Tag: kunst

(te) Gek: Sander Esselink

‘Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn’

Bezig baasje Sander Esselink doet van alles: docent tekenen en decaan op het Marianum in Lichtenvoorde, druk met jongerenwerk in Beltrum en ook nog bezig met verschillende soorten vrijwilligerswerk. Wat niet veel mensen van hem weten, is dat hij sinds zeven jaar van alles verzameld wat met kunst te maken heeft. Hij haalt het overal en nergens vandaan. Sander vertelt over zijn uit de hand gelopen hobby: ”Ik verzamel voornamelijk items die met de naoorlogse kunst van bijvoorbeeld Cobra te maken hebben zoals de documentatie van schrijvers, dichters en kunstenaars die daarbij hoort. Die documenten zijn ook boeiend, want die vertellen het verhaal van de stroming waar de werken toe behoren. Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn. Waarom ik iets mooi vind, kan ik eigenlijk niet zeggen. Kunst moet mij gewoon aanspreken. Het geeft een kick om iets te kunnen bemachtigen.”

“Het is begonnen bij een galerietje in Amsterdam. Daar zag ik werken van een bekende kunstenaar die niet duur waren. Bijvoorbeeld een Theo Niemeijer. Die heb ik aangeschaft en toen was het hek van de dam,” legt Sander uit, “Ik heb items van verschillende kunstenaars en ook een aantal werken en koffiekannen van Klaas Gubbels. Hij staat bekend om zijn koffiekannen. In het begin vond ik die absoluut niet mooi, later ben ik van gedachten veranderd en schafte ik als eerste een schilderij met een roze koffiekan aan. Zijn werk is imperfect en heeft iets onhandigs, een soort houterigheid. Dat maakt het charmant. Klaas heeft mij een keer gebeld toen ik hem mailde dat ik een opdracht met zijn werk als referentie in de klas gaf. Ik heb ook een brief en kaarten van Klaas Gubbels aan Jan Cremer. Die heb ik ooit ergens op de kop getikt.”

Beeld en verhaal

Sander:“Ik kon altijd goed tekenen en heb de kunstacademie in Kampen gedaan, want ik wilde altijd tekenleraar worden. ‘Lekker geld verdienen met iets wat ik leuk vind’, dacht ik toen heel simpel. Daarna heb ik Kunst- en Kunstbeleid in Groningen gestudeerd. Ik zie mijzelf niet als een kunstenaar, want ik ben niet echt als maker bezig en heb ook geen exposities. Ik ben meer een verzamelaar en kunstkenner. Tegenwoordig houd ik mij voornamelijk bezig met het verzamelen van bijzondere kunstgerelateerde items. Ik kan iets mooi vinden zonder het verhaal erachter te kennen, want ik kijk altijd eerst naar het beeld. Als ik achter het verhaal kom, kan ik het item vaak nog meer waarderen. Dan gaat het echt leven.”

Sander toont vol trots een koffiekan van Gubbels voor een schilderij van Gubbels. Foto: Barbara Pavinati

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

‘Hier’ en ‘Daar’

“Die is voor mij!”, dacht ik vanochtend meteen toen ik het schilderij ‘Hier’ van Maria Neumann op Instagram zag. Alles waar ik op het moment mee bezig ben, komt erin samen. De rode aarde, het zweven in de tijdloze lucht van mijn verzinhoofd, de vaste grond die Boef onder mijn voeten biedt, het lijntje tussen die twee, het verlangen naar ‘daar’, maar ook gelukkig zijn met ‘hier’. Daarnaast spelen er zaken die het woordenrijk ontstijgen en ‘gewoon’ aanwezig zijn. Omdat dat kan.

Aanschaf van kunst doe je niet alleen als je samenwoont. Heel de dag zat ik dus op hete kolen te wachten totdat Boef thuiskwam. Ik had namelijk een dagje vrij.  Na het appje aan Maria dat ik interesse had, moest ik nog met Boef overleggen. Zou hij deze aanschaf zien zitten? Wil hij dit schilderij ook in onze woonkamer hebben hangen? Boef deed de voordeur open, ik bestormde hem en vertelde hem mijn overwegingen en overpeinzingen over ‘Hier’. Hij was gelijk overtuigd. Het schilderij hoorde bij ons! 

Gelukzalig appte ik Maria. “Jullie zijn nummer twee,” kreeg ik als antwoord. Ik barste bijna in huilen uit. “Wat nu als wij dat schilderij niet kunnen kopen?” jammerde ik naar Boef. Hij bleef er nuchter onder. Even later kreeg ik te horen dat koper nummer één er vanaf zag. “Ik wil! Ik wil! Ik wil!” appte ik terug. 

Even later stond Maria met haar vriend bij ons voor de deur. Het schilderij werd met de nodige afstand officieel overhandigd. De eerste kunstaanschaf van Boef en mij! Wauw, wat was ik gelukkig. Terwijl Boef met Maria’s vriend bier ging drinken interviewde ik Maria over ‘Hier.’

‘Hier’ en ‘Daar’

Maria: “De zeefdruk stamt uit mijn studententijd bij de AKI. Ik heb het in 2005 gemaakt. Het is een tijdloos werk. Het thema van de opdracht herinner ik mij vaag: identiteit. Toen ik daarover ging nadenken vroeg ik mij af: wat maakt je uniek als mens? Ik ging terug naar de basis. Geen vingerafdruk is hetzelfde. Ik heb mijn vinger nagetekend en uitvergroot. Dat is een soort landschap geworden. En ik heb een soort naald in die vinger gezet. Er zijn er ongeveer tien van gemaakt, waarvan er drie in een lijst zitten. Een ervan heb ik aan een vriendin cadeau gedaan en een met een groene naald heb ik nog thuis.”

“Hier past ook goed in deze coronatijd,” vertelt Maria, “We zijn al heel lang ‘hier’. Verder kan je zeggen dat het gras altijd groener is bij de buren. Ik ben gelukkig gelukkig met waar ik nu ben, heb altijd wat te doen. Ik ben ook wel graag ergens anders, even eruit. Op het moment zijn we al heel lang ‘hier’ en verlang ik naar ‘daar’.  Als ik ‘daar’ ben, kijk ik weer met een ander perspectief naar ‘hier’. Het ‘daar’ is een ‘hier’ van iemand anders. Er is soms een schreeuw om van ‘hier’ ‘daar’ te zijn, maar als je van ‘hier’ naar ‘daar’ gaat word je niet per definitie een ander mens; je krijgt wel een ander perspectief. ‘Hier’ is het ook goed. Je moet het beste maken van de situatie. Dat probeer ik wel althans.”

Maria komt ‘Hier’ aan mij overhandigen

(te) Gek: Alexandra van Kleef

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt!

 

Het begon allemaal toen Alexandra van Kleef zeventien was. Toen ging ze op schoolreis naar Florence en Rome. In de Uffizi bij de schilderijen van Botticelli wist ze: ”Dit is het! Hier ga ik wat mee doen!” Inmiddels werkt ze al zeventien jaar bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ze is er begonnen als assistent van de coördinator Depotbeheer & Expeditie, maar is nu Adviseur Collectiemanagement. Alexandra: ”Bij ons zit je niet omdat je veel geld verdient of snel op kan klimmen, maar omdat je het leuk vindt. Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt! Je kan bij ons eigenlijk alleen werken als je heel gedreven bent en veel interesse hebt voor kunst en erfgoed.”

 

Alexandra wilde als afgestudeerde kunsthistorica eigenlijk conservator worden. Daar was na haar studie geen functie in te vinden. Via via hoorde ze van de baan bij de RCE. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Aanvankelijk dacht ze dat het een tijdelijke baan zou zijn, maar niks bleek minder waar. Tijdens haar loopbaan heeft ze zich ook negen jaar beziggehouden met collectiemobiliteit. De RCE heeft een collectie van circa 115.000 objecten bestaande uit schilderijen, sculpturen, kroonluchters, glas, keramiek, tapijten en nog veel meer. Circa 82.000 daarvan bevinden zich in het depot, ongeveer 33.000 zijn in bruikleen. RCE leent kunstwerken onder andere uit aan ambassades en ministeries, maar ook aan musea.

Verhuizing naar Collectie Centrum Nederland
Alexandra: ”Op het moment zijn we bezig met een verhuizing naar Amersfoort Vathorst. In Amersfoort zijn we een depot aan het bouwen genaamd Collectie Centrum Nederland. Dit doen we samen met het Rijksmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum en Paleis Het Loo. Deze vier collecties bevatten gezamenlijk zo’n 675.000 objecten. Het depot is wel vier voetbalvelden op elkaar. Op het moment ben ik projectleider verhuisvoorbereiding voor alle vier de organisaties en voor de RCE projectleider verhuizing. Voor het eerste project is het van belang dat de basisvoorwaarden in orde zijn. Dat houdt in dat er overal een goede registratie en foto van is. Ook moet er een barcode aan het object toegekend zijn en dient de conditie stabiel te zijn. De projecten moeten in goede staat zijn en verhuisklaar. De woorden waar het om draait zijn: identificeerbaar en transporteerbaar. Voor het RCE maak ik de planning van wanneer gaat wat verhuizen. Daarnaast moet ik in kaart brengen waar alles naar toe gaat in het nieuwe depot. Het is een hele wiskundige puzzel waar ik aan werk. De uitdaging zit erin toch door te gaan met bruiklenen terwijl deze verhuizing in gang is gezet. Als we een cluster retour krijgen die al twintig jaar is weggeweest dan kunnen we hem nu niet gereed maken voor de verhuizing, maar slaan we hem extern op.”

 

Alexandra geeft een workshop in Zuid-Afrika.

 

Horizon verbreden
“Naast al deze werkzaamheden ben ik ook nog bezig met een programma dat RCE breed is uitgezet,” vertelt Alexanders, “Het gaat over gedeeld cultureel erfgoed met landen waar we een verleden mee hebben door kolonisatie of handel. Ik ben daarbij verantwoordelijk voor Zuid-Afrika. Soms mag ik daarvoor naar Zuid-Afrika reizen om trainingen over collectiebeheer en -behoud te geven.”

Samenvattend stelt Alexandra: “Mijn werk is nooit hetzelfde. Ik ben continu met wat anders bezig. Ik heb contact met andere instellingen en bezoek vreemde landen. Daarmee verbreed ik mijn horizon. Dat maakt het ook leuk!”

 

Alexandra tijdens een van haar vakanties in Japan.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

De nieuwe kleren van de keizer

De nieuwe kleren van de keizer, ofwel: de kersverse verfspullen van Rabarbara. Waarom? Ik was mijn oude gerei zat. Van mijn verfpotten waren de deksels kapot. Met provisorisch erop geplakte tape zorgde ik ervoor dat ze toch dicht konden. De verf is in de loop der jaren in sommige gevallen dik en klonterig geworden en daardoor niet meer door het kleine gaatje van de pot te knijpen. Dat betekent dat ik met een penseel in de pot zit te lepelen die er vervolgens flink besmeurd uit komt. De verf geraakt zo in rare vormen op mijn palet. Geen pretje. Zelfs niet voor een kliederkunstenaar als ik. Ook was ik toe aan een volgende stap.

Een tijd lang heb ik me op het schilder- en tekenvlak met andere dingen beziggehouden. Ik heb een tweede docente gehad die mij meer techniek, geduld en inzicht heeft gegeven. Het KVT (mijn vaste clubje) ben ik al die tijd trouw gebleven. Daarnaast heb ik een korte, leerzame cursus bij StudioDAT gevolgd. Nu is de tijd daar om verder te gaan met dat waar ik in eerste instantie vanuit mezelf mee begon: intuïtief schilderen; kijken wat er dan ontstaat en voor wie het bedoeld is.

Ik merk dat het goed gaat en dat er mooie werken onder mijn handen tevoorschijn komen. Alles is anders dan zo’n vijf jaar geleden, toen ik met deze lessen startte. Mijn kleuren zijn helderder, de composities logischer en mijn onderbewuste spreekt duidelijkere taal. Wauw! Bijzonder om te ontdekken dat je als mens (kunstenaar?) zo’n ontwikkeling kan doormaken. En bij zo’n verandering horen andere (betere) verf (die toevallig in de aanbieding was) en nieuwe penselen. Met deze verse spullen ga ik vormgeven aan de frisse energie die zich in mij heeft gevestigd. En die wind zal in de toekomst ook wel weer eens anders gaan waaien. Dat is het mooie. Alles is aan verandering onderhevig. Ik laat me graag meevoeren met de deiningen van mijn kunstenaarsziel. Al kan haar bij tijd en wijle ook vervloeken. Maar is dat niet met alles?

 

Oude en nieuwe verfspullen bij het gloednieuwe mandje waarin ik ze ga vervoeren naar mijn schilderles.
Oude en nieuwe verfspullen bij het gloednieuwe mandje waarin ik ze ga vervoeren naar mijn schilderles.