Het grote schrijf-doe-boek #week1dag1

Uitdagingen ga ik graag aan. Zeker als ik mezelf naar een hoger plan wil tillen. Of ik deze ga volhouden is nog maar de vraag. Vandaag wil ik het met heel mijn hart en ziel. En morgen denk ik ook nog wel. Maar of ik het een jaar lang volhoud? Ik hoop van wel. En ik wil het ook wel. Maar soms verander je in je leven van koers of van gedachten. Al kan ik wel stellen dat ik trouw ben en nooit beloftes breek. Afspraak is afspraak, maar de valkuil zit hem in het moeten. Als ik iets moet, ook al is het van mijzelf, dan vind ik het al niet meer leuk. Ik wil de vrijheid hebben om mee te kunnen deinen op de golven van het leven en misschien past deze uitdaging daar straks wel niet meer bij. Laat ik dan een intentie neerzetten om mezelf wat ruimte te geven. Rabarbara: “Ik heb de intentie om deze uitdaging 365 dagen aan te gaan en ik mag zelf weten welke 365 dagen dat zijn. Ik mag er langer over doen. Zo lang als ik wil.” Ja, dat voelt al beter. Veel beter

Te slim?

Wat is het geval? Want er is duidelijk iets aan de hand. Ja! Dat klopt! Vandaag was ik namelijk in Het Stenen Museumwinkeltje om voor mijzelf een mooie ketting te kopen. In dat winkeltje zijn ook veel boeken te vinden. En dat is ook nog eens prachtig, geestelijk verrijkend leesvoer. Daarom ga ik er maar niet te vaak naartoe. Dat is niet goed voor mijn portemonnee. En ik moet natuurlijk niet ook te slim worden en te veel te weten komen. Dan zou ik nog weleens een schrijvend wiel kunnen gaan uitvinden en daar zit toch niemand op te wachten?

De ketting die ik vandaag voor mezelf gekocht heb. Foto: Boef

Blijven uitdagen

Toch kom ik vaker in de winkel dan mijn paarse beurs lief is, maar niet zo vaak als ikzelf zou willen. Vandaag was ik er dus. En vandaag viel mijn oog op ‘Het grote schrijf-doe-boek: 365 oefeningen, tips en ideeën voor een heel jaar schrijven’ van Louis Stiller. Nieuwsgierig bladerde ik erin. Een seconde twijfelde ik, want ‘als ik iets moet, dan…’ een seconde later besloot ik dat ik de sprong wilde wagen. Als schrijver moet je blijven leren en jezelf blijven uitdagen. 

Vanavond lag ik in bed en dacht ik:”Ik begin morgen.” Toen dacht ik:”Nee, ik begin nu!” Dus ik snelde naar beneden en pakte het boek, las de inleiding en van week 1, dag 1. Tegen de tijd dat ik dit blog af heb, is het al morgen. Dus ben ik terug bij mijn eerste gedachte.

#week1dag1

Aan die opdracht kon ik snel voldoen: richt een schrijfplek in. Nu schrijf ik heel mijn leven al en heb ik verschillende schrijfplekken in huis. Ik heb een werkkamer waar ik ongestoord kan schrijven, maar soms zit ik gewoon in de woonkamer op de bank of aan tafel. Soms schrijf ik uren in bed, soms op straat, soms op de wc of in de bus. Al naar gelang mijn stemming. Ik kan overal wel werken. Een vaste plek zou mij verlammen en de grilligheid van mijn inspiratie doden. Ik werk waar de inval ontstaat en die kan overal zijn. De benodigheden om te kunnen schrijven heb ik ook: notitieboekjes en pennen in overvloed. 

Ik ben gestart!

Het boek waar het om draait. Foto: Rabarbara

(te) Gek: Sander Esselink

‘Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn’

Bezig baasje Sander Esselink doet van alles: docent tekenen en decaan op het Marianum in Lichtenvoorde, druk met jongerenwerk in Beltrum en ook nog bezig met verschillende soorten vrijwilligerswerk. Wat niet veel mensen van hem weten, is dat hij sinds zeven jaar van alles verzameld wat met kunst te maken heeft. Hij haalt het overal en nergens vandaan. Sander vertelt over zijn uit de hand gelopen hobby: ”Ik verzamel voornamelijk items die met de naoorlogse kunst van bijvoorbeeld Cobra te maken hebben zoals de documentatie van schrijvers, dichters en kunstenaars die daarbij hoort. Die documenten zijn ook boeiend, want die vertellen het verhaal van de stroming waar de werken toe behoren. Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn. Waarom ik iets mooi vind, kan ik eigenlijk niet zeggen. Kunst moet mij gewoon aanspreken. Het geeft een kick om iets te kunnen bemachtigen.”

“Het is begonnen bij een galerietje in Amsterdam. Daar zag ik werken van een bekende kunstenaar die niet duur waren. Bijvoorbeeld een Theo Niemeijer. Die heb ik aangeschaft en toen was het hek van de dam,” legt Sander uit, “Ik heb items van verschillende kunstenaars en ook een aantal werken en koffiekannen van Klaas Gubbels. Hij staat bekend om zijn koffiekannen. In het begin vond ik die absoluut niet mooi, later ben ik van gedachten veranderd en schafte ik als eerste een schilderij met een roze koffiekan aan. Zijn werk is imperfect en heeft iets onhandigs, een soort houterigheid. Dat maakt het charmant. Klaas heeft mij een keer gebeld toen ik hem mailde dat ik een opdracht met zijn werk als referentie in de klas gaf. Ik heb ook een brief en kaarten van Klaas Gubbels aan Jan Cremer. Die heb ik ooit ergens op de kop getikt.”

Beeld en verhaal

Sander:“Ik kon altijd goed tekenen en heb de kunstacademie in Kampen gedaan, want ik wilde altijd tekenleraar worden. ‘Lekker geld verdienen met iets wat ik leuk vind’, dacht ik toen heel simpel. Daarna heb ik Kunst- en Kunstbeleid in Groningen gestudeerd. Ik zie mijzelf niet als een kunstenaar, want ik ben niet echt als maker bezig en heb ook geen exposities. Ik ben meer een verzamelaar en kunstkenner. Tegenwoordig houd ik mij voornamelijk bezig met het verzamelen van bijzondere kunstgerelateerde items. Ik kan iets mooi vinden zonder het verhaal erachter te kennen, want ik kijk altijd eerst naar het beeld. Als ik achter het verhaal kom, kan ik het item vaak nog meer waarderen. Dan gaat het echt leven.”

Sander toont vol trots een koffiekan van Gubbels voor een schilderij van Gubbels. Foto: Barbara Pavinati

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

Gregory Herpe

Wauw! Supertrots op deze prachtige foto die Grégory Herpe tijdens zijn Artist in Residence bij Lokalen van mij met mijn pennenmasker heeft gemaakt. Ik verberg mij als schrijfster van de oude stempel achter mijn (soms) wijze woorden die een onwaarschijnlijke waarheid spreken. Toch moet ik daar stiekem ook om lachen. Kijk maar goed naar mijn ogen! Dit is mijn statement in tijden van corona!

Lancering ‘Verzinhoofd’

Het is een miraculeus en voldaan gevoel om je eigen gedachten letterlijk en daarmee ook figuurlijk in de hand(en) te hebben. Gedachten die je jaren tot in den treure herkauwd hebt, eigenlijk niet wilde doorslikken, maar uiteindelijk omgevormd hebt tot een klein en fraai kunstwerk. Wat zeg ik nu? Klein kunstwerk? Groot bedoel ik uiteraard! Met haar 30 centimeter bij 30 centimeter is ‘Verzinhoofd’ een boek geworden waar je niet omheen kunt. Ik heb haar zelf vormgegeven en laten drukken bij Blurb. Het resultaat mag er meer dan zeker zijn! Liever had ik plaatselijke ondernemers de opdracht gegund in deze rare tijden, maar daar had ik de financiën niet voor. 

Afgelopen vrijdag kwamen de twintig boeken per post. Met UPS. Ik heb een kleine oplage later drukken. Speciaal voor de liefhebbers, met enkele reserve-exemplaren voor eventuele toekomstige kopers. Niet iedereen had zo’n dikke portemonnee dat ze deze luxe uitvoering konden bekostigen, waarvoor alle begrip. Voor hen had ik nog een fijn e-book in de aanbieding. 

Fans

Bij mijn fans in Lichtenvoorde ben ik dezelfde avond nog op de fiets langs geweest om het boek persoonlijk te overhandigen. Vandaag vrolijk trappend in het zonnetje op pad naar Bredevoort. Mijn familie die in het westen woont, stuur ik ‘Verzinhoofd’ op per post en enkele andere vrienden en kennissen komen binnenkort theedrinken en haar ophalen. 

Als ‘lancering’ heb ik een filmpje opgenomen dat ik op Facebook en Instagram heb gedeeld. Helaas kon ik het niet uploaden op dit blog. Ik denk dat het bestand te groot is. Op het filmpje heb ik veel lieve en hartverwarmende reacties gehad. Iets waar ik erg dankbaar voor ben. 

Op de top

Met ‘Verzinhoofd’ heb ik mijn zegje gedaan en kan ik eindelijk voluit ademen. Mijn leven (tot nu toe) is in perspectief gezet. Er komen vast wel andere boeken met nieuwe perspectieven, want zo is het leven. Een bergslingerweggetje met zijpaadjes en dwalingen. Voor mijn gevoel sta ik nu op de top van de berg en kijk ik rond met een frisse en fruitige blik. Hoger hoef ik niet te klimmen. Ik heb alles al. Maar misschien wacht er een nieuwe uitdaging op mij, moet ik nog een top halen of sla ik mijn vleugels uit en ga ik vliegen tussen de sterren? Wie zal het zeggen?

Wat ik wel kan zeggen is dat ik blij ben en dat ik geboft heb. Geboft met alle mensen die op mijn pad zijn gekomen en die mij de hand hebben gereikt. Nu is het mijn beurt om hen en anderen de hand te reiken. En dat doe ik met dit boek, met mijn woordenkracht en mijn hart. Ook met de verhaaltjes op dit blog. Dus blijf mij lezen! 

‘Verzinhoofd’ is een boek om trots op te zijn

Twee sprookjes die ‘Verzinhoofd’ niet haalden: laat het monster zien!

Goede afloop

Eind goed, kaal goed.

Er was eens een meisje dat kaal was. Dat vond ze heel erg. Ze schaamde zich er erg voor en droeg daarom een pruik die ze nooit afdeed. Niemand, op haar ouders na, wist dat ze kaal was. Ze zorgde ervoor dat ze altijd stiekem de pruik op kon zetten en dat hij goed zat. Als mensen spraken over het naar de kapper gaan, deed ze leuk met de gesprekken mee. Terwijl ze nooit naar de kapper ging. 

Op een dag werd ze verliefd op een jongen. Dat vond ze heel moeilijk. Want ’s nachts deed ze haar pruik altijd af. Zou ze ooit wel met deze jongen kunnen trouwen? Zou hij dat wel willen met haar met dat lelijke kale hoofd? In het begin verzon ze smoesjes om niet te blijven slapen en lijmde ze de pruik met extra veel lijm op haar hoofd. 

Op een dag viel de pruik van haar hoofd. De jongen zag het. Het meisje vluchtte weg naar haar ouders. Ze huilde en huilde. De jongen kwam haar achterna. Hij hield van haar en wilde haar helpen. Hij vond haar mooi. Ook zonder pruik. En zo leerde het meisje dat ze kaal ook mooi was. Langzaamaan vertelde ze de mensen dat ze kaal was en dat ze een pruik droeg. Niemand vond het erg. En er kwam een dag dat ze haar pruik afdeed. Haar kale hoofd glom in de zon. De mensen vonden haar kale hoofd mooi en gingen allemaal hun haren afknippen om zo mooi te zijn als zij. Het meisje was er verbaasd over en ging haar hoofd steeds beter verzorgen. Ze smeerde er verf op en gaf hem soms een kleurtje met verf. Ze stak de draak met haar kale hoofd en iedereen moest erom lachen en bewonderde haar daarom.

Alle pruiken in het land werden verboden toen de koning zag hoe gelukkig het land was met de kale hoofden van iedereen. Er waren ook mensen die geen schoenen meer gingen dragen of die hun masker afzetten. De wereld werd er een stuk mooier en echter door. 

Slechte afloop

Eind goed, kaal goed.

Er was eens een meisje dat kaal was. Dat vond ze heel erg. Ze schaamde zich er erg voor en droeg daarom een pruik die ze nooit afdeed, alleen als ze ging slapen. Op een dag toen ze voor het slapen gaan haar pruik afdeed, zag ze dat er iemand voor haar slaapkamerraam stond met een fototoestel. Hij maakte een foto van haar in pyjama met haar kale hoofd. De volgende dag stond het op de voorpagina van de krant. Het meisje durfde haar huis niet meer uit en sloot zichzelf op. Ze at dagen niet meer, want haar koelkast was leeg. Ze kon alleen nog maar water drinken. In haar brievenbus vond ze allemaal haatbrieven en lelijke tekeningen van mensen die haar lelijke en stom vonden. Het meisje huilde en huilde. Lag alleen in bed en haatte haar pruik. Ze deed de gordijnen goed dicht, want iedereen stond onder haar raam. Sommigen gooiden stenen tegen haar raam. 

Het meisje was doodongelukkig en bang om te leven. Ze ging bijna dood. Tot er op een dag een roze brief in de brievenbus lag. Hij viel op, want hij was heel groot. Hoe hij er doorheen had kunnen vallen, was een raadsel. Het meisje las de brief. Er stonden allemaal lieve woorden in van een meisje dat ook kaal was. Dat meisje vond haar lief en had medelijden met haar. In de brief had ze allemaal hartjes gestopt. Deze hartjes gingen voor het meisje dansen en zingen en gaven het meisje moed. Er zijn dus nog meer kale meisjes in het land! Ze besloot dat ze die allemaal wilde ontmoeten. 

Ze verbrandde haar pruik, smeerde haar hoofd vol vet en ging naar buiten, de joelende menigte in. De hartjes dansten om haar heen en zongen lieve liedjes. De mensen waren verbaasd: hoe kon zo’n lelijk meisje toch hartjes om zich heen hebben dansen? De hartjes begeleidden het meisje naar het paleis van de koning. Daar maakte ze een diepe buiging voordat ze de trap opliep. De deur ging boven open en de koning stond erachter. Hij verwelkomde haar, sprak het volk vermanend toe en gaf haar een lintje. Een lintje, omdat ze naar buiten was gekomen met haar kale hoofd. En een lintje, omdat er in zijn land heel veel kale mensen wonen. Hij vroeg het meisje of zij een boek over haar kaalheid wilde schrijven, zodat iedereen begreep hoe moeilijk het was om daarmee te leven. Dat deed het meisje. De mensen lazen het boek en er kwam begrip. Kale mensen werden niet meer gepest.

Wat kan er allemaal gebeuren als je ‘het monster’ in je laat zien? Foto: Anja Onstenk

Fysiek boek van ‘Verzinhoofd’

⚡️Ingevingen moet je volgen. Zo zag ik gisterenavond plotseling ‘Verzinhoofd’ weer voor me als fysiek boek. Voor de lockdown ben ik daarmee bezig geweest, maar door alle consternatie had ik het van de baan geschoven. Op het moment voel ik de ruimte om in ieder geval voor mezelf een aantal exemplaren te laten drukken. Een fysiek boek is toch mooier dan een e-book. Wil jij er ook een, laat het dan voor het eind van volgende week even weten.

Een sneak preview van ‘Verzinhoofd’

Naakt of een preutse juffer?

Soms is het tijd om het heft in eigen hand te nemen en niet mee te deinen op de voorstellen die je om de oren vliegen. Van de week was ik om een aantal verschillende redenen van slag. Een ervan was het idee van een kunstenaar om mij naakt te laten poseren voor een foto. Ik kreeg dit verzoek per mail. Eerst heb ik een kwartier verbaasd naar het scherm lopen staren, toen viel ik verontwaardigd uit tegen Boef, vervolgens ben ik in shock een uur op bed gaan liggen. Ik fantaseerde mij wild over allerlei poses en heb zelfs een gedicht geschreven alsof alles al gebeurd was. Toch voelde ik mij doodongelukkig. Alsof ik buiten mezelf was gaan staan. Alsof ik iets had gedaan wat niet vanuit mezelf kwam. Ik besloot de boel de boel te laten, appte een vriendin mijn frustratie en gaf Boef een klap, omdat hij om dit geheel moest lachen. ”Zo zijn kunstenaars, die denken heel anders over naakt,” zei hij. “Misschien ben ik dan wel geen kunstenaar,” dacht ik bij mezelf. “Ik ben niet zo van het rondseksen en naakttuinieren. Gewoon een brave preutse juffer die gelooft in huiselijk geluk.”

Schok

Een dag later mailde de kunstenaar mij. Of ik zijn mail had ontvangen. Ik antwoordde hem eerlijk terug over mijn schok en dat ik niet had geweten hoe op zijn voorstel te reageren. Ook hij moest lachen. Hij had het geheel vanuit een kunstenaarsblik gezien. Hij kwam vervolgens met een heel keurig en net ander voorstel. Alles was weer koek en ei en ik kijk uit naar de foto die binnenkort genomen wordt. 

Preutse juffer

Soms krijg je een voorstel van het leven (zou er echt een groter plan zijn?) waar je wel op wilt ingaan, maar wat domweg niet past bij je natuur of het zorgt voor gewetenswroegingen. Daar kan je om gaan lopen treuren, maar dat is verspilde energie. Eerlijk is eerlijk: ik zou willen dat ik meerdere levens had die ik kon leiden. Dat ik mijzelf kon opsplitsen en dat ik niet hoefde te kiezen tussen droom en werkelijkheid. Dat ik alles, echt alles kon doen waar ik van droomde. En geloof me: in die dromen ben ik geen preutse juffer! In die dromen hangt een mooi naaktportret van mij in alle musea in de wereld. Natuurlijk kan ik de waaghals gaan uithangen en in vol ornaat met mijn kleine tietjes op de foto gaan, maar als ik daarna niet meer over straat durf of nog meer aanbidders krijg, weet ik ook niet meer hoe ik mijn leven moet vormgeven. 

No way of knowing

‘Laissez fair, laissez aller, laissez passer’ leerde ik ooit met geschiedenis. En dat had ik nu ook maar toegepast. De oplossingen dienen zich altijd met de tijd aan. Dat blijkt maar weer. Niet alles is naar je eigen hand te zetten. Hoe graag ik het ook zou willen. Al waan ik mijzelf soms wel een toverfee, met glinsterende toverogen. En zoals de zanger van New Order in True Faith zingt: ”I can’t tell you where we’re going. I guess there is just no way of knowing.”

Rabarbara droomt over een naaktportret in musea

(te) Gek: Manon Ruardij

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

‘Met elke leerling heb ik een goede band en iets bijzonders’

Manon Ruardij vindt zichzelf absoluut niet te gek, maar is trots op wat ze heeft bereikt na een heftige achtergrond. Ze heeft 23 jaar een relatie gehad, heeft alles daarna achter zich gelaten en in met nul begonnen. Ze vindt het wel te gek dat ze haar bedrijf Studiescool nadien helemaal succesvol heeft kunnen uitbouwen. Bij Studiescool kan je bijles volgen in exacte vakken en studie- en ambulante begeleiding krijgen. Manon:”Ik voelde mij onzeker, alles was raar, maar door de scheiding heb ik mijzelf teruggevonden.”

Voordat Manon met Studiescool begon heeft ze in het onderwijs gewerkt. Op de ‘Scholengemeenschap Harreveld’, de gevangenisschool, gaf ze wis- en natuurkunde. Manon:”Daar heb ik geleerd om niet te oordelen over anderen. Mensen oordelen heel snel over elkaar en over zichzelf. Dat is jammer, want iedereen heeft kwaliteiten. Je moet kijken waar iemand ’s nachts zijn bed voor uitkomt en daarop focussen.”

School voor boefjes

“Ooit heb ik in een apotheek gewerkt. Daar was ik doodongelukkig. Die keuze had ik gemaakt met mij toenmalige echtgenoot en heeft niet fantastisch uitgepakt. Het paste niet. Toen heb ik de kans voor mezelf gecreeerd om in het onderwijs te gaan. Dat wilde ik altijd al. Ik wilde graag een heel klein stukje in het leven van iemand deelnemen en in dat stukje wilde ik het verschil maken. Iemand een stapje verder helpen in zijn ontwikkeling. Ikzelf was een lastig kind. Voor mezelf en voor docenten. Daarin heb ik veel meegemaakt en daarom dacht ik ‘dat moet anders kunnen’.  Ik ging nadenken. Hoe kom ik in het onderwijs zonder bevoegdheden? ‘Dan moet ik een onderwijsvorm kiezen, waar een bevoegd docent niet wil werken,’ bedacht ik. Ik ging googelen en pakte het telefoonboek erbij. En kwam uit op Harreveld. De school voor boefjes. Daar heb ik met de directeur gesproken en een dag meegedraaid. Het bleek dat ik talent had. Er was toen echter geen vacature. Een half jaar later belde de directeur of ik niet wilde solliciteren op een vrijgekomen functie. Ik kreeg de baan, heb er acht jaar gewerkt en er de tijd van mijn leven gehad,” vertelt Manon.

Snelle band opbouwen

“Zeven jaar geleden was er sprake van sluiting in Harreveld. Ik kon toen kiezen. Blijven of met een zakcentje vrijwillig weggaan. Dat laatste heb ik gedaan. Toen heb ik Studiescool opgericht. Dat was een tweede stap richting vrijheid,” legt Manon uit. “De eerste had ik al jaren eerder genomen door het oprichten van ‘Het Schminkkasteel’, een bedrijf waar ik al mijn creativiteit in schminken kwijt kon. Ik werkte tijdens Studiecool ook nog bij een reguliere school in Doetinchem,  maar na één jaar was ik zo druk met Studiescool dat ik daar mijn ontslag heb ingediend. Met elke leerling heb ik een goede band en iets bijzonders. Ik ken ze allemaal persoonlijk. Door Studiescool waarderen mensen mij. Ik kan een snelle band met mensen opbouwen en ben eigenlijk zo gek nog niet.”

Manon Ruardij kan heel goed met boefjes omgaan

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

‘Hier’ en ‘Daar’

“Die is voor mij!”, dacht ik vanochtend meteen toen ik het schilderij ‘Hier’ van Maria Neumann op Instagram zag. Alles waar ik op het moment mee bezig ben, komt erin samen. De rode aarde, het zweven in de tijdloze lucht van mijn verzinhoofd, de vaste grond die Boef onder mijn voeten biedt, het lijntje tussen die twee, het verlangen naar ‘daar’, maar ook gelukkig zijn met ‘hier’. Daarnaast spelen er zaken die het woordenrijk ontstijgen en ‘gewoon’ aanwezig zijn. Omdat dat kan.

Aanschaf van kunst doe je niet alleen als je samenwoont. Heel de dag zat ik dus op hete kolen te wachten totdat Boef thuiskwam. Ik had namelijk een dagje vrij.  Na het appje aan Maria dat ik interesse had, moest ik nog met Boef overleggen. Zou hij deze aanschaf zien zitten? Wil hij dit schilderij ook in onze woonkamer hebben hangen? Boef deed de voordeur open, ik bestormde hem en vertelde hem mijn overwegingen en overpeinzingen over ‘Hier’. Hij was gelijk overtuigd. Het schilderij hoorde bij ons! 

Gelukzalig appte ik Maria. “Jullie zijn nummer twee,” kreeg ik als antwoord. Ik barste bijna in huilen uit. “Wat nu als wij dat schilderij niet kunnen kopen?” jammerde ik naar Boef. Hij bleef er nuchter onder. Even later kreeg ik te horen dat koper nummer één er vanaf zag. “Ik wil! Ik wil! Ik wil!” appte ik terug. 

Even later stond Maria met haar vriend bij ons voor de deur. Het schilderij werd met de nodige afstand officieel overhandigd. De eerste kunstaanschaf van Boef en mij! Wauw, wat was ik gelukkig. Terwijl Boef met Maria’s vriend bier ging drinken interviewde ik Maria over ‘Hier.’

‘Hier’ en ‘Daar’

Maria: “De zeefdruk stamt uit mijn studententijd bij de AKI. Ik heb het in 2005 gemaakt. Het is een tijdloos werk. Het thema van de opdracht herinner ik mij vaag: identiteit. Toen ik daarover ging nadenken vroeg ik mij af: wat maakt je uniek als mens? Ik ging terug naar de basis. Geen vingerafdruk is hetzelfde. Ik heb mijn vinger nagetekend en uitvergroot. Dat is een soort landschap geworden. En ik heb een soort naald in die vinger gezet. Er zijn er ongeveer tien van gemaakt, waarvan er drie in een lijst zitten. Een ervan heb ik aan een vriendin cadeau gedaan en een met een groene naald heb ik nog thuis.”

“Hier past ook goed in deze coronatijd,” vertelt Maria, “We zijn al heel lang ‘hier’. Verder kan je zeggen dat het gras altijd groener is bij de buren. Ik ben gelukkig gelukkig met waar ik nu ben, heb altijd wat te doen. Ik ben ook wel graag ergens anders, even eruit. Op het moment zijn we al heel lang ‘hier’ en verlang ik naar ‘daar’.  Als ik ‘daar’ ben, kijk ik weer met een ander perspectief naar ‘hier’. Het ‘daar’ is een ‘hier’ van iemand anders. Er is soms een schreeuw om van ‘hier’ ‘daar’ te zijn, maar als je van ‘hier’ naar ‘daar’ gaat word je niet per definitie een ander mens; je krijgt wel een ander perspectief. ‘Hier’ is het ook goed. Je moet het beste maken van de situatie. Dat probeer ik wel althans.”

Maria komt ‘Hier’ aan mij overhandigen

Ongepubliceerd onverzonnen sprookje: is het echt herfst?

Wegens succes nog een ongepubliceerd onverzonnen sprookje!

(Voordat ‘Verzinhoofd: onverzonnen sprookjes over dromen, waarheid en waan’ verscheen, heb ik vele sprookjes ter voorbereiding geschreven. Niet alle sprookjes hebben het boek gehaald. Sommige ga ik nu delen, want ze willen ook gelezen worden. Veel leesplezier!)

Er was eens een meisje dat ver kon zien. Verder dan haar eigen neus en ook verder dan die van anderen. Soms deed dat haar schrikken en werd ze bang. Was dat wat ze zag wel waar? Klopte dat wel? Zo zag ze soms dat iemand verdrietig was. Zoals laatst de Paarse Boom. Maar toen ze het aan hem vroeg, zei hij:”Nee hoor, ik ben niet verdrietig.” “Maar waarom laat je dan al je bladeren vallen?”, vroeg het meisje. “Omdat het herfst is,” antwoordde de Paarse Boom. Het meisje dacht na. Het was inderdaad herfst, dus bladeren vallen inderdaad van de bomen. “Maar toch, toch is de Paarse Boom verdrietig,” dacht het meisje, “De bladeren die hij verliest zijn minder rood dan alle andere jaren.” 

Het meisje besloot dat ze de boom in zijn waarde zou laten. Hij mocht zijn eigen verdriet hebben en stilletjes in zichzelf huilen. Zij zou extra lief voor hem zijn. Ze ging de boom wat vaker water geven en af en toe een praatje met hem maken of lekker even knuffelen. Toen het een jaar later weer herfst was, hadden de bladeren een rodere kleur. Het meisje was blij, maar zei niks tegen de Paarse Boom. Ze keek ver. Verder dan haar neus. En wist dat het goed was.

Het meisje is lief voor de verdrietige boom. Foto: Anja Onstenk