Tag: iets

Symbolische Noordpool

Jaja. Het waren me toch een paar stormachtige weken. Eigenlijk was ik van plan geweest de stilte op te zoeken bij Working Silence van Anjet van Linge, maar vanwege corona is dat verschoven naar een ander en passender moment dat nog nader te bepalen is. Ik wilde de weg naar binnen afleggen en mijzelf afvragen waar ik (in vredesnaam?) mee bezig ben en wat mij drijft. Niet dat ik als een kip zonder kop rondren. Welnee. Dat niet. Ik ben juist heel gefocust. Op een punt achter de horizon dat ik zelf niet eens kan zien, maar waar ik wel naartoe gedreven word. Ik wil weten wat het is, wat mij allemaal te wachten staat. Maar het is en blijft een mysterie. Ik voel mij als de naald van een kompas die gericht is op de Noordpool. Ik weet alleen niet wie of wat mijn Noordpool is en waar ik naartoe ga. ‘k Voel alleen een enorme drive om verder en verder te gaan. Ook al lig ik af en toe uitgeteld op de bank in een versleten T-shirt en een onderbroek met gaten. Ook al zie ik het allemaal af en toe even niet zitten en weet ik niet waarom ik doe wat ik doe. Maar ik heb geen keus. De drang om voort te schrijden, te doen en te schrijven is sterker dan de gêne en vraagtekens over mijn soms dubieuze gedrag. 

De kracht van het onkruid

Verzinhoofd verder uitwerken en uitdragen hoort bij mijn toekomstplannen en de kans om dat te doen in de kerk, gezondheidszorg, (open) podia, schrijfwereld en andere welwillende plekken ook. Het avontuur is allang begonnen. Denk aan mijn optreden in Miste een tijdje terug. Een bevriende dominee in Zeeland liet mij laatst zijn preek afmaken over Bijbels tuinieren en de kracht van het onkruid. Een hele eer en ervaring. Doodeng, maar heerlijk om je zo gedragen te voelen door de akoestiek van het goddelijke gebouw. Mijn woorden galmden na. Ook in mijn eigen hoofd, want ik kreeg ze terug en schrok ervan. Net als de toehoorders. Die er ook niet allemaal raad mee wisten.

Onverwoestbare droom

Of ik als Lichtfladderaar in God geloof? Of de Eeuwige voor mij bestaat? Ik weet niet welke hogere macht ik aanbid. Of nee. Aanbidden is niet het goede werkwoord, eerder intens voelen en diep in mij dragen. De drang naar dat punt achter de horizon komt van binnenuit, zit in mij genesteld als een onverwoestbare en stormachtige droom die zich herhaalt en steeds meer loswoelt en daardoor stukje bij beetje helderder wordt. Hij laat mij zien wat ik moet doen. En ik doe het. Gewoon. Omdat het kan. Maar meer omdat het moet.

Noordpool

Ik hou er niet van om te zeggen dat ik geloof dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde. Het klinkt zo nietszeggend. ‘Iets’ heeft voor mij een te holle omvatting voor dat wat de grootsheid van de kracht is of krachten zijn die het leven sturen. ‘Iets’ is te klein en te nietig. Al is het wel zo dat we steeds maar een glimp (iets) van de toekomst zien en een fractie van ons leven ervaren. Waar ga ik naartoe? Om eerlijk te zijn: ik heb geen idee. En weet je, het maakt mij ook niet uit. Niet meer uit moet ik zeggen. Natuurlijk wil ik de toekomst kennen, natuurlijk wil ik mijn verleden uitwissen. Natuurlijk haat ik soms het nu en wil ik dat alles voorbij is wat zich ongevraagd aandient. Maar ik heb er mee te dealen en geef de illusies en suggesties die soms in mijn hoofd spoken handen en voeten. Ik geef op dat ik alles maar wil weten en kennen. Niet alles hoeft volgens plan te verlopen. Al lijkt dat soms wel heel makkelijk, maar je beleeft veel meer als je je rigide sturing laat varen. Als je reageert op wat zich aandient. Ik bedank voor een ongedroomd leven. Ik bedank voor leven volgens andermans wetten. Ik slijp de naald van mijn kompas tot een schitterende wegwijzer en volg hem naar mijn symbolische Noordpool en vraag mij af waarom ik dat in vredesnaam doe. Het antwoord blijf ik mijzelf en jou schuldig. Mijzelf meer dan jou. En jou meer dan een ander.

Rabarbara die gedreven wordt naar een punt achter de horizon. Foto: Anja Onstenk