(te) Gek: Aline Krabbenborg

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Je moet wel een beetje geluk hebben’

In de Achterhoek hangen mensen niet gauw hun vuile was buiten, volgens Aline Krabbenborg (57), psychiatrisch verpleegkundige en trajectbegeleider. Zij vindt dat vuile was eigenlijk niet vuil is: ”Als je een biertje met iemand drinkt, heb je het vaak alleen over de leuke dingen. Het is goed om ook te vertellen dat het minder goed met je gaat. Dan krijg je respons. Als je open bent over jezelf worden andere mensen ook open en betrokken.” Ze heeft ook een visie op het begrip ‘gek’. Aline: ”Er is geen definitie van ‘gek’ te geven. Mensen kunnen een beperking hebben, bepaald gedrag vertonen of ziek zijn. Zolang ze zichzelf er mee redden is dat prima. Maar wanneer ze er zelf of hun omgeving er last van krijgen, dan is er sprake van een probleem.”

 

Taboe

“Er heerst een taboe op psychisch niet in orde zijn,” weet Aline, ”Als iemand een been breekt dan is er duidelijk wat er scheelt. Bij psychische klachten is dat vaak anders. Mensen zijn er vaak niet bekend mee. De omgeving weet ook niet wat ze over zich heen zullen krijgen als ze naar de problemen vragen. Daarom vragen de meeste mensen er niet naar. Ik snap steeds beter waardoor mensen overspannen raken of ziek worden. De lat ligt veel te hoog. We moeten zoveel: we moeten er goed uitzien, een goede opleiding hebben, een goede baan hebben, goede relaties hebben, een schoon huis hebben. Als mensens bijvoorbeeld depressief raken hierdoor en antidepressiva slikken, knallen ze vervolgens gewoon door. Omdat het weer beter met hen gaat. Mensen moeten wat vaker een pas op de plaats maken, meer genieten en tevreden zijn.”

 

Geluk

Aline vertelt over haar werkwijze: ”Als ik werk, staat de wens van de cliënt voorop. Wat zijn zijn of haar kwaliteiten? Iedereen weet heus wel wat niet kan. Maar wat kan er nog wel? Wat is nog wel mogelijk? Als iemand een droom heeft dan ga ik ervoor. Niks is onmogelijk. Sommige hulpverleners stellen zich heel strak professioneel op en vertellen niets over zichzelf. Ik vertel wel altijd wat over mezelf. Natuurlijk houd ik wel in de gaten wat ik vertel, maar ik vind dat als je de meest kwetsbare verhalen van mensen hoort je ook iets van jezelf moet laten zien.”

Op de vraag of ze zelf ‘gek’ is, antwoordt ze: ”Op een plek waar ik ooit werkte hing het bordje: ’U hoeft niet gek te zijn om hier te werken, maar dat maakt het wel makkelijker’. Die spreuk is ook op mij van toepassing. Ik ben niet doorsnee en zeker geen grijze muis. Ik doe de dingen altijd anders. Anderen vinden mij soms grensoverschrijdend, zelf zie ik het meer als out-of-the-box denken. Het is maar net wie je spreekt en over welke situatie het gaat.” Aline gelooft niet helemaal in de maakbaarheid van het leven: ”Je moet wel een beetje geluk hebben. Erfelijkheid en opgroeien in een leuk gezin zijn een belangrijke basis voor een geestelijk gezond leven. Het leven is gedeeltelijk maakbaar, maar zonder goede achtergrond blijf je altijd achter de feiten aanlopen.”

 

Aline vindt dat mensen meer moeten genieten en tevreden zijn.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

 

Advertenties

Muziek: het geluk dat al vroeg kwam kijken

Waarover zal ik op Rabarbara over gaan bloggen nu ik al de grappige clous bewaar voor mijn columns op Trikker? Ik heb een waslijst aan ideeën, maar ik heb ze al vergeven. Ik hoef hier niet komma helaas achter te zetten, want ik ben blij met dit nieuwe podium voor mijn schrijfsels. Toch brak er even lichte paniek uit in mijn Rabarbarahoofd. Na verloop van tijd kwam er de langverwachte rust. Er is nog genoeg om over na te denken en te schrijven. Hier op deze plek (die voor velen al een thuis is) komen de achtergrondverhalen, rode lijnen en tadadadadada hot news: mijn herinneringen aan muziek.

Mijn leven is een aaneenschakeling van liedjes. Ik koppel (emotionele) gebeurtenissen aan muziek die vaak op dat moment op de radio te horen is. Daarin ben ik (weet ik) niet de enige. Als puber zat ik aan de radio gekluisterd met ‘mijn’ apparatuur (zie foto) om liedjes op te nemen. Het was de kunst de opnameknop op tijd in te drukken, dus vlak nadat de DJ uitgepraat was. Daarna was het opletten geblazen, want je moest op het juiste moment stoppen, voordat er begonnen werd met babbelen. Soms kletsten DJ’s ellenlang door het intro heen, of werd het liedje vroegtijdig afgebroken. Dat vond ik afschuwelijk, maar ik bleef net zolang luisteren en op knopjes drukken totdat ik een redelijk goede opname van een nummer had.

Mijn bandjes gaf ik namen en draaide ik grijs. Zo had ik er eentje Kitty genoemd, naar de naam die Anne Frank haar dagboek had gegeven. Meestal had ik een tijdje één favoriet nummer. Dan spoelde ik het bandje heel de tijd heen en weer om daarnaar te luisteren. Vaak ontstond er op een gegeven moment dan een klik in het bandje, een hapering die te horen was als ik het weer eens in zijn geheel afdraaide.

Mijn eerste liedje dat ik opnam was van een Engelstalig duo. Ik heb het kader in mijn hoofd, maar kan me de woorden en melodie niet meer herinneren. Het zit op het puntje in mijn hoofd, maar komt mijn tong niet uit. Ik hoor het af en toe nog voorbijkomen op Gelre FM en zal er de komende tijd maar even op gespitst zijn. Wie weet wordt het binnenkort nog wel een keer gedraaid en kan ik het hier aan jullie laten horen. Tot die tijd wil ik graag een andere jeugdherinnering met jullie delen en wel het liedje ‘Felicita’ van Albano & Romina Power. Het roept bij mij gedachtes op aan de zonnige en zeerijke vakanties in Italië, waarbij ik voor het eerst slagroom at, wat ik ‘warm ijs’ noemde. Ook moet ik denken aan de jaren dat ik nog met mijn ouders en zusje in Leiden woonde (toen ik acht was, verhuisden we naar Bergambacht). Het bandje met ‘Felicita’ werd tot in den treure gedraaid. Ik heb de tekst heel lang verkeerd begrepen: ik dacht dat het over de stad ging, città in het Italiaans. Maar het gaat over geluk: felicita. Laat ik jullie dat nu net willen meegeven!

Ik en mijn cassettedeck in 1987

 

 

Zondag croissantdag

Eigenlijk is het heel erg. Toch drijf ik er de spot mee. Getuigt dat van lef of is het gewoon dom? Ze zeggen dat de liefde van de man door de maag gaat. In mijn geval kan er dan geen sprake meer van liefde zijn. Alles is de laatste tijd namelijk in mijn eigen ronde buikje beland.

Wat is het geval? Romantische ziel die ik (stiekem) toch ben, had ik voor in het weekend zelf in elkaar te rollen croissantjes gekocht. Om samen in de ochtend van te genieten op de zalige zondag. Twee weken achter elkaar had ik mij vergist in dit knusse samenzijn. Boef bleek de ene keer namelijk storingsdienst te hebben en te moeten werken, de andere keer was er iets anders belangrijks (ben even vergeten wat). Dat bracht mij dat ik alleen in de keuken aan de slag ging met deze lekkernij.

Het geurde heerlijk in huis. De oven piepte en ik at braaf en gelukzalig mijn deel van de croissants op. Dat betekende dat er nog twee op Boef lagen te wachten. En… naar mij te lonken. ‘Ach,’ dacht ik, ‘Nog eentje kan wel.’ Toen was er nog maar één over voor mijn wederhelft. Ook die kon ik niet laten liggen en hebberig en hongerig vermaalde ik het krokante baksel tussen mijn kiezen.

Afgelopen zaterdag vertelde ik dit verhaal tijdens een feestje aan mijn collega’s van de post. De lachers kreeg ik ermee op mijn hand. Ik dronk maar niet teveel, want -was het verhaal- deze zondag zouden Boef ik wel samen smikkelen en smullen. Eén collega was zelfs zo vreg om te zeggen dat ik dit weekend zelf niks mocht eten. Alles was voor Boef. Ik ben wel goed, maar niet gek. Die ochtend aten we er ieder twee. Geluk zit in een klein hoekje. Boef beweert dat hij alles onthouden heeft en dat zijn wraak zoet zal zijn. Ik hoop zo zoet als een door hem gebakken appeltaart. Die ik dan ook nog eens alleen mag opeten. Maar dat zal wel niet.

De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?

De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?