Vier vier

Huisje, boompje, beestje. Daar ziet het wel naar uit. Boef en ik geven ons vrije en blije leven van ‘hokken’ op voor een toekomst met samen plagend uitdagend oud worden. Nu heb ik officieel beloofd dat ik zijn kunstgebit ga poetsen als dat nodig is. Oei, oei, oei. Vier vier was het. Een moeilijk te vergeten datum. En de aanleiding het feit dat we ons huurhuis konden kopen. Ik verheug mij nu al op mijn jaarlijks kneuterige bloemetje. Of zal Boef mij iets anders geven? Of moet ik hem iets geven? Dat kan natuurlijk ook nog. We zijn een modern, niet geijkt stel dat voor verrassingen zorgt. Omdat Boef geen ring kan dragen in verband met zijn werk en ik toch een bijzonder aandenken aan deze dag wilde, kochten we houten horloges van Lumbr. Zeer mooi en zeer toepasselijk. Zo blijven we allebei bij de tijd voor altijd.

In mijn hoofd was het de afgelopen weken een achtbaan, waardoor er van bloggen niet veel terecht kwam: de koop van ons huis, stiekem een geregistreerd partnerschap (met originele jurk) aangaan, bezig zijn met de Vrije Soos en Literaire Soos (zie het krantenartikel in de vorige blogpost), mijn liedteksten die gezongen worden door de leuke mannen van TweeFM, het regelen van verschillende optredens als woordENkunstenaar met Annekée en de overweging om van Rabarbara een heus bedrijfje te maken. Voor dat laatste heb ik een ondernemingsplan geschreven en ben ik naar de Kamer van Koophandel geweest voor een seminar. Daarnaast heb ik er met verschillende mensen uiteenlopende gesprekken over gevoerd. Diverse personen boden mij hun hulp aan en met één bijzonder exemplaar ga ik in zee. Wordt vervolgd.

Nu ben ik dus min of meer ‘getrouwd’. Wie had dat gedacht? Mijn geluk kan niet stuk. En dat rijmt ook nog eens. Ook al was het op een dinsdagochtend, gratis en in vijf minuten gebeurd, voor mij was het een rijke en omvangrijke dag. We vierden het klein en intiem. Met een lunch met Boef’s ouders, mijn moeder en zusje. Mijn vader kon er helaas om gezondheidsredenen niet bij zijn. Misschien dat we in de toekomst nog een feestje gaan geven om dit grote nieuws te vieren. Maar eerst orde op zaken en sparen.

Er is veel in gang gezet de afgelopen tijd. De ‘maakenergie’ zoals Dyon en Dorian (de mede-oprichters van de Vrije Soos) zo mooi noemen draait op volle toeren. En ik draai mee, van boven naar onder, van links naar rechts. Boef zorgt ervoor dat ik mijn hoofd koel houd en mijn hart kan blijven volgen. Opposites attract.

De houten horloges die Boef en ik dragen ter ere van onze liefde.

Een fris welkomstdrankje tijdens onze lunch op de ‘grote’ dag.

 

Een speciale jurk voor een speciale dag.

 

 

Advertenties

De witte chocoladeletter opoffering

De r zit alweer een tijdje in de maand. Dat betekent dat de chocoladeletterrrr ook al volop te verkrijgen is. Dit jaar heb ik er nog geen gekocht. Wat al een applausje op zich waard is.

Ze zeggen dat vrouwen gek worden van chocolade. En aangezien ik op en top vrouw ben, is dat wat ‘ze’ zeggen ook op mij van toepassing. Als er chocolade in huis is, maakt niet uit in welke vorm, dan maak ik dat gelijk soldaat. Jammie, jammie. Wat smikkel en smul ik daar dan van. Met name witte chocolade vind ik lekker. Boef heeft een voorkeur voor puur, wit lust hij niet.

Uit zelfbescherming, want helemaal tonnetjerond wil ik niet worden, koop ik nooit chocolade. Als ik onverhoopt van iemand wat krijg, verstopt Boef het op een plek in huis die alleen bij hem bekend is. Ik word dan (onder luid protest) op rantsoen gezet.

Soms ontkom je er niet aan om toch chocolade te kopen. Zo had ik een paar jaar terug een feestje waarop ik iedereen wilde verrassen met een letter van de Sint. Bij de Lidl kocht ik ze in allerlei kleuren. Thuis gekomen ging ik ze met een ander klein cadeautje erbij inpakken. Wat keek ik uit naar het feestje! Eenmaal klaar met cadeaupapier en strikken zag ik dat ik een letter over had. Een witte. In gedachten handenwringend verheugde ik mij op de dag die volgde. Mijn chocoladeverslaving kon ik weer eens uitgebreid gaan botvieren. Ik verstopte de letter voor Boef, want dit zou mijn geluksmomentje worden. Op zijn commentaar zat ik niet te wachten.

De volgende dag kwam ik na een stormachtige werkdag bij de post thuis. Ik zette een pot thee en ging naar de plek waar ik de chocoladeletter had verstopt, alleen bij mij bekend. Ik keek en keek en keek. Geen letter te bekennen. Had ik hem dan in mijn tas laten zitten? Nee. Ook daar lag hij niet. Even dacht ik dat ik gek was geworden, maar toen ik Boef er op aansprak toen hij thuiskwam, lachte hij een mysterieuze lach. ‘Het zal toch niet….’, dacht ik, maar ja hoor: Boef had de geheime plek gevonden en mijn witte letter, die hij niet eens lust, opgegeten. “Het was een opoffering. Speciaal voor jou,” probeerde hij zijn gruwelijke daad te vergoelijken. Ik ontplofte.

Het is wel duidelijk dat ik niks stiekem kan doen, want Boef heeft het gelijk in de smiezen. Gelukkig ‘mag’ ik van hem wel hagelslag op mijn brood. Bij de Albert Heijn is tegenwoordig ook een pak met alleen witte hagels te koop. Als je er te veel boterhammen van eet, gaan je tanden er zeer van doen. Zo zoet. Maar voor nu een mooi alternatief voor de chocoladeletters, waar ik naar smacht, maar die ik niet koop. Hoezo een sterke vrouw? Of gewoon bang voor Boef’s ongezouten mening? Wie zal het zeggen?

 

De witte hagelslag die pijn aan mijn tanden doet als ik er teveel boterhammen mee eet.

De witte hagelslag die pijn aan mijn tanden doet als ik er teveel boterhammen mee eet.

 

Meer voor mannen

Boef is er één. Een echte man. Maxim Hartman kan zijn zoektocht ernaar wel staken met zijn programma ‘Nog meer voor mannen’. Zijn opvoedkundige tips zijn in huize Paulus Potterstraat ook niet nodig. Boef staat waar hij voor staat en laat zijn oren (helaas?) niet hangen naar mijn vrouwelijke nukken en grillen. Echte mannen bestaan dus wel degelijk. Ik woon met het levende bewijs samen. Even heb ik overwogen om Maxim een brief te schrijven over Boef, maar dat kan ik Boef met zijn publiciteitschuwe aard niet aandoen. Dus houd ik het bij dit blog.

Het echte manschap uit zich naast bier drinken in het feit dat Boef een sterke voorkeur heeft voor de films van RTL7, de mannenzender. Zelf kan ik Steven Seagal, Arnold Schwarzenegger en Rambo nu niet meer zien. Niet dat ik ze ooit wel heb kunnen zien, maar toen hoefde ik er voor de goede vrede ook niet naar te kijken. Om de haverklap zijn er films over deze vechtersbazen in de herhaling te zien. Alsof er geen betere onderwerpen zijn om over te filmen. Trouwens, naar dartende mannen kijk ik liever ook niet. Ik ben niet de persoon ernaar om snel iemand lelijk te vinden, absoluut niet. Ik houd juist van getekende mannen met een verhaal. Mooie (fotomodel)mannen, die vind ik vaak juist lelijk. Als je begrijpt wat ik bedoel. Van dartende mannen draait mijn maag echter spontaan om. En laten die nou vaak op RTL7 te zien zijn. De uitdrukking ‘het oog wil ook wat’ heeft voor mij eindelijk betekenis gekregen.

Nu moeten jullie niet denken dat Boef hier de scepter zwaait en ik als een slaaf altijd met hem naar RTL7 zit te kijken. We kijken voor de balans ook wel naar een leuke vrouwenfilm op Net5. Of een goede thriller op Veronica of een andere zender. Meestal is er echter weinig zinnigs op tv en lig ik gewoon wat te dutten tegen Boef aan. Op de achtergrond dan vaak de lijzige stem van Seagal en vechtgeluiden. Ik in dromenland. Uiteraard zonder snurkgeluiden.

Gisteren sprak ik op een feestje met een vriendin over dit gebeuren. Zij herkende zich helemaal in mijn verhaal. Ook zij woont samen met een ‘echte man’. We spraken af dat we in de toekomst elkaar gaan appen als de RTL7-drang weer toeslaat. Onze mannen mogen dan met elkaar naar vechtfilms gaan kijken en wij, wij gaan met tissues en chocolade ons te buiten aan vrouwenfilms. Toen ik Boef vertelde over deze afspraak zei hij doodleuk dat ik dan waarschijnlijk elke avond bij die vriendin zou zitten en beter met haar kon gaan samenwonen. Een echt mannenantwoord dat ik met een korreltje zout neem. Want wat is er leuker dan om samen met je lief knus voor de buis te zitten onder een dekentje op een koude winteravond?

Jullie zien het: naast de tv ook een echte vrouwelijke touch. Dat is 'meer voor vrouwen'.

Jullie zien het: naast de tv ook een echte vrouwelijke touch. Dat is ‘meer voor vrouwen’.

Groene vingers

Groene vingers. Wie heeft ze? Ik in ieder geval niet. Dat is iets wat als een paal boven water staat. Planten geef ik te veel of te weinig water. Als ik een bos bloemen krijg, laat ik altijd het boeket in tact. Het elastiekje laat ik om de stengels zitten, want bij de gedachte dat ik de ruikers zelf in een vaas moet schikken, breekt het angstzweet mij al uit. Met veel pijn en moeite probeer ik dan maar om de stengels, gebundeld en al, aan de onderkant van het boeket schuin af te snijden. Het was dan ook geen wonder dat Boef de taak op zich nam om de planten water te geven.

Heeft Boef groene vingers? Het antwoord laat ik veiligheidshalve maar in het midden. Als ik mij namelijk bemoei met zijn bewatering krijg ik een krachtig weerwoord. In het begin van onze relatie gaf ik, als ik het vermoeden had dat hij het groen bij ons in huis vergat, zelf de plantjes weleens water. Nou, dat kreeg ik dan echt aan alle kanten te horen, want op deze manier verstoorde ik zijn ‘watergeeftactiek’. Ouder en wijzer geworden liet ik de planten de planten en zo kabbelde het floraleven bij ons in huis voort.

De balans kwam de afgelopen weken weer scheef te staan toen twee hele leuke plantjes met vrolijke paarse bloemetjes erin er elke keer erg verlept bij stonden. Van mijn schoonmoeder begreep ik dat dit soort veel water nodig heeft, dus pakte ik af en toe onze gieter om mij om mijn lievelingetjes te bekommeren. Zonder resultaat. Vandaag besloot ik de confrontatie met Boef aan te gaan en wees ik hem op de inmiddels armetierige bedoening in de vensterbank. Zoals verwacht kaatste hij de bal direct terug: ik had me niet aan de afspraak gehouden en nu hadden de plantjes een overkill aan water gehad. Ik had hem moeten vertrouwen en hem zijn gang moeten laten gaan. ‘Het is hem dus wel opgevallen dat ik de plantjes ook water heb gegeven,’ dacht ik bij mezelf, ‘Hij houdt de boel dus toch wel in de gaten. Maar waarom heeft hij dan niet ingegrepen?’

Wiens schuld is het nu dat de plantjes dood zijn? Beiden wijzen we met een vinger naar de ander. De hond in de vensterbank houdt wijselijk zijn mond. Hij is wél verstandig.

Een van de verlepte plantjes met de zwijgende en dus verstandige hond.

Een van de verlepte plantjes met de zwijgende en dus verstandige hond.