Maand: juni 2020

Ik ben een Lichtfladderaar

Je kan over van alles geheimzinnig doen, maar of je dat uiteindelijk verder helpt? Ik betwijfel het. Mijn ervaring is dat geheimen aan je vreten en dat ze vroeg of laat toch aan het licht komen. Ik kan absoluut geen geheimen bewaren en kan er echt ziek van worden als iemand tegen mij zegt: “Dit mag je niet verder vertellen.” Het is nu ook weer niet zo dat ik alles doorlul aan Jan en alleman. Nee, dat niet. Ik ben integer, maar ik ben wel van mening dat als iets het daglicht niet kan verdragen het niet zuiver is. Natuurlijk hoef je niet alles open en bloot op internet of in de krant te zetten, maar eerlijk zijn duur het langst. 

Van vriendelijkheid word je gelukkiger

Niet iedereen zit op jouw waarheid te wachten of kan er iets mee en niet iedereen zal even netjes omgaan met de informatie die ze van je hebben. Toch ben ik van mening dat het goede zal zegevieren. Ook in een samenleving waar haat, angst, nijd en oorlog diep geworteld zit. Ik heb een onwankelbaar en rotsvast vertrouwen dat de liefde vroeg of laat zal winnen. Noem mij naïef, noem mij niet van deze wereld, noem mij een zweefteef. Ik zal het beamen. Maar ik ben meer dan dat. Ik ben ook iemand met een wetenschappelijke opleiding die naar de onweerlegbare feiten kijkt, haar concrete steentje bijdraagt aan een mooiere en betere maatschappij en die genoeg ellende heeft meegemaakt om te weten dat je van vriendelijkheid gelukkiger wordt dan van bitterheid en wrok. 

Openlijk liefde prediken

Het liefst zou ik openlijk de liefde prediken, maar het gevaar bestaat dat je dan als een overjarige hippie of godsdienstwaanzinnige wordt gezien. Je kan ook nog eens het stempel ‘vaag’ krijgen. Er is meer tussen hemel en aarde. Dat weet ik zeker. En niet alleen ik. Na de dood van mijn moeder een paar jaar geleden ben ik daar meer over gaan nadenken en heb ik verschillende boeken over de dood gelezen. Ik ben mij gaan verdiepen in engelen en heb ook de afgelopen weken een cursus jin Licht bij Lichtfladderaars gevolgd. Een paar dagen geleden kreeg ik een altaar per post dat bij die cursus hoorde. Het was speciaal voor mij getekend. Toen ik het kreeg was ik verrukt en dolgelukkig. Ik wilde het, net als alles wat mij raakt, delen op social media met mijn fans, maar dacht: “Wat zullen ze wel niet van mij denken?” en deed het niet. 

Nuchtere douche

Ik weet nog dat toen ik zo’n tien jaar geleden naar de Achterhoek verhuisde ik nergens terecht kon met mijn ‘spirituele gepraat’. Dus keuvelde ik maar braaf mee over bier en de was. Ik kreeg een nuchtere douche en voerde veel innerlijke dialogen. Inmiddels zijn de mensen die ik toen polste over spirituele zaken en bij wie ik geen respons kreeg vager dan ik toen was. Ze volgen allemaal cursussen en kunnen het over niks anders meer hebben. Ik ben er juist achter gekomen dat het spirituele in de eenvoud en de natuur zit en niet hoog boven de wolken en in magische bezweringen. Een grassprietje kan al inzicht geven. Een schutting timmeren of pizza bakken kan je al gelukkig maken. Het zit in jezelf en niet in de ander of de zevende of achtste hemel. Het zit in de diepte van je eigen ziel, de liefde van je eigen hart. 

Eerlijk duurt het langst

Nu ik zo vol liefde ben en deze ook volop kan en wil uiten in de vele brieven die ik de afgelopen coronamaanden ter bestrijding van de angst aan verschillende bekende en onbekende mensen geschreven heb (met mijn eigen mooie postpapier!), vraag ik mij af waarom ik toch geen foto van een altaar op social media durf te posten. Waarom probeer ik mijn spiritualiteit geheim te houden? Het blijkt toch al uit alles wat ik doe? En omdat ik niet tegen geheimen kan, sta ik nu op springen en schrijf ik volkomen uit mijn tenen dit blog. Ik wil mij niet inhouden en anders voordoen dan ik ben. Nu ik ‘Verzinhoofd’ heb geschreven, heb ik de weg gevonden naar de waarheid in mijn woorden. De opgelegde reserve is eraf, de terughoudendheid laat ik varen. Eerlijk duurt het langst. En je wordt er ook gelukkiger en vrijer van. Dus onderaan deze blogpost een foto van mijn altaar dat steeds aan verandering onderhevig is. Net als ikzelf. 

Het altaartje dat speciaal voor mij getekend is en dat ik niet durf te posten.

(te) Gek: Roel Schatorjé

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

‘Elk product dat ik maak, moet zo gemaakt zijn dat het zo lang mogelijk meegaat’

Met een bedrijfskundige achtergrond wilde Roel Schatorjé geen bedrijf opzetten om winst te genereren, maar er een als middel inzetten om de wereld mooier te maken. Moyu produceert sinds één jaar notitieboeken van steenpapier die uitwisbaar en herschrijfbaar zijn. Roel:”Er worden voor dit papier geen bomen gekapt, je kan het notitieboek langer gebruiken en we investeren een gedeelte van de omzet om nieuwe natuur te creëren. In ons geval planten we voor elke verkocht boekje een boom in Kenya.”

“Ik ben bij verschillende bedrijven werkzaam geweest. Toen ik bij de Rabobank aan de slag was, maakte ik veel notities, to-do-lijstjes en gespreksverslagen die ik later allemaal weggooide,” vertelt Roel, “Ik was in mijn hoofd ook bezig met de boskap. Er worden veertig voetbalvelden aan bos per minuut onnodig gekapt en 14% wordt daarvoor voor de grafische- en papierindustrie gebruikt. Dat is veel. In mijn studententijd kwam ik al in aanraking met steenpapier, maar er ging wat tijd overheen voordat ik er bedrijfsmatig mee aan de slag ging. Het is duurzamer dan normaal papier en het afval kan opnieuw gebruikt worden. In Nederland is die keten nog niet gesloten. Het papier wordt nog te weinig ingezet en kan nog niet gerecycled worden. Toch ben ik gaan doorzoeken. Als je het papier dik genoeg maakt dan drukt de pen er niet in als je erop schrijft. Toen heb ik een businessmodel van het steenpapier gemaakt. Je kan er 500 keer op herschrijven en als het op is, stuur je het aan ons terug. Wij verzamelen het dan en gebruiken het opnieuw. We hebben gekozen voor een notitieboekje, want dat is erg handig. Notities maak je niet zo snel op je computer. Als je met de hand schrijft kan je er eventueel bij tekenen. Het schrijven wordt dan een creatief proces. Je kan je gedachten dan meer uitwerken en beter neerzetten dan van achter het toetsenbord.”

Over honderd jaar nog

Roel: “Er zijn meer bedrijven die aan greenwashing doen en bomen planten voor producten. Zij planten echter één type boom en doen dat in ontwikkelingslanden. Die mensen daar zien geen redenen voor onderhoud en een jaar later is dat bos dan alweer weg. Ik zie meer heil in een kleiner project dat transparant is. Ik plant liever één goede boom die er over honderd jaar nog staat. Wij planten in totaal acht type bomen en alles wat bij dat planten komt kijken, wordt geïnvesteerd in de community in Kenya. Zo zorgen wij bijvoorbeeld ook voor werkgelegenheid.”

Zo lang mogelijk meegaan

“Natuur is voor mij een plek waar ik tot rust kan komen, maar ik zie het ook groter. Ik wil de wereld redden. Er moeten meer bomen en meer natuur komen. Eén boom per persoon. Dat is voor iedereen fijn en we hebben dat ook nodig om de klimaatdoelstellingen te halen,” weet Roel, “Echt affiniteit met creatief schrijven heb ik niet. Ik gebruik mijn woorden voor organiseren, plannen en ideeën uitwerken. Als je iets opschrijft, is het uit je hoofd. We gebruiken zelf onze notitieboekjes ook en hebben iets gemaakt waar we trots op zijn en waarvan we denken dat het voor onze klanten ook goed werkt. Uiteraard hebben we onze ideeën wel bij mensen gecheckt. Mijn inspiratie haal ik voornamelijk uit de kledinglijn van Patagonia. De maker daarvan heeft de filosofie: ‘Elk product dat ik maak, moet zo gemaakt zijn dat het zo lang mogelijk meegaat.’ Deze gedachte staat haaks op hoe andere ondernemers denken. Zij willen graag dat iets gauw stuk gaat, zodat ze meer producten kunnen verkopen.”

De nieuwste notitieboeken van Moyu. Foto: PR

Magische plek

“Iedereen heeft een eigen verhaal om de wereld een beetje mooier te maken. Ons verhaal delen we door dit boek in de markt te zetten. Zo dragen wij ons steentje bij. Moyu is Chinees voor magische plek. Het heeft een dubbele betekenis. Zo kan de natuur die in balans is een magische plek zijn, maar het notitieboek waar je eigen ideeën en gedachten in staan ook,” besluit Roel zijn verhaal.

Nieuwsgierig naar Moyu? Klik hier

Het team van Moyu. Foto: PR

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

Het grote schrijf-doe-boek #week1dag1

Uitdagingen ga ik graag aan. Zeker als ik mezelf naar een hoger plan wil tillen. Of ik deze ga volhouden is nog maar de vraag. Vandaag wil ik het met heel mijn hart en ziel. En morgen denk ik ook nog wel. Maar of ik het een jaar lang volhoud? Ik hoop van wel. En ik wil het ook wel. Maar soms verander je in je leven van koers of van gedachten. Al kan ik wel stellen dat ik trouw ben en nooit beloftes breek. Afspraak is afspraak, maar de valkuil zit hem in het moeten. Als ik iets moet, ook al is het van mijzelf, dan vind ik het al niet meer leuk. Ik wil de vrijheid hebben om mee te kunnen deinen op de golven van het leven en misschien past deze uitdaging daar straks wel niet meer bij. Laat ik dan een intentie neerzetten om mezelf wat ruimte te geven. Rabarbara: “Ik heb de intentie om deze uitdaging 365 dagen aan te gaan en ik mag zelf weten welke 365 dagen dat zijn. Ik mag er langer over doen. Zo lang als ik wil.” Ja, dat voelt al beter. Veel beter

Te slim?

Wat is het geval? Want er is duidelijk iets aan de hand. Ja! Dat klopt! Vandaag was ik namelijk in Het Stenen Museumwinkeltje om voor mijzelf een mooie ketting te kopen. In dat winkeltje zijn ook veel boeken te vinden. En dat is ook nog eens prachtig, geestelijk verrijkend leesvoer. Daarom ga ik er maar niet te vaak naartoe. Dat is niet goed voor mijn portemonnee. En ik moet natuurlijk niet ook te slim worden en te veel te weten komen. Dan zou ik nog weleens een schrijvend wiel kunnen gaan uitvinden en daar zit toch niemand op te wachten?

De ketting die ik vandaag voor mezelf gekocht heb. Foto: Boef

Blijven uitdagen

Toch kom ik vaker in de winkel dan mijn paarse beurs lief is, maar niet zo vaak als ikzelf zou willen. Vandaag was ik er dus. En vandaag viel mijn oog op ‘Het grote schrijf-doe-boek: 365 oefeningen, tips en ideeën voor een heel jaar schrijven’ van Louis Stiller. Nieuwsgierig bladerde ik erin. Een seconde twijfelde ik, want ‘als ik iets moet, dan…’ een seconde later besloot ik dat ik de sprong wilde wagen. Als schrijver moet je blijven leren en jezelf blijven uitdagen. 

Vanavond lag ik in bed en dacht ik:”Ik begin morgen.” Toen dacht ik:”Nee, ik begin nu!” Dus ik snelde naar beneden en pakte het boek, las de inleiding en van week 1, dag 1. Tegen de tijd dat ik dit blog af heb, is het al morgen. Dus ben ik terug bij mijn eerste gedachte.

#week1dag1

Aan die opdracht kon ik snel voldoen: richt een schrijfplek in. Nu schrijf ik heel mijn leven al en heb ik verschillende schrijfplekken in huis. Ik heb een werkkamer waar ik ongestoord kan schrijven, maar soms zit ik gewoon in de woonkamer op de bank of aan tafel. Soms schrijf ik uren in bed, soms op straat, soms op de wc of in de bus. Al naar gelang mijn stemming. Ik kan overal wel werken. Een vaste plek zou mij verlammen en de grilligheid van mijn inspiratie doden. Ik werk waar de inval ontstaat en die kan overal zijn. De benodigheden om te kunnen schrijven heb ik ook: notitieboekjes en pennen in overvloed. 

Ik ben gestart!

Het boek waar het om draait. Foto: Rabarbara

(te) Gek: Sander Esselink

‘Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn’

Bezig baasje Sander Esselink doet van alles: docent tekenen en decaan op het Marianum in Lichtenvoorde, druk met jongerenwerk in Beltrum en ook nog bezig met verschillende soorten vrijwilligerswerk. Wat niet veel mensen van hem weten, is dat hij sinds zeven jaar van alles verzameld wat met kunst te maken heeft. Hij haalt het overal en nergens vandaan. Sander vertelt over zijn uit de hand gelopen hobby: ”Ik verzamel voornamelijk items die met de naoorlogse kunst van bijvoorbeeld Cobra te maken hebben zoals de documentatie van schrijvers, dichters en kunstenaars die daarbij hoort. Die documenten zijn ook boeiend, want die vertellen het verhaal van de stroming waar de werken toe behoren. Kunst moet mij voornamelijk intrigeren en mooi zijn. Waarom ik iets mooi vind, kan ik eigenlijk niet zeggen. Kunst moet mij gewoon aanspreken. Het geeft een kick om iets te kunnen bemachtigen.”

“Het is begonnen bij een galerietje in Amsterdam. Daar zag ik werken van een bekende kunstenaar die niet duur waren. Bijvoorbeeld een Theo Niemeijer. Die heb ik aangeschaft en toen was het hek van de dam,” legt Sander uit, “Ik heb items van verschillende kunstenaars en ook een aantal werken en koffiekannen van Klaas Gubbels. Hij staat bekend om zijn koffiekannen. In het begin vond ik die absoluut niet mooi, later ben ik van gedachten veranderd en schafte ik als eerste een schilderij met een roze koffiekan aan. Zijn werk is imperfect en heeft iets onhandigs, een soort houterigheid. Dat maakt het charmant. Klaas heeft mij een keer gebeld toen ik hem mailde dat ik een opdracht met zijn werk als referentie in de klas gaf. Ik heb ook een brief en kaarten van Klaas Gubbels aan Jan Cremer. Die heb ik ooit ergens op de kop getikt.”

Beeld en verhaal

Sander:“Ik kon altijd goed tekenen en heb de kunstacademie in Kampen gedaan, want ik wilde altijd tekenleraar worden. ‘Lekker geld verdienen met iets wat ik leuk vind’, dacht ik toen heel simpel. Daarna heb ik Kunst- en Kunstbeleid in Groningen gestudeerd. Ik zie mijzelf niet als een kunstenaar, want ik ben niet echt als maker bezig en heb ook geen exposities. Ik ben meer een verzamelaar en kunstkenner. Tegenwoordig houd ik mij voornamelijk bezig met het verzamelen van bijzondere kunstgerelateerde items. Ik kan iets mooi vinden zonder het verhaal erachter te kennen, want ik kijk altijd eerst naar het beeld. Als ik achter het verhaal kom, kan ik het item vaak nog meer waarderen. Dan gaat het echt leven.”

Sander toont vol trots een koffiekan van Gubbels voor een schilderij van Gubbels. Foto: Barbara Pavinati

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

Gregory Herpe

Wauw! Supertrots op deze prachtige foto die Grégory Herpe tijdens zijn Artist in Residence bij Lokalen van mij met mijn pennenmasker heeft gemaakt. Ik verberg mij als schrijfster van de oude stempel achter mijn (soms) wijze woorden die een onwaarschijnlijke waarheid spreken. Toch moet ik daar stiekem ook om lachen. Kijk maar goed naar mijn ogen! Dit is mijn statement in tijden van corona!