Tag: Achterhoek

Een stadse in de Achterhoek: nieuwe oplage en e-book

Ik ben weemoedig en blij tegelijk. Op de foto staan de laatste twee exemplaren van ‘Een stadse in de Achterhoek’. In ruim drie jaar tijd verkocht ik meer dan 100 boeken. Dat had ik van te voren nooit durven dromen! Omdat ik nog steeds op markten sta en regelmatig netwerkbijeenkomsten bezoek, heb ik gisteren een vijftigtal nieuwe boekjes besteld bij Blurb. Ook om mezelf weer trots te maken op een leuke boekenvoorraad. Ik heb er gelijke en e-book van laten maken, voor de moderne mens.

Ik weet dat de meeste mensen uit mijn netwerk het boekje al hebben, maar mocht je iemand weten die het beslist moet lezen, laat dat een bericht achter onder deze post. Onder de reageerders verloot ik een e-book.

De laatste twee exemplaren van ‘Een stadse in de Achterhoek’.

 

‘Opnieuw beginnen’ blikt achter de façade

Herinneringen vervliegen niet en beloftes blijven. Ook al is het nu bijna een jaar na dato. Het was een avond in april dat ik met Annekée lekker Italiaans ging tafelen in Vorden. Voordat we richting pop-up restaurant zouden gaan, wilde Annekée graag naar de boekpresentatie van Annemartien Berkelaar, een medecursiste van haar schrijfcursus. Deze boekpresentatie was in de Koppelkerk in Bredevoort en aangezien ik zelf schrijfster ben, zei ik vrij en blij:”Ik ga mee!”

 

Familieroman

In het drukbevolkte Boekencafé hoorde ik de verhalen van verschillende sprekers over Annemartien en haar debuut ‘Opnieuw beginnen’. Zelf hield ze ook een erg prikkelend praatje over haar boek en de weg er naartoe. ‘Opnieuw beginnen’ is een familieroman over de vijftigjarige Thea die vanuit de Randstad naar de Achterhoek verhuist. Met gespitste oren luisterde ik naar alles wat er gezegd werd, want mijn aandacht was na deze informatie enorm getrokken. Ik heb immers zelf ook een boek geschreven over mijn integratie als stadse in de Achterhoek. Hierdoor ben ik erg nieuwsgierig naar de belevenissen van andere import-Achterhoekers. Ondanks het feit dat dit boek fictie is en niet autobiografisch (ik smelt zoals jullie weten bij persoonlijke levensverhalen) kocht ik het toch resoluut.

 

Goed gevoel

De tijd verstreek en andere boeken kwamen op mijn pad. Steeds lokte het fraai groene exemplaar met vlinders op de kaft mij toe. Een paar weken geleden pakte ik het en begon met lezen. Direct werd ik gegrepen door de herkenbaarheid. De zaken waar ik mee worstelde toen ik in de Achterhoek kwam wonen, worden erg inlevend beschreven. Ook de rauwe randjes. Zoals het feit dat Achterhoekers eerst de kat uit de boom kijken en je dan pas opnemen in hun midden. Als je dan eenmaal in hun midden zit, is het voor altijd. De tussenperiode, die doet wat met je. In het boek kun je heel goed lezen wat. Verder wordt een ontluikende vriendschap beschreven tussen Thea en de veel jongere Simone, die na haar scheiding op zoek is naar een nieuwe levenspartner en vader voor haar kinderen. Daarbij wordt ook een inkijkje gegeven in hoe het eraan toe gaat op datingsites. Wat ik knap vind, is hoe er een opkomende depressie bij Thea wordt neergezet en hoe ze deze, samen met Simone, te lijf gaat. Ik zal het einde niet verklappen, maar het geeft je wel een goed gevoel over de Achterhoek. Een goed gevoel dat ik ook heb.

 

Achter de façade

Het boek leest prettig en er komen veel dialogen in voor. Het is echt een aanrader voor alle mensen uit de Randstad die naar de Achterhoek zijn verhuisd en zich afvragen of ze de enige zijn die bepaalde emoties doormaken. Voor Achterhoekers die willen leren begrijpen wat hun nieuwe bewoners soms kunnen doormaken is dit boek ook een must. Je kan namelijk niet alles aan de buitenkant zien! Dit boek blikt achter de façade.

Het boek is verschenen bij Zomer en Keuning en daar ook te bestellen. Op deze link vind je meer informatie en kan je ook het eerste hoofdstuk lezen.

 

De lieflijke kaft van een boek over de Achterhoek met haar mooie, maar ook rauwe randjes.

(te) Gek: Linda Commandeur

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

‘Ik wil opnieuw iets opschudden. Dat is mijn gekkigheid’

Ze durft zichzelf helemaal bloot te geven. Geen reserves. Geen façade. Gewoon de naakte waarheid. Linda Commandeur, inspirator op avontuur met haar bedrijf Gewoon! Commandeur, laat in het dagelijkse leven regelmatig het achterste van haar tong zien. Toch beweert ze: “Ik doe niet zulke gekke dingen als je denkt in termen van apart, gekkigheid of kattenkwaad. Toch vinden andere mensen mij vaak te gek. Ik doe gewoon normaal. Heel veel mensen houden zich in. Ze doen niet wat ze zelf belangrijk vinden, maar wat een ander van hen verwacht. Ik doe nu al jaren wat ik zelf wil en krijg daardoor veel voor elkaar.”

“In de Achterhoek wordt veel gezegd: doe maar normaal dan doe je al gek genoeg. Maar eigenlijk is normaal doen je niet aanpassen aan de ander. Eigenlijk is normaal zijn gewoon doen wat bij je past. Dit wordt soms gek gevonden, maar is eigenlijk te gek,” maakt Linda al snel haar punt.

In haar leven is Linda tegen de nodige weerstanden opgelopen, daarvan geeft ze een voorbeeld: ”In 2012 startte ik met BS22, de ideeënwerkplaats in Groenlo. In het begin riep dat veel vragen op. Mensen zeiden tegen mij ‘Denk je wel dat je dat kan?’ en ‘Daar zit toch niemand op te wachten?’ Er werden een heleboel redenen gegeven om het niet te doen. Ikzelf geloofde heel sterk dat mensen wél zaten te wachten op het delen van hun ideeën en een aanmoediging nodig hadden hierin. Nu is het een succes. Het is veel groter geworden dan ik ooit had durven dromen. En veel van de mensen die het in eerste instantie hun vraagtekens hadden, zijn nu helemaal om.”

 

Zichtbaar

In haar boek ‘Zo simpel is het dus wel’ schrijft Linda over gevoelige en persoonlijke dingen. Een keuze die ze bewust heeft gemaakt: “Ik deel dit omdat ik wil dat andere mensen bij zichzelf te rade gaan. Ik wil ze een spiegel voorhouden, zodat ze iets van zichzelf vinden en zelf iets gaan doen. Ik heb het absoluut niet geschreven om de lezer iets van mij te laten vinden. Een mooi compliment dat ik heb gekregen is dat het ‘eng herkenbaar’ is. Die persoon kon er nu niet meer onderuit om zijn dromen te gaan najagen. Met mijn boek wil ik ook laten zien dat als je echt iets wil, het ook kan. Er zijn altijd mensen bereid je te helpen.”

“Ik kijk met een positieve insteek naar kansen en mogelijkheden. Daardoor val ik ook op. Achterhoekers zijn vaak bescheiden. Ik vind dat zij best vaker kunnen zeggen waar zij trots op zijn. Bescheidenheid is goed in de zin van: niet lullen, maar poetsen. Of: met beide benen op de grond blijven staan. Maar als je daarmee ‘niet zichtbaar’ zijn bedoeld, ontneem je anderen en jezelf iets moois,” is Linda’s stellige overtuiging.

Tot slot lacht Linda:”Het is nu, na mijn boek, weer tijd voor nieuwe gekke dingen. Ik wil opnieuw iets opschudden. Dat is mijn gekkigheid.”

xxxxxx

Uiteraard heeft Rabarbara ook ‘Zo simpel is het dus wel’ gekocht en gelezen. Nieuwsgierig naar wat het met haar deed? Klik dan hier

 

Linda aan het speechen tijdens haar boekpresentatie van 'Zo simpel is het dus wel' (foto: Madelon Tijdink)
Linda aan het speechen tijdens haar boekpresentatie van ‘Zo simpel is het dus wel’ (foto: Madelon Tijdink)

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

Dikke foeke

Afgelopen week dacht ik ook een mondje Achterhoeks te spreken. Veel collega’s bij de post zijn nu met vakantie, dat betekent dus extra werken. Lachend zei ik op het depot: ’Dat is aan het eind van de maand mooi een dikke foeke!’, doelend op het extra geld dat ik nu ga verdienen. De betekenis van dikke foeke was volgens mij namelijk: heel veel geld. Thuisgekomen zei ik trots tegen Boef dat ik onze vakantie wel van mijn dikke foeke van deze maand zou betalen. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Weet je wel wat je zegt?’, vroeg hij me. ‘Weet jíj wel wat ìk zeg?’, diende ik hem van repliek ‘Ik praat nu namelijk Achterhoeks met je.’ Na wat heen en weer gepraat kwam ik erachter dat volgens Boef ‘foeke’ geen geld, maar ‘blaas’ betekende. Ik ging het internet op en daar vond ik dat foeke een valse vrouw, kreukel of rimpel betekende. Nergens kwam ik de betekenis ‘heel veel geld’ tegen. Plotseling bekroop mij een gevoel van schaamte, want in de afgelopen dagen had ik met veel mensen vol trots over mijn dikke foeke gepraat. Misschien had niemand me nu echt begrepen en hadden ze allemaal gedacht: ’Laat die stadse maar lullen, Achterhoeks kan ze niet.’

Het werd tijd voor een hulplijn: de collega’s. Ik gooide de uitdrukking in de WhatsApp groep. Er waren uiteenlopende reacties: sommigen kenden het niet, maar een collega die de uitdrukking vaak gebruikt meldde dat het wel degelijk ‘heel veel geld’ betekent. Mijn collega’s schakelden ook weer hulplijnen in, want misschien werd het alleen maar gebruikt binnen een bepaalde familie. Dat bleek niet zo te zijn, ook mensen buiten die familie kenden de uitspraak. Al append kwamen we op het liedje dat gezongen wordt bij de foekepotterij, een gebruik op Oudejaarsavond. Dan gaan de kinderen met een foekepot langs de deuren en zingen ze het liedje: ‘Foekepotterij, foekepotterij, geef mien un cent, dan goa ik weer veurbij’. Een foekepot is een volksmuziekinstrument bestaande uit een aardewerken pot met een vlies (blaas, Boef heeft dus ook gelijk!) erover gespannen. Door het midden van het vlies wordt een stokje gestoken. Het bewegen van die stok zorgt voor geluid. Vroeger werden de zingende kinderen beloond met geld, tegenwoordig kan dat ook snoep zijn. Ik had nog nooit van dit gebruik gehoord, maar mijn collega’s hebben heel lief het liedje voor mij gezongen. Nu ben ik nog meer ingeburgerd in de Achterhoekse gewoontes en gebruiken.

Doordat uitdrukking niet bij iedereen bekend is, heb ik ook de Achterhoekers zelf nog wat geleerd over hun eigen taal. Al blijven sommigen volhouden (ik noem geen namen) dat het gebruik van ‘dikke foeke’ oneigenlijk gebruik is van het Achterhoeks. Maar daarover meer in een volgend blog.

Geen bier in mijn blote kont

Een van de eerste dingen die mij in de Achterhoek opviel, was de hoeveelheid bier die hier gedronken wordt. Zelf ben ik een matige drinker en lust ik geen bier. Tijdens mijn studententijd in Leiden heb ik wel geprobeerd om van dat gele vocht te gaan houden, want ‘bier drinken moet je leren’ was het motto. Na een poosje in die veronderstelling geleefd te hebben, besloot ik dat dat klinkklare onzin was. Ik bleef de smaak van bier ronduit smerig vinden. Daarom stapte ik over op de zoetere drankjes.

Tijdens het stappen in mijn randstedelijke periode kwam ik, geloof het of niet, wel eens dronken mensen tegen of trok ik op met een groepje dat zich een avond ging bezatten. Een echte bierleek ben ik dus niet. Tenminste, dat dacht ik. In het begin van mijn relatie met Boef gingen we eens de bloemetjes in een plaatselijke kroeg buiten zetten. We waren met een groot gezelschap en elke keer als er een rondje bier werd gehaald, werd mij een port voorgeschoteld. De barvrouw was niet zuinig, ik kreeg geen portglas, maar een wijnglas vol. Gulheid kan je de Achterhoekers niet ontzeggen, dat is een ding dat zeker is.

Toen ik besloot om een rondje te geven, bestelde ik braaf voor de bierdrinkers een flesje bier en voor mezelf maar een cola. De port was een beetje naar mijn hoofd gestegen en ik liep al te wankelen op mijn benen. Met mijn goede bedoelingen kwam ik bij de groep terug. Al flesjes uitdelend merkte ik dat er door sommigen besmuikt werd gelachen. Helemaal toen ik Boef een flesje overhandigde. Pas veel later begreep ik wat het euvel was: ik had pijpjes besteld in plaats van halve liters. En ja, dat is in bierland vloeken in de kerk. Het is bijna nog erger dan een ander merk boven Grolsch te verkiezen, heb ik mij laten vertellen.

De avond vorderde en vorderde en het bier bleef maar aangesleept worden. ‘Zijn ze nou nog niet dronken?’ vroeg ik mij af, toen we ons al in de kleine uurtjes bevonden. De drinkers die ik in het Westen van het land kende, zouden allang knock-out zijn gegaan. Hier liep iedereen er nog fris en fruitig bij. Het leek wel of ze immuun waren voor de alcohol. Ein-de-lijk hadden de mannen ook genoeg van het bier. We gingen naar huis. ‘Waar ben ik in verzeild geraakt?’, dacht ik nog voordat ik in slaap viel. De volgende ochtend stond Boef met nauwelijks een kater vrolijk zijn tanden te poetsen, terwijl ik de slaap met moeite uit mijn ogen wreef en de naweeën van de vorige avond grondig voelde.

Inmiddels weten de mensen hier dat ik niet meedrink in het groepstempo, zelfs niet als ik een cola-dagje heb. Na drie glazen krijg ik namelijk al een cola-buik. Wat ik wel heb geleerd, is om een flinke bodem in mijn glas te laten zitten als ik nog geen dorst heb, want zodra een glas bijna leeg is, is het gebruikelijk om een nieuwe -en wel tot de rand toe gevulde- voor je neus te krijgen. Dit in tegenstelling tot het Westen, waar je rustig een paar uur met niks in een uitgaansgelegenheid kunt staan of zitten en waar de glazen lang niet zo vol zijn.

Dus sorry lieve Achterhoekers, dat ik geen liters bier met jullie zuip en zeker niet in mijn blote kont, zoals de streekband ‘Mooi Wark’ zo prachtig zingt. Ik houd het bij mijn portjes en likeurtjes en een enkele keer een zoete witte wijn (maar dan wel een lekkere!). Kunnen jullie daar mee leven?

Bier?!
Bier?!