Tag: Ilja Leonard Pfeijffer

Over Peachez, een romance: liefde als vals voorwendsel

Ook als vals voorwendsel en slechts een voorwerp van projectie loont ze moeite volgens proffie. Zij heeft hem het hoofd op hol gebracht en het gevoel gegeven dat hij echt leefde, meer leefde dan tussen de woorden van geleerden waar hij zich al decennialang dagelijks mee omringde. De prijs die hij voor haar moet betalen is hoog, in ogen van de buitenwereld tenminste. Hijzelf voelt zich echter geen gevangene achter de rauwe tralies waar hij nu zit. Alles is de moeite waard geweest. Haar treft geen blaam. Zij is onontkoombaar de liefde van zijn leven. Zij is Sarah Peachez.

Dat liefde je gek kan maken weet ik. Dat woorden je tot waanzin kunnen drijven weet ik ook. Zover als proffie in ‘Peachez, een romance’ heb ik het echter nooit laten komen. Ilja Leonard Pfeijffer schrijft in mooie, lange volzinnen over een emailliefde die opbloeit, maar die op een grote leugen gebaseerd is. Proffie en Sarah corresponderen zich een ongeluk, wat onze geleerde tot over zijn oren verliefd maakt. Haar woorden worden echter geschreven door drie mannen, die verspreid over heel de wereld een criminele bende vormen. Uit op kwaad en eigengewin. De ontgoocheling en desillusie die volgen, breken proffie niet. Hij is en blijft dankbaar voor deze turbulente ervaring. Zijn gevoel was echt.

Gevoelens zijn altijd echt. Dat vind ik ook. En liefde kan een projectie zijn. Kan. Ze is namelijk ook een spiegel, klankbord, warm bad en koude douche. Alles en niets. Alles of niets. Soms heb je er een keuze in. Soms niet. Dat ze de leidraad is in vele levens staat als een paal boven water. In dit boek lezen we over haar intensiteit en grensverleggende drang. Proffie trotseerde zelfs zijn vliegangst voor haar (en deed nog gekkere dingen). Laat de liefde een spel zijn dat we spelen, maar nooit een leugen. Ook al is ze zins begoochelend, laat oprechtheid zegevieren is mijn credo.

Ik weet niet of ik proffie’s onwankelbare vergevingsgezindheid zou kunnen voelen. Al begrijp ik wel dat het ervaren van liefde een wonder is dat je wil kennen. Maar ik heb haar al zo vaak gevoeld en zo vaak ervaren dat ik blij ben dat ik eindelijk thuis ben. Thuis bij Boef, die mij loslaat als ik wil vliegen, vasthoudt als ik dreig te vallen, wiegt als ik huil en de kans geeft om mijzelf te zijn en worden. Zo kan het ook. En zo wil ik het.

Niet voor iedereen is geluk in de liefde weggelegd. Sommigen blijven hun leven lang zoekende, anderen vinden op hun zestiende al de ware. Ik denk dat het soms ook een keuze is. Een keuze voor jezelf en de ander. Een keuze voor bouwen in plaats van wegwerpen na gebruik. Je moet open staan voor je eigen hart en dat van de ander in zijn volle glorie kunnen aanschouwen, respecteren en niet in de laatste plaats: voelen zinderen. ‘Two hearts beat as one,’ zingt Bono van U2 in het verder redelijk pathetische nummer. Ik kan ook niet stoppen met dansen. Dansen met Boef. Ook als hij plagend stokstijf blijft staan, wervel ik wel om hem heen. Hij is geen projectie, geen vals voorwendsel. Hij is echt. Levensecht. Alleen daarom houd ik al van hem. En om nog meer onnoembare redenen. Kusje voor jou Boef. Kusje.

Filosofische boeken over de liefde zijn altijd mooi. Zij stemmen mij tot nadenken en geven mij waardevolle inzichten. Zeker die van Ilja.

Ik wil je als een gemis verzinnen

Deze tekst heb ik geschreven met behulp van Margrethe Venema van Wassily’s Frisbee. De tekst zat al heel lang in me, maar kwam er niet goed uit. Dankzij haar feedback heb ik dit stuk kunnen schrijven, iets wat ik al heel lang wilde. Helaas is mijn stuk er niet in geplaatst, maar jullie kunnen het nu hier lezen.

Ik wil je als een gemis verzinnen

Lang, heel lang ben ik zoekende geweest. Zoekende in de breedste zin van het woord. Als vrouw zocht ik naar een man om mijn leven mee te delen (gevonden). Als vriendin zocht ik naar troostende zinnen om de gebroken harten van mijn vriendinnen te helen (soms gevonden). Als dochter zocht ik naar een tevreden blik van mijn ouders (verkeerd gezocht). Als zus zocht ik naar een gedeeld verleden met mijn zusje (altijd aanwezig geweest). Als schrijfster zocht ik naar woorden om mijn verhalen mee te vertellen (kwijt geraakt). Over die laatste zoektocht wil ik het met jullie hebben. De zoektocht naar de woorden.

Op de meest intense momenten in mijn leven kwamen de woorden in grote getale in mijn hoofd en vormden de basis voor mijn boek Grillig pad der Liefde. De meeste teksten schreef ik tijdens mijn verdriet over mijn Overleden Geliefde en in de periode dat ik hevig naar mijn Onbereikbare Muze smachtte. Woorden vormden voor mij een brug tussen gevoelens van hoop en wanhoop. Op die brug werd de heftigheid van de uitwaaierende emoties gekanaliseerd in en gerelativeerd tot een behapbaar stukje taal. Ik beeldhouwde de woorden zo, dat ze een kwetsbare zeggingskracht kregen.

Aan de ene kant voelde ik me wanhopig, want mijn Geliefde was dood en later bleek dat ik voor mijn Muze niet betekende wat hij voor mij deed. Aan de andere kant voelde ik me hoopvol, omdat mijn Geliefde me had geleerd mezelf en het leven te omarmen en omdat ik het niet uitsloot dat mijn Muze misschien ooit mijn gevoelens zou beantwoorden. Dit heen en weer geslinger tussen twee uiterste emoties maakte dat ik naar woorden zocht om in balans te blijven. Op de brug tussen Hoop en Wanhoop hervormde ik mijn sterke gevoelens in het mooiste wankele woordenevenwicht dat bestond. Dat hield in dat ik gedichten en verhalen schreef om dat wat ik ervaarde een plek te geven en zo weer meer vrede te ervaren in mijn hoofd en hart. Er was echter maar een briesje verdriet of vleugje vreugde nodig om de harmonieuze gemoedstoestand die al schrijvend ontstond te verstoren. Deze kwetsbaarheid was duidelijk voelbaar in mijn woorden en maakte dat ik mijn lezer diep kon raken. Dit evenwicht heb ik tot op de dag van vandaag niet teruggevonden.

Het mooiste wat kon gebeuren, overkwam me: ik vond na de dood van mijn Geliefde opnieuw de Liefde en de Liefde vond mij ook. Na een tijd in de zevende hemel vertoefd te hebben volgde het aardse geluk en nu, vijf jaar later, geeft de uitgebalanceerde relatie me steun en kracht. Ik heb er letterlijk geen woorden voor, want ze blijven weg. Het geluk heeft me met stomheid geslagen. De vaste grond onder mijn voeten blijkt funest voor mijn schrijverschap te zijn. Zou ik om mijn woorden terug te willen vinden dan moeten lijden?

Toen zo’n drie jaar geleden een grote crisis in mijn leven uitbrak en ik mijn gezonde verstand bijna verloor, was schrijven wel het laatste waar ik aan dacht. De gedachte aan een confrontatie met het diepste van mijn ziel zorgde ervoor dat het angstzweet mij bij voorbaat al uitbrak. Ik wilde niet schrijven. Ik kón niet schrijven. Hoe graag ik mij ook wenste te uiten in taal – de woorden kwamen niet. Een te groot lijden blijkt dus ook niet dé oplossing voor het woordengebrek.

Uit mijn verhaal kunnen we opmaken dat zowel Geluk als Lijden, voor mij gelijk aan Hoop en Wanhoop, er in hun uiterste vorm voor zorgen dat de woorden weg blijven. Na mijn crisis herstelde ik wonderwel door de steun van Liefde en kwam ik snel weer in de wereld van Hoop terecht. Het relativeren van emoties op wat ik noem ‘de brug’ is ditmaal klaarblijkelijk vanzelf gegaan, want woorden heb ik er niet aan kunnen of willen geven.

Leven op het randje tussen Hoop en Wanhoop, met andere woorden leven op ‘de brug’ leverde mij mooie teksten op. ‘On the edge’ leven is echter gevaarlijk, omdat de kans bestaat van het randje af te vallen en dan in Wanhoop te geraken. Een gemoedstoestand die ik niet ten volste omarm.

Wil ik dan terugkeren op die brug? Als ik eerlijk ben: liever niet. Het risico om mezelf in Wanhoop te verliezen is te groot. De kans om uitzinnige vreugde te ervaren neemt dan ook toe en met dat binnen handbereik valt er ook weinig tot niks te schrijven. Wil ik graag weer woorden vinden? Ja! Natuurlijk! Maar ze vinden mij nu niet meer en dat is een trieste zaak. ‘[…]Ik wil je als een gemis verzinnen’ zegt Ilja Leonard Pfeijffer in sonnet van hem over de liefde. Ik zou dat willen zeggen tegen mijn woordenbrug. Die zou ik wel willen verzinnen, om zo weer tot epistels te komen die mensen in het hart raken. Echt raken. Dat mis ik…