Maand: januari 2020

Kan je de tijd vangen?

Soms ben ik als mens wat filosofisch van aard en zoek ik naar antwoorden op vragen die niet retorisch zijn. Jullie hebben al eerder kunnen lezen dat ik niet geloof in leven in het NU, waar veel spirituele goeroes prat op gaan. Wat is tijd dan wel? In mijn beleving is tijd veelomvattender en bestaan er misschien wel parallelle werelden. In de diepere materie ervan heb ik mij niet verdiept en ik weet ook niet of ik dat ooit van plan ben. Ik doe het met wat ik uit eigen ervaring put en waar ik soms in de literatuur wat over lees. 

Twee adems

Tijdens mijn studie Nederlands werd ons opgedragen om het boek ‘Een lied van schijn en wezen’ te lezen van Cees Nooteboom. Daarin zou de schrijver een geraffineerd spel met de tijd spelen en met het schrijverschap. In die periode kwam ik om in de boeken die ik moest lezen en had ik het laten liggen met het voornemen om het ooit eens te consumeren. Tot op de dag van vandaag achtervolgde mij dit boek en vorige week was de kogel door de kerk: ik schafte het aan en las het in een (ok ik lieg: twee) adem(s) uit. 

Verstrikt en verdraait

Daar waar ik vaak schrijf vanuit een instinct of impuls toont Nooteboom zich heer en meester in het uitdenken van een boeiend verhaal. Bij mij ontvouwt een verhaal zich gaandeweg. Ik draai de woorden niet van tevoren met mijn hoofd in elkaar, maar laat ze ontstaan in dat wat zich al schrijvend ontvouwt. Meestal zonder vooropgezet plan. Nooteboom schrijft in ‘Een lied van schijn en wezen’ twee verhalen in verschillende tijden die uiteindelijk in elkaar verstrikt en verdraait raken. Dit alles gebeurt op een natuurlijke en interessante wijze die ook nog eens goed te volgen is. Als schrijver weet ik hoe moeilijk het is om zoiets uit te denken en in elkaar te zetten en ik zal mijzelf nooit aan zo’n constructie wagen. Wat niet wegneemt dat je met de vorm en structuur van je verhaal ook iets kunt vertellen over de ideeën die je aanhangt. 

Inspiratie

Het boek is zeker een aanrader voor mensen die een kijkje in de keuken van het schrijverschap van Nooteboom willen nemen en ook voor mensen die gefascineerd zijn door het begrip tijd. Zelf heb ik er inspiratie uit geput voor mijn sprookjesboek dat ik nu aan het schrijven ben. In de loop van de tijd krijgt het steeds meer vorm en ontstaat er een rode lijn, maar ik wil ook met de structuur van mijn boek iets gaan vertellen. Nu pretendeer ik niet een literair meester te zijn, maar ik ben wel een geboren schrijfster die leert van wat ze leest. Dit boek suddert nu in mijn onderbewuste en zal in de toekomst zijn weerslag tonen in mijn woorden. 

Vangen

De vraag ‘Wat is tijd dan wel?’ is denk ik niet in een mensenleven te beantwoorden. Misschien dat ik als ik doodga antwoord krijg op deze vraag. Dat brengt mij weer op een andere vraag: is er leven na de dood? Daar zijn ook boeken vol over geschreven met verschillende antwoorden. Ik kan alleen zeggen: ik leef NU (al geloof ik daar dus niet in) met al mijn parallelle werelden, met mijn verleden en mijn toekomst, met mezelf, met jullie met jou. En ik probeer het leven te vangen in woorden om toch enig houvast te hebben in de dynamische draaikolk die zij is. Ik probeer ook dit moment te vangen in de tijd. Als dat mogelijk is tenminste. Want wie of wat laat zich vandaag de dag (of gisteren of morgen) nog vangen?

Een fascinerend boek dat speelt met de tijd.

(te) Gek: Freya Gerritsen

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

(te) Gek: Freya Gerritsen

‘Ik word vaak gezien als ‘de gehandicapte’, maar het ligt veel genuanceerder.

“Ik hoop dat als mensen mijn boek lezen mijn handicap wat kleiner wordt en ze mij zien als mens,” vertelt journaliste Freya Gerritsen over haar debuutroman ‘Engel’. In ‘Engel’ beschrijft Freya op een eerlijke en echte manier haar levensverhaal over haar spasme en over hoe het is om een manisch-depressieve vader te hebben. Freya: “Ik heb het zonder censuur geschreven. Als ik alle kwetsbaarheid zou weglaten zou het een gepolijste Amerikaanse roman worden. Dan zou alle essentie weg zijn. Dan maar met de billen bloot.”

Sinds haar studie journalistiek in de jaren negentig denkt Freya al na over het schrijven van een boek. Ze had er toen nog geen vastomlijnd idee over en noteerde altijd flarden van notities of schreef in haar dagboek. Freya: ”Ik heb altijd al geschreven en ben mede daarom journalistiek gaan doen. Ik vind onderzoekjournalistiek en diepgaande interviews schrijven het interessantst; wat beweegt de mens en wat zijn zijn passies?” Op het moment dat haar vader terminaal ziek werd, besloot ze om hem te interviewen over zijn leven. Ze mocht van hem met zijn verhaal doen wat ze wilde. Pas jaren nadat hij overleden was, ging Freya aan de slag met haar autobiografische roman over hoe het echt is om te leven met bipolaire vader en met een handicap. Freya: ”Ik liep tegen veel vooronderstellingen aan, maar merkte dat ik het gesprek daarover uit de weg ging; mensen bedoelen het immers nooit verkeerd. ‘Engel’ is misschien wel mijn antwoord daarop. Ik word vaak gezien als ‘de gehandicapte’, maar het ligt veel genuanceerder. Er is veel diversiteit bij mensen met een handicap. Je bent in de eerste plaats gewoon mens. Het leven gaat om zoveel meer. We moeten kijken naar wat ons bindt.”

Altijd gezwegen

“Het boek was een grote puzzel. Ik wist niet of ik het zou kunnen,” vertelt Freya, ”Ik ben gewoon begonnen met de proloog. Een brief van mijn vader. Ik heb er drie jaar over gedaan. Dat komt omdat ik een druk gezinsleven heb en een beperkte belastbaarheid. En, boven alles, ik het zorgvuldig wilde doen. In ‘Engel’ ben ik heel openhartig. Normaal ben ik dat nooit. Mijn vrouw zei over het boek: ‘Je hebt altijd gezwegen, nu spreek je. Nu vertel je jouw verhaal.’ Het verhaal is heel kwetsbaar, maar het doel dat ik iemand wilde helpen woog zwaarder dan dat. “

“Mei 1997

De vijftiger en ik zitten beiden op een klapstoeltje, de toegangsdeur van de treincoupé als prettige scheiding tussen ons in. Ik blijf naar buiten kijken maar voel dat hij mij observeert. Het is slechts een kwestie van seconden voordat hij erover zal beginnen. Niet dat ik het erg vind om erover te praten, het is meer het bevreemdende gegeven dat wildvreemden het volkomen gepast vinden mijn vanuit het niets erover te bevragen. Alsof ze het over het weer hebben: Waarom zit je in een rolstoel? Ik vond hem wel goed staan bij mijn T-shirt. Heb je een ongeluk gehad? Ja, ik was eigenlijk een topatlete, maar ik struikelde nogal beroerd over mijn laatste horde. Wat héb jij? Krullen en een pokkenhumeur. Waarom bent u eigenlijk zo corpulent?

Het zijn slecht enkelen van min gedachten, die ik tot nu toe altijd heb ingeslikt: omdat ik weet omdat niemand het verkeerd bedoelt; omdat ik het een ander niet graag te ingewikkeld maak (behalve als journalist, wanneer dat nodig is voor een goed verhaal); en omdat ik volgens velen zo stralend en vriendelijk overkom. 

Een imago dat ik op zich graag in stand houd.”

Engel, (p. 101)

Vrij gevoel

“Ik heb al diverse reacties gehad van mensen dat ze er wat aan hebben en dat doet mij goed. ‘Engel’ is in eigen beheer uitgegeven. Zo kon het echt ‘mijn’ boek worden. De enige beperking die ik had, was een praktische: het moest door de brievenbus passen, omdat anders de verzendkosten onevenredig hoog zouden worden. Verder kon ik alles zelf bepalen, van het lettertype tot de cover. Dat gaf een vrij gevoel. ” besluit Freya haar verhaal.

www.engelhetboek.nl

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl

Freya en haar autobiografische roma ‘Engel’. Foto: Dennis Vloedmans

Alegria

Ik kocht gisterochtend rond lunchtijd met bepoederde jas van een koffiekoek die ik stiekem bij Bakker Bart oppeuzelde een boek waarvan ik de inhoud al kende. Onbewust dan. Dat weet ik, omdat ik het boek thuis gelijk ging lezen. Aangetrokken door de titel en vrolijk oranje kaft schafte ik ‘Alegria, vind vreugde in kleine dingen’ van Frances Miralles en Álex Rovira aan bij Kramer in Winterswijk. De vrouw die het mij verkocht was de vrouw die altijd bij DWDD was, maar ik deed net of ik haar niet herkende. Ik was in heel mijn Achterhoekse leven nog nooit in die boekwinkel geweest en vond dat, nu ik toch in Winterswijk was, daar maar eindelijk verandering in moest komen. Al struinend door de winkel kon ik de verleiding niet weerstaan en stond ik bij de kassa met ook nog een paar pennen en een chic en eigenlijk veel te duur notitieboekje.

Feest van herkenning

Alegria. Het woord is net zo vreugdevol als het boek en het leven zelf, het betekent niet voor niets ook vreugde. Het boek bevat filosofische brieven van de schrijver aan een vriend die alegria kwijt is over dat wat alegria eigenlijk is: “Alegria laat zich niet voorschrijven. Alegria is niet te koop. Alegria kun je niet leren. Alegria kan niemand je geven. Alegria kun je niet zoeken. Je kunt haar alleen vinden, want ze is altijd hier, bij jezelf, ook al besef je dat soms niet.” Het boek was een feest van herkenning van een weg die ik nog niet zo lang geleden heb afgelegd; toen ik nog niet dansend en schrijvend door het leven ging. Het bevat wijsheden die ik zelf ook zou aanraden aan mensen die van een beetje bedroefd tot diepongelukkig zijn. Het boek inspireerde mij ook weer om meer na te denken over de inhoud en vormgeving van mijn sprookjesboek dat ik nu druk aan het schrijven ben. Over de boodschap, of liever gezegd mijn boodschap die ik wil uitdragen. Want dat ik de wereld wat te zeggen heb, staat als tien palen boven water. (En misschien heb ik jouw paal ook wel wat te zeggen.)

Terugschakelen

Een sprookjesboek schrijven is een proces dat ik ben aangegaan voor dit jaar. Dat proces heeft tijd nodig. En dat geeft mij vreugde. Of liever gezegd alegria. Zouden mijn eerste grijze haren dan toch wat geduld en rust in mijn leven hebben gebracht? Ik die altijd alles hup, hup, hup voor elkaar wil krijgen? Soms is het goed om even terug te schakelen, geschreven woorden weg te leggen en de tijd zijn beloop te laten doen. Er bestaat ook zoiets als voortschrijdend inzicht. 

Stoutste dromen

Inmiddels heb ik al enkele sprookjes geschreven waar ik trots op ben. Maar ik gooi ze nog niet op het internet. Ik bewaar ze voor mijn fysieke boek, dat jij zeker weten gaat aanschaffen. Wie wil mij nu niet kennen? Al ben ik op dit blog al poedelnaakt met mijn ware gedachten. Het sprookjesboek overtreft alles. Zelfs mijn eigen stoutste dromen. Maar nog een paar maanden geduld lieve lezer. Een paar maar. Lukt dat?

Het vreugdevolle boek en nog vreugdevollere notitieboek

2020: het jaar van de woordsterren

Het jaar is vers. Nog niet eens een dag oud en ik vreet haar al op met huid en haar. De gevreesde decembermaand is achter de rug en ik ben klaar voor 2020. Ik heb zin, heel veel zin, in het nieuwe jaar. Ik bruis en ik hoop jij ook. Samen gaan we er wat van maken, want ik wens je vaak tegen te komen bij mijn schrijfcafés, in mijn mailbox, op mijn social media of gewoon op een bankje in het park of in een hoekje van mijn hart.

Twinkelende lach en druppelende traan

Sprookjes zijn nog steeds een belangrijk thema in mijn leven. Ik geloof graag in ze. In mijn laatste notitieboekje schrijf ik volop aan mijn levenssprookje en rol ik van het ene bizarre in het andere nog ongeloofwaarderigere verhaal. Ook in mijn schetsboek maak ik overuren met potloden en stiften. De komende maanden volg ik bij Lieke van Werkplaats STAP nog enkele verdiepende gesprekken om alles grondig uit te werken en in elkaar te verweven, want ik wil mijn twinkelende lach en druppelende traan benoemen in symbolische en zeer wijze taal. Het verhaal van mijn leven vertelt op een lichtvoetige en speelse manier, dat is mijn droom. Mijn lezer meenemen over bergen en door dalen. Samen met mijn reisgenoten.

Opleiding ‘Schrijven als Therapeutisch Middel’

Het blijft niet bij zelf schrijven. Ik wil mij meer bekwamen in de kunst van schrijfles geven. In maart ga ik daarom starten met een opleiding ‘Schrijven als Therapeutisch Middel’ bij SPSO in Huis er Heide. Zo hoop ik de theorie over autobiografisch schrijven, die ik op een natuurlijke manier al mijn hele leven in de praktijk breng, ook via mijn hoofd in de gevoelige vingers te krijgen. Mijn plan is om er dan op (nog) professionelere wijze deze kennis over te brengen en daar meer en meer mee naar buiten te treden. Ik kijk erg uit naar deze ongetwijfeld leerzame dagen en de nachten die ik daarvoor in een hotel ga doorbrengen. Het OV van de Achterhoek naar het Westen is en blijft bedroevend.

Woordsterren

Alles komt samen en valt in elkaar. Ik reik naar de hoge zilveren woordsterren in de diepe donkerblauwe nacht die ik graag in menselijke proporties naar de wentelende aarde breng. Ik vang hun schittering en glans in mijn zinnen. Dan poets ik net zo lang aan de structuur van mijn tekst totdat hij begint te glimmen. En niet alleen van trots. De woorden hebben hun bestemming gevonden en ik mijn doel in het leven: deze twinkelingen voor jullie opschrijven. Blijven jullie mij lezen?

2020 is het jaar van de woordsterren. Foto: Krang Creaties