Tag: De Koppelkerk

Troost

De afgelopen maanden heb ik drie keer live een online bijeenkomst van De Koppelkerk bijgewoond. In maart een Kenniscafé over de bange mens door Daan Heerma van Voss, in april een Literair café over de ziel door Désanne van Brederode en in mei een Literair café over kunst, filosofie en tijd door Joke Hermsen. Deze bijeenkomsten werden goed geleid door Sylvia Heijnen, directeur van de Koppelkerk. Ik ben er veel wijzer van geworden en heb het boek van Daan genaamd ‘De bange mens’ en ‘Ogenblik en Eeuwigheid’ van Joke inmiddels gretig gelezen. ‘De tas’ van Désanne staat nog op mijn verlanglijstje. De bijeenkomsten zijn terug te zien op https://koppelkerk.nl/terugkijken/

Moed

Ik merk dat het in deze tijden van corona goed is om af en toe je zinnen te verzetten. De Koppelkerk biedt uitkomst. Petje af dat ze elke week zo’n mooi programma aanbieden! Luisterde ik in het begin vooral luisterboeken van de Bibliotheek, na verloop van tijd kreeg ik toch meer behoefte aan interactie. De samenleving die langzaam weer open gaat, heeft lange tijd (gedeeltelijk) op slot gezeten. Toen alles rond het virus zich net aandiende probeerde ik enthousiast de moed erin te houden en mensen die het leuk vonden stuurde ik na een oproep brieven en kaartjes. Soms ook ongevraagd iemand waarvan ik wist dat hij of zij het moeilijk had. Nu weet ik wel dat ik het relatief makkelijk heb: ik heb mijn banen nog, kom nog redelijk onder de mensen en heb geen huidhonger. De offers die ik heb moeten brengen waren voornamelijk luxe-problematiek: ik kon geen boekpresentatie van ‘Verzinhoofd’ houden, geen workshops ‘Schrijf glans aan je barst’ geven, niet meer naar concerten en feestjes. Ook ben ik vrij gezond. Ik probeerde met de verhalen op mijn blog de burger moed te geven. Mezelf trouwens ook. En in het begin lukte dat aardig. 

Bang

Nog steeds krijg ik wel opmerkingen over mijn posts op social media. Dat het leuk is om ze te volgen. Toch merk ik dat mijn acties niet echt meer binnenkomen in de harten van mijn fans. De mensen zijn moe, bang en op. Laten hun hoofd een beetje hangen. Ik zie het aan mijn oma van 98 waar ik samen met Boef afgelopen weekend even was. Het doet mij verdriet dat zij in de laatste fase van haar leven nog eenzamer is geworden. Zij kan het nieuws niet behappen en daarmee ook het leven niet meer. Dat snijdt je als kleindochter door de ziel. Wat kan ik doen? Een keer op bezoek (maar ik woon ver) en dan veel lekkers voor later meenemen, brieven sturen, kaartjes sturen. Gedachten in een hoofd kan je echter niet wegnemen. En dan heb ik ook nog mijn eigen gedachten over anderen die het moeilijk hebben. Ook ik ben bang voor de toekomst. 

Woordkusje

Ik probeer de moed erin te houden. Leuke dingen te doen, mijn dromen die ik nog steeds heb met de beperkte mogelijkheden die er zijn uit te voeren. Ik probeer licht en liefde te verspreiden. Dat is niet altijd makkelijk, omdat alles in de samenleving ontwricht is geraakt. Komt er ooit een nieuwe balans? Wordt het mooier? Of juist slechter? Met mijn woorden wil ik troost bieden in deze onzekere tijden, maar ik wil zelf ook getroost worden. Dat doet Boef gelukkig, maar ook de online bijeenkomsten van de Koppelkerk zorgen voor een gevoel van geliefd en welkom zijn. Kunst in wat voor vorm dan ook als troost, om hoop te houden, de moed niet te verliezen. Ik zoek troost om te kunnen troosten. En huil mee met de mensen die huilen en geef ze een knuffel in taal. Een woordkusje. Het is misschien niet veel en soms zit er misschien in de taal wat afstand door de tijd en ruimte. Mijn intentie overbrugt echter elke kloof en ik voel liefde voor iedereen die het wil ontvangen. Ik strek mijn hand nu door deze regels ook naar jou uit en woel je haren liefdevol door de war (mocht je die hebben). Een kusje op je voorhoofd. En een hele dikke kus voor de Koppelkerk voor hun troost. Zonder dat had ik het niet gered! Smak!

De boeken die mij de afgelopen weken troost boden. Foto: Rabarbara

Herinneringenla

Het voornemen was plotseling weer daar. Het kwam vanochtend en de goden verzochten mij om er mee aan de slag te gaan. Ik heb hen niets gevraagd. Het toeval bracht ons samen. Sinds ik mij kan heugen heb ik in korte verhaaltjes over mijn leven verteld. Altijd kwamen daar lange en minder lange tussenpozen om de hoek kijken. Vanwege omstandigheden: Echt Groot Leed of Echt Groot Geluk. Beide dooddoeners voor mijn schrijven. Om de tekenen die vandaag tot mij kwamen, kon ik niet heen: ik dien mijn leven weer op te schrijven in al dan niet grappige columns.

 

Herinneringenla

Vanochtend in alle vroegte zat ik beneden op de bank toen er woorden in mijn hoofd begonnen te zingen. Ik dacht eerst dat er zich een verhaal aandiende, maar er ontstond een gedicht over het feit dat ik weer verhalen moest gaan schrijven voor mijn herinneringenla. “Natuurlijk”, dacht ik bij mijzelf, “Natuurlijk heb je weer een idee. Zucht. Zal je het ook dit keer weer tot in de kleinste details kunnen en willen uitvoeren?” Ik kroop terug in bed, vertelde Boef mijn plan. Hij lachte alleen maar en wreef mij onder de neus dat ik beloofd had dat ik niets nieuws meer zou beginnen aangezien ik de laatste tijd van hot naar her aan het rennen was geweest. “Dit is niet nieuw,” legde ik hem uit, “Dit is zo oud als de weg naar Rome. Nog ouder zelfs.” Ik geloofde mijzelf en wist dat ik gelijk had. Ik had het wiel niet uitgevonden, maar het wiel mij.

Dit gedicht schreef ik vanochtend over het feit dat ik weer verhalen moet gaan schrijven.

 

Ik kocht ze

Het tweede teken kwam toen ik met Brenda bij De Koppelkerk in Bredevoort was. We gingen naar de tentoonstelling van Herman Brood en vonden de duurste schilderijen het lelijkst. We keken naar de de overwegend primaire kleuren en bewonderden Hermans sjabloongebruik. Tijdens de cappuccino met monchoutaart die we in het Boekencafé nuttigden viel Brenda’s oog op een boek onder de toonbank: ‘Jozzy, het bibsboek’ geschreven door Alex van der Hulst. Wat een grappige titel! Ze pakte het, las de flap en gaf het aan mij. Ik las de flap ook. Intrigerend. Eigenlijk wilde ik geen boeken kopen. Eigenlijk wilde ik niet meer lezen. Ik zag nog een boek lonken: ‘Ik keek naar boven en had geen idee, verzamelde radiogollums’ van Gerjon Gijsbers. “Kopen die hap!”, dacht ik. En ik kocht ze.

Thuisgekomen toog ik naar mijn atelier met groene zitzak. Lezen, lezen, lezen. Het boek Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer kon wel even wachten, ook al was ik erin begonnen. Al lezend vond het wiel mij uit. De woorden stroomden in mijn hoofd en ik kreeg een visioen van dansende schildpadden. Teken drie.

 

De boeken die ik in De Koppelkerk kocht toen ik met Brenda naar de tentoonstelling van Herman Brood ging kijken.

 

Zinnen tot verhalen gieten

Aan dromen moet je werken. Rustig en gestaag. Geef ze de ruimte, spreek ze uit en maak dat ze waarheid worden. Ik weet: niet alles in het leven is maakbaar. Ik weet ook: dromen zijn geen bedrog.

Ik wil nog een boek schrijven. Met mooie harde kaft en leeslint. Een verzameld werk. Verzamelde columns. Sprekende foto’s. Daarvoor moet ik meters maken. Veel woorden in zinnen rijgen. Veel zinnen tot verhalen gieten. Ik ga weer gedachten voor jullie vertalen in woordkunsten. Ik dompel mijn schouders onder in discipline. Het voornemen was er al. Weer. Dit is het resultaat. Weer. De goden hebben gesproken. Weer. Mijn herinneringenla wordt weer gevuld.