Maand: april 2019

De poëtische pop van Iris Penning is mooi eigenwijs!

Poëtische pop is mooi eigenwijs. Waarom kan ik niet zingen? Waarom bespeel ik geen instrument? Ik bedien mijn woorden alleen met de taal. Ja. Hoewel? Is dat echt zo? Een paar jaar geleden kreeg ik Marcel en Eric van TweeFM zo gek om muziek te schrijven bij twee gedichten van mij. En wel ‘Lief zijn’ en ‘Stiekem een tien’. Het resultaat was mooi en om trots op te zijn. ‘Lief zijn’ werd zelfs op hun LP met de gelijknamige titel gezet. Een hele eer.

Er zit meer muziek in mijn taal. Echt waar. Nog geen maand geleden mocht ik gedichten voordragen met Excelsior Eibergen, een heus orkest. Wat zou ik graag ook zelf zingen en muziek maken bij mijn gesproken taal. Helaas is het zo dat als ik ook maar één noot zing iedereen zijn vingers in zijn oren doet. Mensen die zeggen dat iedereen kan zingen geloof ik niet. Mijn omgeving ook niet. Misschien moet ik niet zo zeuren en dankbaar zijn dat ik in ieder geval één gave heb gekregen: de woorden. Ik denk, voel, zie en ruik ze. Niet de noten of de klanken. Daar ben ik blind, maar niet doof voor. We zijn niet allemaal wonderkinderen. De mij gegeven woorden moet ik maar niet in de spreekwoordelijke bek kijken. Ik laat mijn gedichten wel dansen op gedragen stembuigingen.

 

Post

In maart kwam er een pakje met de post. Op naam van Boef. Hij stond op het punt om het huis te verlaten en maakte geen aanstalten om het open te maken. Het was mijn vrije dag en dat betekende dus dat ik dan de hele tijd naar een pakje zou moeten kijken zonder te weten wat de inhoud ervan was. Om spontaan te van gaan nagelbijten. Al doe ik dat nooit. Om spontaan een rol koekjes van op te eten. Al heb ik die om die reden niet in huis. Om spontaan…Bij het afscheid vervloekte ik Boef voor de grap hardop. Hij lachte, snelde het huis uit en zei, voordat hij de voordeur achter zich sloot, dat ik het pakje mocht openmaken. Dat liet ik mij natuurlijk geen tweede keer zeggen! De deur was nog niet dicht of het pakje lag al open op mijn schoot. Het waren twee cd’s van Iris Penning en een gedichtenboekje van haar. Tranen rolden over mijn wangen: het waren cadeautjes voor mij!

 

Spreken met suiker

De cd-speler ging gelijk aan en ik liet mij verrassen door de diepzinnige, heldere en suggestieve woorden van Iris. Haar teksten zijn op een lichte manier diep en haar muziek zorgt voor een weemoedige trilling in mijn hart. Van de op muziek gezette gedichten van ‘Spreken met suiker’ is een mooi klein gedichtenbundeltje verschenen. In het slotgedicht vat ze de bundel samen:

 

Heb je geen doel

dan verdwaal je nooit

stap voor stap, het pad

komt vanzelf

 

in de verte lopen mensen

ze zeggen niets

wie ben jij als niemand kijkt

wie is wat hij lijkt te zijn?

ik wil alles of niets.

 

de scherpste zouten zijn je tranen

weet ik, vrees ik

maar we spreken met suiker.

 

We doen maar wat we willen doen

en meestal mag dat dan niet

 

als ik aan de toekomst toe kom

kom ik misschien nog bij je langs.

 

 

Liever vieze voeten

Haar nieuwste cd ‘Liever vieze voeten’ is voorzien van een boekje aan de cd-hoes waarin haar gedichten staan in een bijzonder lettertype dat haar eigen handschrift is. Daarin zijn ook enkele ‘vermoorde’ liedjes te vinden. Deze hebben de cd net niet gehaald. De cd is er een om te luisteren en dan na te denken over je eigen leven. Over de vormgeving ervan. Over de mogelijkheden. Over pijn. Over liefde. Over geluk. Over het leven dat kort is. Over het plukken van de dag. Bij ‘Mag ik iets vragen’, een van de liedjes, is een intense clip gemaakt. Toen ik hem zag, was ik verkocht!

Boef had met de aanschaf van de cd’s gratis toegang tot een concert van Iris gewonnen. Helaas konden we daar niet naartoe, omdat we net met vrienden een weekend weg waren. Jammer. Misschien dat we in de toekomst nog naar een ander optreden gaan. Even kijken of ze nog een keer in de buurt komt!

Wil je meer weten van Iris of de clip ‘Mag ik iets vragen bekijken?’:

https://www.irispenning.com

 

Links de cd ‘Liever vieze voeten’ rechts de dichtbundel ‘Spreken met suiker’.

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart) VIII

En dan hier het volgende en misschien wel laatste deel van het vervolgverhaal geschreven door Marianne Groep. Er is heel wat gebeurt in de acht delen. Heel mooi om te zien hoe een klein idee zich kan ontpoppen tot een heel verhaal!

 

——————————————————————————————————-

“Ik word een creative content executive met een focus op social!”

Sjefke wist even niets te zeggen. Wat had Claartje ineens? Eerst die nachtelijke verfpartij en nu onverwachte dromen met een ingewikkelde naam. Hij zoog langzaam zijn longen vol en probeerde zijn gedachten te ordenen. “Maar Claar”, zei hij voorzichtig, “hoe wil je dat doen? Je spreekt toch helemaal geen Deens of Thuleens of hoe dat ook heet?” “Kalaallisut”, riep Claartje. Sjefke zag de schittering in haar ogen. “Tuurlijk spreek ik dat. Een beetje dan. Wat dacht jij dat we tijdens al die sessies met Rasmus hebben gedaan?”

Weer moest Sjefke nadenken. Claartje was iedere week naar het huis boven de bakkerij gegaan. Daar gaf Rasmus, de man van Sjaak, een cursus natuurgeneeskunst. “Wist je dat zijn moeder een echte sjamaan is geweest?” vertelde Claartje. “Hij kent allemaal gezangen en ingewikkelde drumritmes. Als Sjaak op tijd klaar is met het opruimen van de bakkerij komt hij erbij zitten. Dan doet hij de traditionele keelzang en speelt Rasmus op de mondharp. Het is een prachtige cultuur. We gaan vast een mooie toekomst tegemoet.”

“Weet je”, vervolgde Claartje, “eigenlijk heb ik zin in handvol augurken. Maar we hebben nu wel een feestje te vieren. Doe mij maar een flink stuk appeltaart. Zal ik slagroom kloppen?”

 

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

(te) Gek: Alexandra van Kleef

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt!

 

Het begon allemaal toen Alexandra van Kleef zeventien was. Toen ging ze op schoolreis naar Florence en Rome. In de Uffizi bij de schilderijen van Botticelli wist ze: ”Dit is het! Hier ga ik wat mee doen!” Inmiddels werkt ze al zeventien jaar bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ze is er begonnen als assistent van de coördinator Depotbeheer & Expeditie, maar is nu Adviseur Collectiemanagement. Alexandra: ”Bij ons zit je niet omdat je veel geld verdient of snel op kan klimmen, maar omdat je het leuk vindt. Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt! Je kan bij ons eigenlijk alleen werken als je heel gedreven bent en veel interesse hebt voor kunst en erfgoed.”

 

Alexandra wilde als afgestudeerde kunsthistorica eigenlijk conservator worden. Daar was na haar studie geen functie in te vinden. Via via hoorde ze van de baan bij de RCE. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Aanvankelijk dacht ze dat het een tijdelijke baan zou zijn, maar niks bleek minder waar. Tijdens haar loopbaan heeft ze zich ook negen jaar beziggehouden met collectiemobiliteit. De RCE heeft een collectie van circa 115.000 objecten bestaande uit schilderijen, sculpturen, kroonluchters, glas, keramiek, tapijten en nog veel meer. Circa 82.000 daarvan bevinden zich in het depot, ongeveer 33.000 zijn in bruikleen. RCE leent kunstwerken onder andere uit aan ambassades en ministeries, maar ook aan musea.

Verhuizing naar Collectie Centrum Nederland
Alexandra: ”Op het moment zijn we bezig met een verhuizing naar Amersfoort Vathorst. In Amersfoort zijn we een depot aan het bouwen genaamd Collectie Centrum Nederland. Dit doen we samen met het Rijksmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum en Paleis Het Loo. Deze vier collecties bevatten gezamenlijk zo’n 675.000 objecten. Het depot is wel vier voetbalvelden op elkaar. Op het moment ben ik projectleider verhuisvoorbereiding voor alle vier de organisaties en voor de RCE projectleider verhuizing. Voor het eerste project is het van belang dat de basisvoorwaarden in orde zijn. Dat houdt in dat er overal een goede registratie en foto van is. Ook moet er een barcode aan het object toegekend zijn en dient de conditie stabiel te zijn. De projecten moeten in goede staat zijn en verhuisklaar. De woorden waar het om draait zijn: identificeerbaar en transporteerbaar. Voor het RCE maak ik de planning van wanneer gaat wat verhuizen. Daarnaast moet ik in kaart brengen waar alles naar toe gaat in het nieuwe depot. Het is een hele wiskundige puzzel waar ik aan werk. De uitdaging zit erin toch door te gaan met bruiklenen terwijl deze verhuizing in gang is gezet. Als we een cluster retour krijgen die al twintig jaar is weggeweest dan kunnen we hem nu niet gereed maken voor de verhuizing, maar slaan we hem extern op.”

 

Alexandra geeft een workshop in Zuid-Afrika.

 

Horizon verbreden
“Naast al deze werkzaamheden ben ik ook nog bezig met een programma dat RCE breed is uitgezet,” vertelt Alexanders, “Het gaat over gedeeld cultureel erfgoed met landen waar we een verleden mee hebben door kolonisatie of handel. Ik ben daarbij verantwoordelijk voor Zuid-Afrika. Soms mag ik daarvoor naar Zuid-Afrika reizen om trainingen over collectiebeheer en -behoud te geven.”

Samenvattend stelt Alexandra: “Mijn werk is nooit hetzelfde. Ik ben continu met wat anders bezig. Ik heb contact met andere instellingen en bezoek vreemde landen. Daarmee verbreed ik mijn horizon. Dat maakt het ook leuk!”

 

Alexandra tijdens een van haar vakanties in Japan.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.