goed ken de avontuurlijke verhalenweg naar mij weten te vinden.

Een van de vele enthousiastelingen aangaande mijn pen is Brenda, van Atelier Crearose, zij bijt het spits af met een kort verhaal geschreven samen met Tom in een speciaal daarvoor aangeschaft toepasselijk roze rabarberschrift.

Het speciaal door Brenda aangeschafte roze schrift voor ‘Beleef en geef’.

De eerste woorden in het schrift zijn op papier gezet door Tom, een jongen die voor één dag Brenda’s personal assistent was. Brenda is namelijk een inzamelingsactie genaamd ‘Beleef en geef’ begonnen voor een bus voor Noah, een meervoudig beperkte jongen die om vervoer verlegen zit. Kinderen kunnen één woensdag in de maand voor een klein bedrag haar personal assistent zijn. Ze krijgen daarvoor een T-shirt met hun naam en helpen haar met een schminksjabloonklus. Ook schrijven zij met een Rabarbarapen een verhaal in het roze schriftje.

Bekijk voor meer informatie over ‘Beleef en geef’ onderstaand filmpje.

 

De schminksjabolen waarmee bij ‘Beleef en geef’ gewerkt wordt, het schrift en de Rabarbarapen.

 

Rabarbara is blij dat haar pen zo’n mooi avontuur heeft beleefd en is erg benieuwd naar de andere avontuurlijke verhaaltjes die in het schrift geschreven gaan worden! Brenda, ik wens je veel succes met ‘Beleef en geef!’! Dat er nog veel personal assistents mogen volgen! Lees hieronder het mooie verhaal van Tom en Brenda

 

Het speciaal met de Rabarbarapen geschreven verhaal door Tom en Brenda.

 

En ter afsluiting een mooie foto van Tom en zijn verhaal. Dank je wel Tom!

Dank je wel Tom voor je mooie verhaal! Fijn dat je een leuke middag bij Brenda hebt gehad!

Het leven is zo gek nog niet!

Impulsschrijven. Dat doe ik. Dat is wat anders dan impulsief schrijven met een wirwar van notities om je heen. Het is moeilijk uit te leggen, want het is een onbestemd gevoel in je hoofd dat plotseling opduikt. Alsof er daar een lichtje gaat schijnen. Er ontvouwt zich een idee of clou en ik kom dan in een bepaalde stemming. Dat kan je niet afdwingen. Daarom geloof ik er ook niet in dat schrijven hard werken is. Natuurlijk is het achteraf een beetje schaven en puzzelen, maar de grondslag/woordenvloed/verhaallijn ontstaat zomaar, spontaan en uit het niets. Bij mij tenminste. Zodra ik ga zoeken en nadenken schrijf ik onleesbare en ingewikkelde stukken. Het draait om eenvoud en duidelijkheid. Als die twee zaken er zijn krijg je prettig leesbare teksten. Of in mijn geval: blogs.

Bovenstaande woorden zijn ongeveer in dezelfde strekking gezegd in de ‘napraat’ van de Literaire Soos van afgelopen zondag. Met het opzetten van deze Soos ben ik een paar maanden bezig geweest, maar het is gelukt en er zijn ook over andere onderwerpen gesprekken gevoerd. Zoals over het reizen met de trein. De meeste conversaties heb ik niet meegekregen, want er waren zo’n 25 man. Wat ik wel zag en voelde, was dat er voldoende gespreksstof was. Mooi dat deze Soos op een organische manier van de grond is gekomen en er mensen zo gek zijn geweest om mee te willen denken en doen. Nog mooier dat er een vervolg gepland wordt. Aanwezigen wilden ook hun kunsten gaan vertonen en afwezigen betreurden het dat ze er niet waren: een volgende keer komen ze zeker!

Mijn speciale dank gaat uit naar het trio TweeFM. Zij maakten die middag bekend (ikzelf wist het stiekem al eerder) dat ze het liedje ‘Lief zijn’ dat ik speciaal voor hen geschreven heb op hun plaat hebben opgenomen. Ik bedacht de woorden, zij de muziek. Die plaat verschijnt in oktober en draagt ook de naam ‘Lief zijn’. Hoe vereerd kan je je voelen? En hoe leuk is het als je eigen geschreven teksten gezongen worden? Dat deden deze mannen tijdens de Soos. Ook het publiek hoorde voor het eerst mijn liedteksten. Een hele vuurdoop!

Natuurlijk moet ik ook pionier Dyon niet vergeten die zijn debuuttekst voordroeg en Frank die hem daarbij muzikaal begeleidde. En dan hebben we Ronald, die zijn eerste literaire tekst nog moest schrijven toen hij enthousiast toezegde deel te nemen aan de Soos. Met zijn allen hebben we het klusje geklaard en nu kan ik weer een verwezenlijkte droom afvinken van mijn lijstje. Nog maar een paar honderd te gaan. Way to go girl!

Al met al waren de afgelopen dagen erg wonderlijk. Eigenlijk wilde ik wonderschoon typen, maar dat is zo’n oubollig woord dat ik het in mijn hoofd al corrigeerde naar wonderlijk. Waarom wonderlijk? Ik heb mezelf namelijk overtroffen door mijn spreekangst diep in de ogen te kijken. Tijdens de Soos, maar ook vandaag weer op het Schaapscheerdersfeest. Daar las ik mijn blogs op intieme wijze voor aan verschillende mensen gezeten op strobalen en oefende zo mijn voordrachtskwaliteiten. Een gepensioneerd stel waar ik al ruim vijf jaar de post bezorg, kwam ook luisteren. Zij gaven mij tips en boden mij hun hulp aan bij het spreken voor groepen toen ik ze vertelde dat ik daar moeite mee had. Ze zijn beiden jaren werkzaam geweest in het onderwijs en weten wat het is om voor veel mensen te praten. Als ontluikend optredend artiest is het goed om een oefenadresje achter de hand te hebben. Dus ik vermoed dat ze mij in de toekomst wel een keer zien verschijnen. Niet dat wat ik nu doe zo belabberd is. Maar het kan beter. En willen we niet allemaal groeien en bloeien?

Het lichtje in mijn hoofd gaat uit. Dus ik vermoed dat ik alles wat ik moest schrijven, geschreven heb. De clou is op. Niet te verwarren met de koek is op. Er valt nog genoeg te schrijven. Weet ik, voel ik en voorzie ik. Het leven is zo gek nog niet! Blijf mij volgen.

Voordraagontwikkelingen in volle gang

Wanneer kom ik je tegen?

Een paar jaar geleden geleden heb ik een verhaal ingezonden voor het Vlaams-Nederlandse Literair/Cultureel tijdschrift Schoon Schip. Het is geplaatst in de rubriek Wassily’s frisbee. Thema van het verhaal moest zijn: droom en werkelijkheid. Na de inzending heb ik grondige feedback van Margrethe Venema gekregen. Dankzij haar goede commentaren is het verhaal geworden wat het is. 

Kom me dan tegen

‘Als de aard nog nat is

Van zonneregen,

Kom me dan tegen,

Kom me dan tegen;

Uw hart van alle wegen

Weet welk het pad is.’

P. C. Boutens.

Soms droom ik dat fictie werkelijkheid wordt en dat de waarheid niet bestaat. Dat jij Songo, mijn Onbereikbare Muze, me belt. Ik droom dat je nieuwsgierig naar me bent en naar me verlangt. Naar mij, de vrouw die jouw woorden leest en herkent. Toen ik voor het eerst in aanraking kwam met een boek van jou, was ik overrompeld. Een vriendin van mij raadde het me aan en zei:‘Dit is echt iets voor jou.’ Dat had ik wel vaker gehoord en daarom geloofde ik het in eerste instantie niet. Sceptisch begon ik aan hoofdstuk één. Daarna kon ik het niet meer wegleggen. Wat verteld werd, raakte mij in het diepste van mijn ziel. Voor mijn gevoel kon ik door de woorden heen kijken en jou zien. Echt zien. In alle puurheid. Het was niet alleen het verhaal dat me aansprak, maar ook de geest die haar componeerde. De rangschikking van de woorden, de opbouw van de hoofdstukken, de subtiel ingebrachte motieven. Dat alles deed me de adem stokken. Het thema dat besproken werd, maakte veel in mij los. Welk een schone ziel moet dit alles bij elkaar gedacht hebben! Toen werd ik, in mijn eenvoud, verliefd op je. Verliefd door de woorden heen. Door de kaften van de boeken voelde ik dat ik mijn zielsverwant had ontmoet. Ik begon te schrijven. Boeken vol. Ze gingen als warme broodjes over de toonbank. Als journalisten mij vroegen waar ik de inspiratie vandaan haalde, lachte ik geheimzinnig en hield een verhaal op over ‘ingevingen van boven’. De waarheid is dat ze kwam uit jouw boeken. Dat wat jij schreef, maakte mijn schrijfgolf wakker. Onbedoeld was jij mijn Muze geworden.

Was het leven simpel, dan had jij na onze woordeloze ontmoeting vlak na die zomerse regenbui ook de gloeiende bliksemstralen gevoeld in je hart. We liepen verzonken in gedachten op elkaar af. Ik doorweekt, lange haren in slierten langs mijn gezicht. Mijn mascara was (zag ik later in de spiegel) uitgelopen over mijn wangen. Jij droog dankzij je schots-geruite paraplu. Je liep me praktisch omver. Geen pas deed je opzij. Toen kruisten onze blikken elkaar en alles wat ik toen had ervaren van de Liefde was niets vergeleken bij deze blik in jouw ziel. Als je hart de wegen had gekend, had je op zijn minst je hoofd geknikt of een groet gemompeld. Je hart was echter toegevroren en alleen in staat de tekenen van je eigen gecomponeerde wereld te herkennen. Het Hogere en Grotere van de wereld waarin ‘common people’ leven was en is een ver van je bed show. Ik was in jouw ogen slechts een onbeduidend sujet. Jij had het recht me omver te lopen, want ik liep immers op een weg waar jij altijd voorrang had als eersteklas schrijver. Ik, als beginneling, was jouw aanblik niet waard. Er kwam geen woord over je lippen. De stuurse uitdrukking die van het een op andere moment op je gezicht verscheen, sprak boekdelen. Ik zou niet eens in jouw schaduw mogen leven. Dat werd ik me met een schok bewust. De klap van deze realiteit was hard. In mijn roze dromen had ik je op een voetstuk geplaatst en verheerlijkt. Daarbij vergetend dat roem en succes tekenend zijn voor iemands houding. In de werkelijkheid was niets van jouw heerlijke ziel te merken. Heb je dan alles verzonnen in je boeken? Is dat wat je geschreven hebt dan allemaal niet waar? Hoe kan dat? Hoe kan je met zulk een bezieling schrijven en dan rondlopen zonder sprankje geluk in je ogen?

Nu moet ik me neerleggen bij het feit dat ik je nooit echt zal leren kennen. De bliksemstraal was alleen in mijn hart ingeslagen. Ik dien genoegen te nemen met dat wat je schrijft voor het Grote Publiek. Met je woorden in je boeken, gedichten en verhalen. Wie weet beter dan ik dat er een wereld van verschil bestaat tussen Zijn en Gezien Worden. Je kan een image in stand houden door een houding, attitude van heb-ik-jou- daar-lik-mijn-vestje. Je deelt je ziel met duizenden mensen. Je hart maar met één. En dat ben ik. In mijn dromen dan. Daarin ruizen onze harten gezamenlijk door het heelal. In de echte wereld leef jij echter in een ivoren toren. Je waant jezelf heer en meester over de wereld. Jij vindt, maak ik op uit sommige epistels, ons marionetten die naar andermans pijpen dansen. Wij zijn gevangenen in de maatschappij. Wij zijn niet capabel om zelf te denken en keuzes te maken in ons leven. Denk jij echt dat enkel en alleen wij gevangenen zijn van de wereld die ons omringt? Ook jij bent een gevangene. Van jouw herschepping van de wereld. Van jouw visie op goed en kwaad. Hoe naïef aanbidding ook kan zijn, ze is oprecht en puur. Van het volste vertrouwen. Een vertrouwen dat je zelf kwijt bent geraakt in dat meesterbrein van je.

Soms zou ik willen dat ik jou nooit tegen was gekomen op die druilerige dinsdagmorgen, dat ik nooit een letter van jouw oeuvre had gelezen. Veel beter was het geweest als je mijn woorden was tegengekomen in een van mijn vele boeken, door de meest kritische recensenten geloofd en geprezen. Dan waren de rollen omgedraaid geweest. Jij zou je wentelen in mijn gedachten en zien, doorzien wie ik ben. Niet meer dat meisje dat gillend wegloopt, omdat ze gek wordt van haar levend publiek, maar een vrouw die zichzelf recht in de ogen kijkt en de wereld uitzinnig maakt. Zou ik me dan ook te goed voelen voor een klein berichtje terug naar aanleiding van een fanmail? Zou ik dan ook bang zijn dat de hele wereld (met andere woorden: jij) me zou gaan stalken, omdat ik een schrijfster met faam ben? Wat ik zou doen, weet ik niet. In de werkelijkheid zijn de rollen niet omgedraaid. Ik ben de romantische, aanbiddende ziel en jij mijn Onbereikbare Muze. Zo is het en zo zal het altijd zijn.

Op een koude winteravond zat ik alleen op mijn paarse loveseat. ‘Bel me dan!’ dacht ik vol smart. Hoe zou je dat in vredesnaam moeten doen? Jij hebt geen weet van mijn bestaan op deze aardbol. Onrust joeg me de straat op en ik liep weer eens door de Stationsstraat. Ook langs Het Hemelsche Gerecht, jouw stamkroeg. Je zat vertrouwd voor het raam. Dit keer met een glaasje rode wijn in je linkerhand. Je blonde krullen sprongen alle kanten op en de kleurige bloes die je aanhad, stak af tegen het sombere interieur van het café. Je keek mijmerend naar buiten toen ik vol verlangen binnen keek. Je zag me. Dacht ik. Of zag je me niet? Ik zal het nooit weten.

Nooit zal mijn telefoon door jouw toedoen rinkelen. In een kroeg zal je me geen biertje of portje aanbieden in een poging mijn nummer te bemachtigen. Mijn boeken zal je niet lezen, mijn woorden zullen de weg naar je hart niet vinden. Dat wat ik weet van jou bestaat alleen in je boeken en niet erbuiten. Onze levens zijn onverenigbaar. Dit allemaal bedenkend wandel ik verder door de stad. Regendruppels komen steeds sneller uit de lucht vallen en maken mijn tranen onzichtbaar. Kom me dan tegen, kom me dan tegen, kom me dan tegen…

Kom me dan tegen...
Kom me dan tegen…