Tag: liefde

#WOT 1: Liefde

Al surfend op het net kwam ik terecht bij een oude, nog steeds bloedmooie liefde van mij: de WOT. WOT staat voor Write on Thursday en het wordt door een aantal bloggers al jaren gedaan. Een tijdje heb ik er aan meegedaan, maar door omstandigheden (ik weet niet eens meer welke) verloor ik deze goede schrijfgewoonte uit het oog. Het lijkt mij mooi om deze verwaarloosde draad dit jaar weer stevig op te pakken. Elke donderdagochtend even mijn gedachten over een woord laten gaan. Heerlijk.

Er is alleen een klein probleem: ik heb het eerste woord van dit jaar al gemist. En dat terwijl het is nog wel zo’n mooie is: liefde. Mijn leven hangt er met duizend draden, duizend sprookjes in duizend-en-één-nachten aan vast. Ik heb er zelf een lied over geschreven. Dus daarom ben ik voor deze ene keer de uitzondering, laat ik mijn hart spreken en schrijf ik op zondagavond mijn eerste WOT van 2018. Het voornemen is om dit jaar alle 52 woorden te beschrijven. En ik ga er vanuit dat mijn liefde voor het woord dat voor elkaar bokst, zoals zij zoveel zaken gedaan krijgt. Rabarbara is namelijk een optelsom van liefde voor letters, woorden, zinnen. Daarmee is alles begonnen en daarmee zal alles ooit ook eindigen. Zoals Slauerhoff eens schreef: “Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.” Al zijn bij mij de gedichten ook: blogs, columns, liedjes en andere woordkunsten die ik fabriceer.

Voor nu wil ik ik iedereen en daarmee de wereld meegeven dat we lief moeten zijn voor elkaar. Het is naïef om te denken dat ik de grote boze buitenwereld kan veranderen, dat weet ik. Maar ik kan wel een beetje liefde de wereld instrooien voor hen die het willen en kunnen ontvangen. Let love rule!

 

 

 

#WOT: betekent Write On Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat bij Martha een link achter naar je eigen blog.

#ikvindjougewoonlief

Intense gebeurtenissen in de uiterlijke wereld zorgen bij mij altijd voor een innerlijke kentering. De plotselinge dood van mijn moeder heeft een diepe indruk op mij gemaakt en voor de nodige emoties en gedachten gezorgd. Omdat niemand ermee gebaat is als ik drie maanden huilend in bed doorbreng, heb ik besloten mijn energie om te buigen.

Een kleine gave waar ik mee behept ben, blijkt op stormachtige momenten als deze altijd een enorme zegen: ik uit mijn liefde. Bijna iedereen in mijn omgeving weet dat ik van hem/haar houd. Nu moet ik wel eerlijk zijn en bekennen dat ik niet van iedereen houd. Nee. Er zijn mensen die het bloed onder mijn nagels vandaan halen. Maar goed. Ook ik ben maar een mens. Ik troost mij dan altijd maar met de gedachte dat er andere mensen zijn die wél van hen houden.

Door de trieste omstandigheden van de afgelopen weken, kwam ik op het idee om dat wat mij de kracht geeft om te rouwen met een gouden randje (wéten dat zij weet dat ik van haar hield en wéten dat ik weet dat zij van mij hield) uit te bouwen en te vergroten. De komende tijd ga ik op verwachte en onverwachte momenten mensen ‘de liefde verklaren.’ En dit in de ruimste zin van het woord en publiekelijk onder de hashtag #ikvindjougewoonlief. Een vriend van mij stelde voor om er een radioprogramma van te maken, maar ik denk dat Gelre FM niet zit te wachten op mijn versie van ‘All you need is love’.

Mijn eerste liefdesverklaring heb ik afgelopen zaterdag al gegeven aan Sharon tijdens het optreden van Donnerwetter op de dag van de Achterhoekse Popmuziek in Den Diek. Wij gaan de komende tijd spiritueel op reis. Al waren we dat eigenlijk stiekem al. Ter ere van onze vriendschap heb ik een foto, die gemaakt is tijdens haar housewarming afgelopen zomer, bewerkt en van liefdevolle bloemen voorzien. Voor mijn andere liefdesverklaringen ga ik mij denk/vermoed ik ook van andere middelen bedienen: tekeningen, woorden of misschien iets volkomen anders. We zien wel.

Mijn eerste liefdesverklaring in het kader van #ikvindjougewoonlief is aan Sharon. En weet je wat nou zo mooi is: zij vindt mij ook lief!

Vier vier

Huisje, boompje, beestje. Daar ziet het wel naar uit. Boef en ik geven ons vrije en blije leven van ‘hokken’ op voor een toekomst met samen plagend uitdagend oud worden. Nu heb ik officieel beloofd dat ik zijn kunstgebit ga poetsen als dat nodig is. Oei, oei, oei. Vier vier was het. Een moeilijk te vergeten datum. En de aanleiding het feit dat we ons huurhuis konden kopen. Ik verheug mij nu al op mijn jaarlijks kneuterige bloemetje. Of zal Boef mij iets anders geven? Of moet ik hem iets geven? Dat kan natuurlijk ook nog. We zijn een modern, niet geijkt stel dat voor verrassingen zorgt. Omdat Boef geen ring kan dragen in verband met zijn werk en ik toch een bijzonder aandenken aan deze dag wilde, kochten we houten horloges van Lumbr. Zeer mooi en zeer toepasselijk. Zo blijven we allebei bij de tijd voor altijd.

In mijn hoofd was het de afgelopen weken een achtbaan, waardoor er van bloggen niet veel terecht kwam: de koop van ons huis, stiekem een geregistreerd partnerschap (met originele jurk) aangaan, bezig zijn met de Vrije Soos en Literaire Soos (zie het krantenartikel in de vorige blogpost), mijn liedteksten die gezongen worden door de leuke mannen van TweeFM, het regelen van verschillende optredens als woordENkunstenaar met Annekée en de overweging om van Rabarbara een heus bedrijfje te maken. Voor dat laatste heb ik een ondernemingsplan geschreven en ben ik naar de Kamer van Koophandel geweest voor een seminar. Daarnaast heb ik er met verschillende mensen uiteenlopende gesprekken over gevoerd. Diverse personen boden mij hun hulp aan en met één bijzonder exemplaar ga ik in zee. Wordt vervolgd.

Nu ben ik dus min of meer ‘getrouwd’. Wie had dat gedacht? Mijn geluk kan niet stuk. En dat rijmt ook nog eens. Ook al was het op een dinsdagochtend, gratis en in vijf minuten gebeurd, voor mij was het een rijke en omvangrijke dag. We vierden het klein en intiem. Met een lunch met Boef’s ouders, mijn moeder en zusje. Mijn vader kon er helaas om gezondheidsredenen niet bij zijn. Misschien dat we in de toekomst nog een feestje gaan geven om dit grote nieuws te vieren. Maar eerst orde op zaken en sparen.

Er is veel in gang gezet de afgelopen tijd. De ‘maakenergie’ zoals Dyon en Dorian (de mede-oprichters van de Vrije Soos) zo mooi noemen draait op volle toeren. En ik draai mee, van boven naar onder, van links naar rechts. Boef zorgt ervoor dat ik mijn hoofd koel houd en mijn hart kan blijven volgen. Opposites attract.

De houten horloges die Boef en ik dragen ter ere van onze liefde.
Een fris welkomstdrankje tijdens onze lunch op de ‘grote’ dag.

 

Een speciale jurk voor een speciale dag.

 

 

Over Peachez, een romance: liefde als vals voorwendsel

Ook als vals voorwendsel en slechts een voorwerp van projectie loont ze moeite volgens proffie. Zij heeft hem het hoofd op hol gebracht en het gevoel gegeven dat hij echt leefde, meer leefde dan tussen de woorden van geleerden waar hij zich al decennialang dagelijks mee omringde. De prijs die hij voor haar moet betalen is hoog, in ogen van de buitenwereld tenminste. Hijzelf voelt zich echter geen gevangene achter de rauwe tralies waar hij nu zit. Alles is de moeite waard geweest. Haar treft geen blaam. Zij is onontkoombaar de liefde van zijn leven. Zij is Sarah Peachez.

Dat liefde je gek kan maken weet ik. Dat woorden je tot waanzin kunnen drijven weet ik ook. Zover als proffie in ‘Peachez, een romance’ heb ik het echter nooit laten komen. Ilja Leonard Pfeijffer schrijft in mooie, lange volzinnen over een emailliefde die opbloeit, maar die op een grote leugen gebaseerd is. Proffie en Sarah corresponderen zich een ongeluk, wat onze geleerde tot over zijn oren verliefd maakt. Haar woorden worden echter geschreven door drie mannen, die verspreid over heel de wereld een criminele bende vormen. Uit op kwaad en eigengewin. De ontgoocheling en desillusie die volgen, breken proffie niet. Hij is en blijft dankbaar voor deze turbulente ervaring. Zijn gevoel was echt.

Gevoelens zijn altijd echt. Dat vind ik ook. En liefde kan een projectie zijn. Kan. Ze is namelijk ook een spiegel, klankbord, warm bad en koude douche. Alles en niets. Alles of niets. Soms heb je er een keuze in. Soms niet. Dat ze de leidraad is in vele levens staat als een paal boven water. In dit boek lezen we over haar intensiteit en grensverleggende drang. Proffie trotseerde zelfs zijn vliegangst voor haar (en deed nog gekkere dingen). Laat de liefde een spel zijn dat we spelen, maar nooit een leugen. Ook al is ze zins begoochelend, laat oprechtheid zegevieren is mijn credo.

Ik weet niet of ik proffie’s onwankelbare vergevingsgezindheid zou kunnen voelen. Al begrijp ik wel dat het ervaren van liefde een wonder is dat je wil kennen. Maar ik heb haar al zo vaak gevoeld en zo vaak ervaren dat ik blij ben dat ik eindelijk thuis ben. Thuis bij Boef, die mij loslaat als ik wil vliegen, vasthoudt als ik dreig te vallen, wiegt als ik huil en de kans geeft om mijzelf te zijn en worden. Zo kan het ook. En zo wil ik het.

Niet voor iedereen is geluk in de liefde weggelegd. Sommigen blijven hun leven lang zoekende, anderen vinden op hun zestiende al de ware. Ik denk dat het soms ook een keuze is. Een keuze voor jezelf en de ander. Een keuze voor bouwen in plaats van wegwerpen na gebruik. Je moet open staan voor je eigen hart en dat van de ander in zijn volle glorie kunnen aanschouwen, respecteren en niet in de laatste plaats: voelen zinderen. ‘Two hearts beat as one,’ zingt Bono van U2 in het verder redelijk pathetische nummer. Ik kan ook niet stoppen met dansen. Dansen met Boef. Ook als hij plagend stokstijf blijft staan, wervel ik wel om hem heen. Hij is geen projectie, geen vals voorwendsel. Hij is echt. Levensecht. Alleen daarom houd ik al van hem. En om nog meer onnoembare redenen. Kusje voor jou Boef. Kusje.

Filosofische boeken over de liefde zijn altijd mooi. Zij stemmen mij tot nadenken en geven mij waardevolle inzichten. Zeker die van Ilja.

Waarom ik niet rook

De liefde. De mooie liefde. Bezongen er verguist. Ze zet en zette mij aan tot ongeoorloofde en domme daden. Maar ook moves die ertoe deden en wegen baanden naar plekken die eerst onbereikbaar leken. Een van de domste dingen die ik in haar ban heb gedaan is roken. Ik was nog jong, ik denk veertien. Op school liep ik rond met mijn hoofd in de wolken en schreef ik de schoolkrant vol met mooie, naïeve en idealistische praatjes. Ook verzorgde ik de roddelrubriek ‘wist je dat…’ Daarin verzamelde ik wetenswaardigheden over docenten die niemand wist, maar die wel ieder wilde (moest) weten. Gelukkig heb ik die fascinatie voor verboden berichten later overboord gegooid. Ik zou er niet aan moeten denken om vandaag de dag voor de Story of Privé te moeten werken. Nee, doe dan maar een vooraanstaand huis-aan-huisblad als de Elna.

Roken dus. In de redactie van de schoolkrant zaten leden van allerlei pluimage. Zo was er Jesse, eentje die de pik op mij had. Al was hij wel de enige moet ik zeggen. Hij stak de draak met mijn schrijfsels en had zelfs een column opgericht die compleet tegen mij inging. Mijn jonge meisjesogen vulden zich met tranen als ik deze las, niet wetend dat de Achterhoekse uitdrukking ‘ze kunnen beter over je praten, dan van je vreten’ echt waar is. Dan was er Croco een jongen met wie ik een haat-liefde verhouding had. We vonden elkaar nooit tegelijkertijd leuk en hebben jaren om elkaar heen gedraaid. Uiteraard hebben we gedate. Daar heb ik voor gezorgd. Maar daar waar ik voor gevallen was (zijn te grote bril en kapsels dat iets uit model was) verdween al snel. Na een van mijn eerste liefdesverklaringen ging hij lenzen dragen, naar de kapper en wilde hij dat ik ging roken. Iets wat ik pertinent weigerde, want als iets moet, dan… Toen verloor hij zijn interesse in mij. Blijkbaar was ik als niet-roker niet stoer genoeg.

Dan was er nog een andere schrijver wiens naam ik veiligheidshalve maar even achterwege laat. Hij hield van Nirvana en was zo gek als een deur. Na een van onze door ‘Birdy’ (zo noemden we de docent die de krant begeleidde) bijgewoonde vergaderingen gingen we allemaal weer richting huis. De schrijver zonder naam ging heel stoer op de plek staan waar in die tijd de rokers stonden. Onder een afdakje van het fietsenrek. We praatten nog wat na. Hij draaide zijn sjekkie, stak hem aan, nam een heis en vroeg:”Wil jij ook een trekje?” Deze toenaderingspoging niet af willen slaand, gooide ik al mijn principes opzij en zei ik volmondig ‘ja’. Gretig nam ik een trek van zijn sjek, niet wetend dat het zware shag was, ik geloof Javaanse Jongens. Dat heb ik geweten. Hoestend en proestend stond ik na die eerste diepe inhalering naast hem. Ik kon wel door de grond zakken van ellende. Met een of ander smoesje maakte ik mij uit de voeten en heb ik een week lang een branderig gevoel in mijn longen gehad. Ik was voorgoed genezen.

Inmiddels gepokt en gemazeld door het leven doe ik nog steeds weleens domme dingen in naam van de liefde. Boef weet er alles van. Maar wat ik wel weet en geleerd heb, is dat als je je eigen dingen doet, dat niet erg is. Volg je eigen hart en ga je eigen weg. Als iemand mij nu vraagt of ik wil roken terwijl ik dat niet wil en nooit doe, dan doe ik dat niet. Hoe leuk, lief of aardig ik die andere persoon ook vind. Ik sta waar ik voor sta. Zo is het en niet anders. Al heb ik soms wel de neiging om mee te gaan met de rook van iemands sigaret. Maar dan herinner ik mij mijn verbrande longen en weiger ik. Dank je wel schrijver zonder naam voor deze les. Dank je wel.

Of het echt een Javaanse jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.
Of het echt een Javaanse Jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.

Zondag croissantdag

Eigenlijk is het heel erg. Toch drijf ik er de spot mee. Getuigt dat van lef of is het gewoon dom? Ze zeggen dat de liefde van de man door de maag gaat. In mijn geval kan er dan geen sprake meer van liefde zijn. Alles is de laatste tijd namelijk in mijn eigen ronde buikje beland.

Wat is het geval? Romantische ziel die ik (stiekem) toch ben, had ik voor in het weekend zelf in elkaar te rollen croissantjes gekocht. Om samen in de ochtend van te genieten op de zalige zondag. Twee weken achter elkaar had ik mij vergist in dit knusse samenzijn. Boef bleek de ene keer namelijk storingsdienst te hebben en te moeten werken, de andere keer was er iets anders belangrijks (ben even vergeten wat). Dat bracht mij dat ik alleen in de keuken aan de slag ging met deze lekkernij.

Het geurde heerlijk in huis. De oven piepte en ik at braaf en gelukzalig mijn deel van de croissants op. Dat betekende dat er nog twee op Boef lagen te wachten. En… naar mij te lonken. ‘Ach,’ dacht ik, ‘Nog eentje kan wel.’ Toen was er nog maar één over voor mijn wederhelft. Ook die kon ik niet laten liggen en hebberig en hongerig vermaalde ik het krokante baksel tussen mijn kiezen.

Afgelopen zaterdag vertelde ik dit verhaal tijdens een feestje aan mijn collega’s van de post. De lachers kreeg ik ermee op mijn hand. Ik dronk maar niet teveel, want -was het verhaal- deze zondag zouden Boef ik wel samen smikkelen en smullen. Eén collega was zelfs zo vreg om te zeggen dat ik dit weekend zelf niks mocht eten. Alles was voor Boef. Ik ben wel goed, maar niet gek. Die ochtend aten we er ieder twee. Geluk zit in een klein hoekje. Boef beweert dat hij alles onthouden heeft en dat zijn wraak zoet zal zijn. Ik hoop zo zoet als een door hem gebakken appeltaart. Die ik dan ook nog eens alleen mag opeten. Maar dat zal wel niet.

De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?
De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?