Maand: februari 2019

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart) III

Achter de schermen wordt er volop geschreven aan het vervolgverhaal. Hier het mooie deel III  geschreven door Marianne Groep van Peiler tekst.

Veel leesplezier en houd de site in de gaten voor de volgende twee teksten!

 


 

“… 1 keer, ja, toen was ik de hulk. Huh? Zou dat ermee te maken hebben, die kleur??”

De blik van de bakker verplaatst zich door de ruiten, voorbij de fiets, tot diep in de kille ochtendlucht. “De hulk,” zegt hij nadenkend, “wie was dat ook weer? Was dat niet zo’n scholier die door een spin gebeten werd en daarna achter al die boeven aanging? In een rood pak, recht tegen de muren op?” “Nee, maar…” zegt Sjefke. “Wacht!” onderbreekt Sjaak hem. “Ik weet wel iets van de wereld, al bak ik iedere dag dezelfde volkoren bollen. Je had ook een jongetje dat in de jungle opgroeide, samen met de dieren. Slingerend tussen de bomen, zo op z’n vriendinnetje af.” Sjaaks oerwoudkreet klinkt vreemd in de kleine bakkerswinkel: “Jaaa-oewoewaaah!” “Nee Sjaak, luister,” probeert Sjefke nog een keer. Maar de bakker let niet op het rood aangelopen gezicht van zijn vriend. Zijn oog valt op de fiets voor het raam. “O natuurlijk, ik weet het weer,” juicht hij. “Groen! De hulk was dat ventje met die pijp. Die kneep met één hand een blikje open en mikte de gifgroene stroom zo in zijn mond. Een blik vol spinazie.” “Nee, appeltaart,” schreeuwt Sjefke. “Gewoon appeltaart.”

 

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

‘Opnieuw beginnen’ blikt achter de façade

Herinneringen vervliegen niet en beloftes blijven. Ook al is het nu bijna een jaar na dato. Het was een avond in april dat ik met Annekée lekker Italiaans ging tafelen in Vorden. Voordat we richting pop-up restaurant zouden gaan, wilde Annekée graag naar de boekpresentatie van Annemartien Berkelaar, een medecursiste van haar schrijfcursus. Deze boekpresentatie was in de Koppelkerk in Bredevoort en aangezien ik zelf schrijfster ben, zei ik vrij en blij:”Ik ga mee!”

 

Familieroman

In het drukbevolkte Boekencafé hoorde ik de verhalen van verschillende sprekers over Annemartien en haar debuut ‘Opnieuw beginnen’. Zelf hield ze ook een erg prikkelend praatje over haar boek en de weg er naartoe. ‘Opnieuw beginnen’ is een familieroman over de vijftigjarige Thea die vanuit de Randstad naar de Achterhoek verhuist. Met gespitste oren luisterde ik naar alles wat er gezegd werd, want mijn aandacht was na deze informatie enorm getrokken. Ik heb immers zelf ook een boek geschreven over mijn integratie als stadse in de Achterhoek. Hierdoor ben ik erg nieuwsgierig naar de belevenissen van andere import-Achterhoekers. Ondanks het feit dat dit boek fictie is en niet autobiografisch (ik smelt zoals jullie weten bij persoonlijke levensverhalen) kocht ik het toch resoluut.

 

Goed gevoel

De tijd verstreek en andere boeken kwamen op mijn pad. Steeds lokte het fraai groene exemplaar met vlinders op de kaft mij toe. Een paar weken geleden pakte ik het en begon met lezen. Direct werd ik gegrepen door de herkenbaarheid. De zaken waar ik mee worstelde toen ik in de Achterhoek kwam wonen, worden erg inlevend beschreven. Ook de rauwe randjes. Zoals het feit dat Achterhoekers eerst de kat uit de boom kijken en je dan pas opnemen in hun midden. Als je dan eenmaal in hun midden zit, is het voor altijd. De tussenperiode, die doet wat met je. In het boek kun je heel goed lezen wat. Verder wordt een ontluikende vriendschap beschreven tussen Thea en de veel jongere Simone, die na haar scheiding op zoek is naar een nieuwe levenspartner en vader voor haar kinderen. Daarbij wordt ook een inkijkje gegeven in hoe het eraan toe gaat op datingsites. Wat ik knap vind, is hoe er een opkomende depressie bij Thea wordt neergezet en hoe ze deze, samen met Simone, te lijf gaat. Ik zal het einde niet verklappen, maar het geeft je wel een goed gevoel over de Achterhoek. Een goed gevoel dat ik ook heb.

 

Achter de façade

Het boek leest prettig en er komen veel dialogen in voor. Het is echt een aanrader voor alle mensen uit de Randstad die naar de Achterhoek zijn verhuisd en zich afvragen of ze de enige zijn die bepaalde emoties doormaken. Voor Achterhoekers die willen leren begrijpen wat hun nieuwe bewoners soms kunnen doormaken is dit boek ook een must. Je kan namelijk niet alles aan de buitenkant zien! Dit boek blikt achter de façade.

Het boek is verschenen bij Zomer en Keuning en daar ook te bestellen. Op deze link vind je meer informatie en kan je ook het eerste hoofdstuk lezen.

 

De lieflijke kaft van een boek over de Achterhoek met haar mooie, maar ook rauwe randjes.

(te) Gek: Jorica de Leeuw

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Het vrije gevoel van mijn studententijd heb ik weer terug’

 

Schrijven is dé passie van Jorica de Leeuw. Als klein meisje maakt ze al krantjes voor de kinderen in de buurt. De studie Nederlandse taal- en letterkunde was een logische keuze. Na haar studie had Jorica verschillende banen in loondienst. Ze werkte onder andere als ondertitelaar, redacteur en secretaresse. Anderhalf jaar geleden gaf ze haar zekere bestaan op en begon ze als zelfstandig tekstschrijver met ‘De Schrijvende Leeuw’. Een keuze waar ze helemaal geen spijt van heeft: ”Ik ben blij dat ik weer wat gekker mag zijn van mezelf. Nu stroomt alles meer. Ik hoef mij niet steeds meer aan te passen aan anderen.”

 

Bore-out

Het werken in loondienst viel Jorica zwaar. Op een gegeven moment kreeg ze zelfs een bore-out: ”Ik werkte niet te hard en mijn collega’s waren heel gezellig, maar ik haalde geen voldoening uit mijn werk. Het was zo saai dat het juist veel energie ging kosten. Ik kreeg er ook klachten van, zoals slecht slapen. Ik werd ziek van verveling en voelde me vastzitten op mijn werkplek. Deze klachten worden niet altijd serieus genomen en je ziek melden is lastig. Mensen zeiden tegen mij: ’Je hebt het goed voor elkaar. Je werkt parttime en hebt tijd om leuke dingen ernaast te doen’. Toch werkt dat niet zo. Heel lang heb ik gesolliciteerd naar iets anders. Naar functies als redacteur en communicatieadviseur. Maar ik was al veertig en er waren veel jongere en hippere concurrenten. Ik kwam er niet meer tussen. Op een gegeven moment wist ik het niet meer en heb ik mijn vaste baan opgezegd. Toen kwam ik een oud-collega tegen die een eigen tekstbureau heeft. Ik kon haar helpen met opdrachten. Vlak daarna werd ik op LinkedIn benaderd voor een andere klus. Daarvoor moest ik mij wel inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Dat was niet zo’n moeilijke stap. Het opzeggen van mijn baan was dat wel geweest. Ik heb er geen moment spijt van gehad. Alles gaat nu vanzelf en dat terwijl ik niet eens heel actief aan het netwerken ben of klanten zoek. Het werken als zzp’er is mij op het lijf geschreven. Ik ben introvert en daarbij kan ik juist profiteren van de eigenschappen die daarmee gepaard gaan: ik werk zelfstandig, ga graag mijn eigen gang en kan goed focussen.”

 

Avonturen

Jorica:”Toen ik na mijn studie begon met werken heb ik mij te veel aangepast aan anderen. Ik deed wat collega’s of de baas zeiden en dacht dat ik dat allemaal wel goed kon uitvoeren. Toch vrat het aan mij en ik zocht de oorzaak buiten mezelf: in de functie, het soort bedrijf of de reistijd. Ik heb al werkend weinig tot niets van mijzelf laten zien. Vandaag de dag ben ik vrijer, doe ik mijn eigen ding. Er is ruimte voor mijn eigen ideeën en ik kies steeds vaker mijn eigen pad. Al blijf ik wel open staan voor andere visies. Het vrije gevoel van mijn studententijd heb ik weer terug. Lekker gek doen. Ik hoef mij niet meer aan te passen om normaal te zijn. Er komen steeds meer avonturen op mijn pad.“

 

Trots

“Ik zit nu in het tweede jaar van De Schrijvende Leeuw en ben trots op veel dingen: ik durf nu eindelijk mijn eigen gang te gaan en ben erachter gekomen dat ik lekker eigenwijs ben. Al heeft mijn moeder dat laatste altijd al beweerd,” lacht Jorica, “Ook ben ik trots op de schrijfopdrachten die ik heb gemaakt. Ik kan echt kwaliteit laten zien!”

Jorica schrijft zich na lang wikken en wegen in bij de Kamer van Koophandel.

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

 

 

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart) II

Heel leuk wat een oproep allemaal teweeg kan brengen. Ria Olijslager schreef spontaan in een reactie op het blog ‘Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart)’ een vervolg. Het is hieronder te lezen. Ook Marianne Groep, Anneke Wilbers en Jorica de Leeuw willen graag meeschrijven aan het verhaal. De komende weken zijn hun hersenspinsels te lezen op Rabarbara. Houd dit blog dus goed in de gaten als je wilt weten hoe het verder gaat met Sjefke, Sjaak, de appeltaarten en de fiets.

 

Bijdrage Ria Olijslager

 

“Huh? nee …je hebt het goed gezien Sjaak. Het is niet mijn eigen fiets, maar eigenlijk toch weer wel! Het frame, alles is hetzelfde maar die kleur…die KLEUR,” zei Sjefke nog eens met nadruk., “DIE had mijn oude fiets niet! Vannacht droomde ik over carnaval en de fraaie verkleedkleren die mijn moeder voor mij naaide. Ik was boer, cowboy en 1 keer, ja, toen was ik de hulk. Huh? Zou dat ermee te maken hebben, die kleur??”

 

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart)

De beste ideeën ontstaan vaak ’s nachts. Er zijn mensen in mijn leven die daar alles vanaf weten. Het idee van een vervolgverhaal heeft mij al vaker wakker gehouden. Vandaar dat ik het deze nacht maar even uitwerk. Hopelijk kan ik dan de komende tijd wel weer op een oor liggen. Het is nu niet eens volle maan, dus waar ik al die energie vandaan haal?

Het plan is als volgt: ik schrijf een begin van een verhaal en met zijn allen maken wij het af. Degene die het vervolg schrijft, begint met de laatste zin van het voorgaande stuk tekst. Alle geschreven vervolgstukken worden hier op dit blog geplaatst met de naam van de auteur erbij. Je bent vrij om te schrijven wat je wilt. Je kan je daarbij laten inspireren door een woord op de foto, maar dat hoeft niet.

Wil je meedoen? Laat mij dat weten middels een bericht op dit blog, Facebook, Twitter, Instagram of via info@rabarbara.nl. Iedereen die zich meldt, mag een stuk schrijven. Ik coördineer wie er wanneer aan de beurt is. Als het goed is, hebben we aan het eind dan een mooi gezamenlijk verhaal.

Dan nu de foto en het begin van het verhaal. Ik kijk uit naar jullie vervolgverhalen! Schroom niet om te reageren. Hoe meer mensen er meedoen, hoe leuker en bizarder het verhaal wordt!

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

Ik zwaan, jij kleeft aan

(of hoe het leven draait om appeltaart)

Het was een onmogelijke ochtend in februari zonder sneeuw. Sjefke stapt na een slapeloze nacht op zijn fiets richting bakker Sjaak. Op de boodschappenlijst in zijn hoofd staan een volkoren bruin en drie appeltaarten. Voor de winkel zwaait hij ietwat onhandig zijn rechterbeen over de bagagedrager terwijl hij afstapt. Sjaak ziet hem door de grote ovale ruiten aankomen en wuift al voordat hij de deur heeft geopend. Bij binnenkomst vraagt de bakker oprecht verbaasd:”Maar Sjefke, hoe komt het nu dat je fiets zo gifgroen ziet? Normaal is hij zo onopvallend blauw. Of heb je soms een nieuwe?”

….wordt vervolgd
(wie waagt de eerste stap?)

De Torenwachter spreekt zijn eigen taal!

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het was een vrijdag in november. Het regende en ik ging met de bus naar Groenlo. Ik was vlinderig en opgetogen, omdat ik naar de boekpresentatie ging van een collega die ik nog maar één keer gezien en amper gesproken had. Sporadisch had ik weleens een column van hem gelezen.  Al meer dan vijftig jaar verschijnen die wekelijks in de Groenlose Gids. De kennismaking in woorden was mij wonderwel bevallen. Hoe zou de persoonlijke kennismaking zijn? Wie is De Torenwachter waar heel Groenlo het over heeft? Zelfs als import-Lichtenvoordse en correspondent van de Elna hoor ik die verhalen!

 

Gestolen momentje

Op zijn Rabarbara’s was ik weer veel te vroeg bij De Stadsch Pomp waar de bundeling van zijn columns gepresenteerd zou worden. Ik maakte een ommetje door de stad en kwam Gerwin Nijkamp, hoofdredacteur van Achterhoek Nieuw en uitgever van het boek tegen. Hij was op weg om een bloemetje te kopen voor de presentatie. Een blik op mijn houten Lumbr horloge vertelde mij dat het eigenlijk nog steeds te vroeg was om mijn entree te maken, maar ik stapte toch het café binnen, wetend dat vroege vogels soms geluk hebben. En ik kreeg gelijk. De gelegenheid werd geschapen (door God?) om met schrijver Ferry Broshuis, alias De Torenwachter te spreken. Ik zat nieuwsgierig in een hoekje bij het raam van een grote, bruine zaal. Hij kwam vriendelijk bij mij zitten en wist zelfs mijn naam! Vervolgens stelde hij mij vragen, deed boude uitspraken en uit dat wat ik niet zei, trok hij conclusies. Een eigenschap die ik later ook in zijn boek Torenwachterstaal. Van biebmoeders tot dweilorkesten herkende. Al gauw druppelde de zaal vol en had ik mijn gestolen momentje met de Grolse schrijfmeester gehad. Eigenlijk had ik hèm vragen moeten stellen, maar overvallen door onze ontmoeting en het moment werd de journalist in mij even niet wakker. Misschien krijg ik die kans ooit nog eens. Je weet maar nooit.

 

Braaf in de rij

De presentatie volgde. Gerwin en burgemeester Annette Bronsvoort hielden een praatje vol lof over Torenwachter. Hij speechte zelf ook met humor uit het blote hoofd en las een column met verve voor.  Over het schrijven van zijn columns maakt hij een opmerking die de week erop in de Groenlose Gids staat: ”Als je een boek schrijft ben je alle machthebbers tegelijk. Je kunt iedereen alles laten doen wat je wil. Een column schrijven is gelijk krijgen terwijl je weet dat je het niet hebt.” Die (zelf)spottende toon kon ik wel waarderen. Ik kocht een boek, stond braaf in de rij om het te laten signeren en werd toen door zijn lieftallige dochter Kyra gefotografeerd. Die foto hangt nu uitvergroot boven mijn bed.

 

De foto die dochterlief Kyra maakte van De Torenwachter die ‘Torenwachterstaal. Van biebmoeders tot dweilorkesten’ voor mij signeert. Foto: Kyra Broshuis

 

Hilarisch, scherpzinnig, zelfspot

Vol goede voornemens had ik het plan opgevat om het boek gelijk uit te lezen. Het onvoorspelbare lot bepaalde anders. In de maanden die volgden las ik af en toe tussen de bedrijven door schuddebuikend een paar columns. Deze zondag nam ik met een grote eindspurt het grootste gedeelte voor mijn rekening. Wanneer ik het laatste verhaal uit heb, weet ik meer over biebmoeders (eerste verhaal) en dweilorkesten (laatste verhaal) en alles wat daartussen zit. En dat is een heleboel over het geweldige Grolle (Groenlo) maar ook over: de strijd tussen Lichtenvoorde en Groenlo, bier, voetbal, Sinterklaasgedichten, de gemeente Oost Gelre, toeristen, senioren, het bezoeken van een huisarts, zijn familie, enzovoorts, enzovoorts. Hij noemt zichzelf in het boek vaak spottend een kneus en ‘Het Repair Café’ waarin hij zijn twee linkerhanden beschrijft en hoe zijn familie daarmee omgaat is echt hilarisch: ”Als je hem iets laat repareren weet je zeker dat je het voorwerp niet meer herkent en dat het ook nooit meer kan worden hersteld.”

 

Scherpzinnig en met de nodige zelfspot analyseert De Torenwachter zijn omgeving, de gesprekken die hij opvangt of wat hem ter ore komt. Kritiek op de politiek en ondernemers is hem daarbij niet vreemd. Hij geeft de nodige inzichten in het leven en de (Grolse) maatschappij. Of we die allemaal serieus moeten nemen is de vraag. Ik denk dat je die het beste zelf kan beantwoorden. De Torenwachter spreekt zijn eigen taal.

 

Verkooppunten

Boekhandel Wiegerink, Bruna en VVV in Groenlo. Prijs: 12,95. Bestellen kan ook via een mail naar de redactie van Achterhoek Nieuws: info@achterhoeknieuws.nl

 

Het boek dat mij doet schuddebuiken. Foto: Barbara Pavinati