Maand: april 2019

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart) VIII

En dan hier het volgende en misschien wel laatste deel van het vervolgverhaal geschreven door Marianne Groep. Er is heel wat gebeurt in de acht delen. Heel mooi om te zien hoe een klein idee zich kan ontpoppen tot een heel verhaal!

 

——————————————————————————————————-

“Ik word een creative content executive met een focus op social!”

Sjefke wist even niets te zeggen. Wat had Claartje ineens? Eerst die nachtelijke verfpartij en nu onverwachte dromen met een ingewikkelde naam. Hij zoog langzaam zijn longen vol en probeerde zijn gedachten te ordenen. “Maar Claar”, zei hij voorzichtig, “hoe wil je dat doen? Je spreekt toch helemaal geen Deens of Thuleens of hoe dat ook heet?” “Kalaallisut”, riep Claartje. Sjefke zag de schittering in haar ogen. “Tuurlijk spreek ik dat. Een beetje dan. Wat dacht jij dat we tijdens al die sessies met Rasmus hebben gedaan?”

Weer moest Sjefke nadenken. Claartje was iedere week naar het huis boven de bakkerij gegaan. Daar gaf Rasmus, de man van Sjaak, een cursus natuurgeneeskunst. “Wist je dat zijn moeder een echte sjamaan is geweest?” vertelde Claartje. “Hij kent allemaal gezangen en ingewikkelde drumritmes. Als Sjaak op tijd klaar is met het opruimen van de bakkerij komt hij erbij zitten. Dan doet hij de traditionele keelzang en speelt Rasmus op de mondharp. Het is een prachtige cultuur. We gaan vast een mooie toekomst tegemoet.”

“Weet je”, vervolgde Claartje, “eigenlijk heb ik zin in handvol augurken. Maar we hebben nu wel een feestje te vieren. Doe mij maar een flink stuk appeltaart. Zal ik slagroom kloppen?”

 

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

(te) Gek: Alexandra van Kleef

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt!

 

Het begon allemaal toen Alexandra van Kleef zeventien was. Toen ging ze op schoolreis naar Florence en Rome. In de Uffizi bij de schilderijen van Botticelli wist ze: ”Dit is het! Hier ga ik wat mee doen!” Inmiddels werkt ze al zeventien jaar bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ze is er begonnen als assistent van de coördinator Depotbeheer & Expeditie, maar is nu Adviseur Collectiemanagement. Alexandra: ”Bij ons zit je niet omdat je veel geld verdient of snel op kan klimmen, maar omdat je het leuk vindt. Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt! Je kan bij ons eigenlijk alleen werken als je heel gedreven bent en veel interesse hebt voor kunst en erfgoed.”

 

Alexandra wilde als afgestudeerde kunsthistorica eigenlijk conservator worden. Daar was na haar studie geen functie in te vinden. Via via hoorde ze van de baan bij de RCE. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Aanvankelijk dacht ze dat het een tijdelijke baan zou zijn, maar niks bleek minder waar. Tijdens haar loopbaan heeft ze zich ook negen jaar beziggehouden met collectiemobiliteit. De RCE heeft een collectie van circa 115.000 objecten bestaande uit schilderijen, sculpturen, kroonluchters, glas, keramiek, tapijten en nog veel meer. Circa 82.000 daarvan bevinden zich in het depot, ongeveer 33.000 zijn in bruikleen. RCE leent kunstwerken onder andere uit aan ambassades en ministeries, maar ook aan musea.

Verhuizing naar Collectie Centrum Nederland
Alexandra: ”Op het moment zijn we bezig met een verhuizing naar Amersfoort Vathorst. In Amersfoort zijn we een depot aan het bouwen genaamd Collectie Centrum Nederland. Dit doen we samen met het Rijksmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum en Paleis Het Loo. Deze vier collecties bevatten gezamenlijk zo’n 675.000 objecten. Het depot is wel vier voetbalvelden op elkaar. Op het moment ben ik projectleider verhuisvoorbereiding voor alle vier de organisaties en voor de RCE projectleider verhuizing. Voor het eerste project is het van belang dat de basisvoorwaarden in orde zijn. Dat houdt in dat er overal een goede registratie en foto van is. Ook moet er een barcode aan het object toegekend zijn en dient de conditie stabiel te zijn. De projecten moeten in goede staat zijn en verhuisklaar. De woorden waar het om draait zijn: identificeerbaar en transporteerbaar. Voor het RCE maak ik de planning van wanneer gaat wat verhuizen. Daarnaast moet ik in kaart brengen waar alles naar toe gaat in het nieuwe depot. Het is een hele wiskundige puzzel waar ik aan werk. De uitdaging zit erin toch door te gaan met bruiklenen terwijl deze verhuizing in gang is gezet. Als we een cluster retour krijgen die al twintig jaar is weggeweest dan kunnen we hem nu niet gereed maken voor de verhuizing, maar slaan we hem extern op.”

 

Alexandra geeft een workshop in Zuid-Afrika.

 

Horizon verbreden
“Naast al deze werkzaamheden ben ik ook nog bezig met een programma dat RCE breed is uitgezet,” vertelt Alexanders, “Het gaat over gedeeld cultureel erfgoed met landen waar we een verleden mee hebben door kolonisatie of handel. Ik ben daarbij verantwoordelijk voor Zuid-Afrika. Soms mag ik daarvoor naar Zuid-Afrika reizen om trainingen over collectiebeheer en -behoud te geven.”

Samenvattend stelt Alexandra: “Mijn werk is nooit hetzelfde. Ik ben continu met wat anders bezig. Ik heb contact met andere instellingen en bezoek vreemde landen. Daarmee verbreed ik mijn horizon. Dat maakt het ook leuk!”

 

Alexandra tijdens een van haar vakanties in Japan.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.