Een paar uurtjes dweilen

Voor alles is een eerste keer. Zo ook voor carnaval. Ik behoor tot degenen die de drie dolle dagen met argusogen bekijken. Wat is dat dan? Verkleed en dronken in een polonaise lopen? Of is het toch anders? Mijn collega’s van Achterhoek Nieuws zijn hardcore carnavalvierders en zo kwam het dat ik toch nieuwsgierig werd. Mij er vol overgave in storten leek mij teveel van het goede, vandaar dat ik besloot een kleine teen in het feestgedruis te steken: dweilen op maandagmiddag. Toen diende het volgende probleem zich aan: met wie? Boef moest werken, een vriendin die wel zin had was druk en wanhopig iedereen afgaan was mij te gortig. Er was maar één oplossing: alleen.

Moet ik dan ook verkleed? Om mij voor een paar uurtjes helemaal uit te dossen was mij te zot voor woorden. Ik had nog wel bedacht dat ik een Loesjeposter om mijn nek kon hangen:”Carnaval. Dit jaar ga ik als mening”. Maar eigenlijk heb ik geen mening. Ik ben niet uitgesproken zwart of wit en ook niet genuanceerd onderbouwd. Ik geloof eenvoudig nog in de goedheid van de mens. Gewoon lief zijn. Dat is naïef, ik weet het. En misschien ook wel een mening. Maar in verhitte discussies kom je daar veelal niet mee weg. Geen poster dus.

Ik appte mijn collega’s dat ik ging verdwalen in Groenlo en dat ik hoopte dat ik ze misschien ergens tegen zou komen, want dat schijnt de gang van zaken te zijn. Zo ga je met elkaar om. Al wandelend door de straten besloot ik naar rockcafé Taste te gaan, want dat carnavalsmuziek niet echt aan mij besteed was, kwam ik al snel achter. Daar draaiden ze goede krakers en raakte ik met diverse mensen aan de praat. Ik sleepte zelfs een date voor volgend jaar in de wacht: same time, same place en verkleed als indiaan.

Eén van mijn collega’s verscheen met zijn gevolg. Zo babbelde ik met nog wat verschillende mensen, die gelijk een ingang naar de krant roken. Of ik even wilde regelen dat ze op de voorkant kwamen. Inmiddels heb ik geleerd op dit soort verzoekjes tactisch te antwoorden, maar om ze toch een beetje tegemoet te komen schoot ik lachend een foto. Deze zet ik nu bij dit blog. Ook goed dames? Jullie namen ben ik vergeten. Eentje staat er als Astrid Carnaval in mijn telefoon. Dat is in ieder geval iets.

Bij dweilen moet je officieel zeven kroegen af voor een mooie button. Ik heb het bij één drankgelegenheid gehouden. Toen iedereen dronken begon te worden, snelde ik richting bushalte. Ik moet nog een hele week mee met werk en andere zaken. In ieder geval heb ik geroken aan dat waar veel mensen warm voor lopen. Volgend jaar weer? Volgend jaar langer? Wie weet! Volgend jaar verkleed? Same time, same place? Misschien.

In ieder geval kan ik er nu een beetje over meepraten. Ik heb mijn grenzen verlegd en een mening gevormd. Niet zwart, wit of genuanceerd onderbouwd. Gewoon: Alaaf! Alaaf jij ook?

Niet de voorkant van de krant, wel een plekje op mijn blog. Ook goed dames?

Niet de voorkant van de krant, wel een plekje op mijn blog. Ook goed dames?

Advertenties

(te) Gek: Simone Pastoors

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Een hokje zegt niets over de persoon die je voor je hebt’

“Gekkigheid, daar houd ik van. Het maakt mensen bijzonder en uitzonderlijk en geeft ze daardoor een bepaald charme,” lacht Simone Pastoors, stadskamerregisseur van Oost Gelre en Montferland. Ze is met plezier het aanspreekpunt van de gemeente en bezig met het opzetten en regisseren van de Dorps- en Stadskamers. Daarnaast steekt ze vrolijk en enthousiast haar handen uit de mouwen op de werkvloer:”Het werk is leuk, omdat het niet voorspelbaar is. Elke dag is het weer anders.”

Door haar lange werkervaring, eerst als activiteitenbegeleidster en later als teamleidster in de psychiatrie, heeft Simone zich een duidelijke mening gevormd:“Ik zie het als een uitdaging om mensen die als ‘gek’ bestempeld zijn te begeleiden. Ze zijn vaak heel kundig en creatief en hebben ook een beetje lef. Met hun gekkigheid creëren ze ook iets. Ze maken bijvoorbeeld een mooi schilderij of gedicht waar ze iemand heel blij mee maken. Als de mensen er voor open staan, kunnen ook zij hun plekje in de maatschappij vinden. De psychiatrie schept een bepaald negatief beeld, maar ieder persoon is in wezen uniek. Vaak zit er een heel verhaal achter de ziekte, is er een bepaalde reden voor. Ikzelf geloof niet in etiketten plakken. Dat is stigmatiserend. Een hokje zegt niets over de persoon die je voor je hebt.”

 

Voorlichting

“In de maatschappij is er geen ruimte voor mensen die anders zijn. Zeker in kleinere dorpen worden ze anders behandeld en hebben ze moeite om ertussen te komen. De dorpsbewoners gaan geen gesprek met hen aan en niemand stelt de vraag ‘hoe is het met je?’. Mensen vragen doorgaans niet naar psychische klachten. En ze staan niet op iemands voorhoofd geschreven. Wat dat betreft kan je soms beter een gebroken been hebben. Ik denk dat dit wel kan veranderen door goede voorlichting. Het is mens eigen om afwijkingen raar of gek te vinden en er zullen altijd mensen zijn die dat zullen blijven vinden,” vertelt Simone.

 

Overal over praten

“In de Dorps- en Stadskamer komen veel bijzondere mensen die heel open en heel eerlijk zijn. Daar kan je een goed gesprek mee voeren waardoor je ze beter leert kennen. Natuurlijk zijn er ook wel mensen die echt gek zijn. Die bijvoorbeeld denken dat ze een eigen vliegtuig hebben of heel veel geld. Zij leven in een luchtbel en zullen maar moeilijk wakker worden daaruit. Deze mensen zijn niet in te passen in de gewone maatschappij, maar er moet wel een plek voor hen zijn. Bij de Dorps- en Stadskamer kunnen ze terecht. Al is het alleen voor een kopje koffie of om hun verhaal te delen. Zo komen ze even in contact met mensen, maken ze een wandeling of doen ze mee aan een activiteit. Het waanzinnige verhaal verdwijnt even naar de achtergrond. ”

Simone vertelt dat ze veel positieve reactie krijg op haar werk en dat ze gewaardeerd wordt om haar toegankelijkheid:”Niks is mij te gek en met mij kan je overal over praten!”

 

 

Simone is dol op gekkigheid!

Simone is dol op gekkigheid!

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

 

 

(te) Gek: Jeste Steur

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Dingen kunnen anders zijn dan op het eerste gezicht gedacht wordt’

Je geen man voelen, maar ook geen vrouw. Met andere woorden: je bent genderneutraal. Is dat gek? Volgens Jeste Steur niet. Voor haar is het dagelijkse kost: ”Het gaat bij mij niet erg ver, want ik vind het prima als ik als vrouw wordt gezien.” Naast genderdysforie is er bij Jeste ook autisme geconstateerd. Echt werken is voor haar moeilijk, daarom doet ze nu vrijwilligerswerk bij patiëntenorganisatie Transvisie. Op het moment is het kantoor gevestigd in Amsterdam, maar binnenkort verhuist het naar Utrecht. Ook is ze betrokken bij een opzetten van een lotgenotencontactgroep in buurthuis ‘Huis van de wijk’ in Amsterdam Zuid. Dat gaat wel over een ander onderwerp, namelijk (werk)stress.

“Patiëntenorganisatie Transvisie komt op voor transgenders. Ze geven informatie over behandelingen, psychologische hulp en het medisch traject. Daarnaast doen ze aan belangenbehartiging bij zorginstellingen en zorgverzekeringsmaatschappijen. Er worden bijeenkomsten voor lotgenoten georganiseerd. Ook voor de naasten van transgenders, want die mensen worden vaak vergeten,” vertelt Jeste over haar werk. Ze is aan deze baan gekomen doordat ze naast haar bijstandsuitkering vrijwilligerswerk zocht. Aangezien ze er zelf gespreksgroepen heeft gevolgd dacht ze toen ze hoorde dat ze daar een kantoormedewerker zochten:”Ja, dit is iets voor mij!”

 

Gespreksgroepen

“Het leek mij moeilijk om iets voor transgenders te betekenen, omdat er waarschijnlijk veel op mij af zou komen. Ik ben namelijk niet zo goed met andere mensen. Uiteindelijk ben ik overgehaald door iemand waarmee ik een gesprek had voor dit werk. Vervolgens ben ik er mee begonnen. Het is steeds makkelijker geworden en ik kan nu ook moeilijke vragen beantwoorden,” uit Jeste haar twijfels, ”Toen ik er aan de slag ging, volgde ik nog steeds gespreksgroepen. De gespreksleidster stopte en ik nam het van haar over. Zo ben ik mij meer gaan bezighouden met de hulpverlenerskant. Later is er wel iemand bijgekomen om de gesprekken in goede banen te leiden. De gespreksgroepen kennen verschillende thema’s, bijvoorbeeld: ik ben geen man/vrouw, want nu? Hoe ver wil je gaan met lichamelijke veranderingen? Hoe wil je aangesproken worden?”

 

Confronteren

Jeste:”Ik had zelf veel twijfels. Ik klop lichamelijk niet met een man, maar ben wel als jongen geboren. Mijn mannelijke ontwikkeling heeft zich niet doorgezet en daar ben  ik blij mee. Tegelijkertijd kan ik mij ook niet associëren met vrouw zijn. Vrouwen die er jongensachtig uit zien, vind ik nogal mooi. Daar keek ik altijd met bewondering naar. Zij waren een voorbeeld voor mij. Wat nogal verwarrend was, want ik ben als jongen geboren. In het dagelijks leven krijg ik geen rare opmerkingen. Ik zie er niet uit als de doorsnee vrouw en vind het leuk om mensen te confronteren. Dingen kunnen anders zijn dan op het eerste gezicht gedacht wordt. In het verleden was ik erg onzeker en wist ik niet hoe ik mij nu moest gedragen in de maatschappij. Zo wist ik bijvoorbeeld niet naar welke toilet ik moest gaan en probeerde ik mij als een man te gedragen. Nu zit ik gelukkig goed in mij vel en vermaak ik mij prima.”

 

Jeste reisde speciaal voor dit interview met de trein van Amsterdam naar Lichtenvoorde!

Jeste reisde speciaal voor dit interview met de trein van Amsterdam naar Lichtenvoorde!

 

 

 

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

(te) Gek: Brenda Rosendahl

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Het draait niet alleen om de ballon, maar ook om de ervaring eromheen’

 Brenda Ballon. Zo noemen ze haar in Lievelde. Haar echte achternaam kent bijna niemand. Rosendahl is dat. De rozen uit die naam zijn verwerkt in het logo van haar bedrijf Atelier Crearose. Brenda is ballonnenartieste en daarnaast druk met schminken en sieraden maken. “Of de mensen in Lievelde mij gek of te gek vinden weet ik niet, dat is giswerk,” zegt ze lachend over haar bijzondere werk, “Ik heb nooit moeite gedaan om erbij te horen, maar altijd mijn eigen ding gedaan. Dan komt alles vanzelf.”

“Feitelijk ben ik wereldberoemd in een andere wereld. De ballonnenwereld. Als ik een workshop in België of Engeland geef, komen er mensen van de hele aardbol er naartoe. Er zijn daar zelfs wildvreemden die met mij op de foto willen, omdat ze mij herkennen van Facebook,” vertelt Brenda met gepaste trots.

 

 

Gevoel en beleving

Brenda wint wedstrijden met de ballonnen die ze maakt. Ook heeft ze een keer een Sarah ballonnenpop gemaakt voor iemand in haar dorp. Dat was zo’n succes dat er nu mensen vanuit het hele land ze speciaal bestellen en met de auto op komen halen. Brenda:“Met kleuren en biologisch afbreekbare ballonnen kan je een verjaardag, feestje of uitvaart net dat beetje extra geven. Het heeft een visuele impact. Ballonnen zijn niet alleen van het moment, maar geven je een gevoel van welkom of steunen je in je verdriet. Je hele gevoel en beleving wordt er anders door. Door te spelen met kleuren maak je iets bijzonders, unieks of sjieks. Er zijn meer kleuren ballonnen dan bloemen. Alles wat ik zie, kan ik wel maken. Het draait niet alleen om de ballon, maar ook om de ervaring eromheen.”

 

Dom lachen

De aanleiding waardoor ze in deze ballonnenwereld verzeild is geraakt is minder. In 1997 kreeg ze een auto-ongeluk, waar ze nooit helemaal van hersteld is. Daarna werden de ballonnen een hobby. Langzaamaan werd het steeds serieuzer en in 2005 startte ze haar eigen bedrijf. Ze heeft in Engeland, België en dit jaar voor het eerst in Nederland les gegeven aan professionals. Onlangs heeft ze eigen schminksjablonen ontworpen, die ze zelf produceert. Zowel hobbyisten als schminkprofessionals zijn er super enthousiast over.

Brenda:“Je moet iets doen in de wereld. Iets met en voor mensen. En af en toe dom lachen. Tijdens een workshop die ik met een vriendin in Engeland gaf zeiden de deelnemers: ’Ze zijn zo grappig. Ze zijn net een televisieshow, maar je kan ze niet uitzetten.’”

Brenda Ballon met een Balloon Hair Decoration

Brenda Ballon met een Balloon Hair Decoration

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

Waarom ik niet rook

De liefde. De mooie liefde. Bezongen er verguist. Ze zet en zette mij aan tot ongeoorloofde en domme daden. Maar ook moves die ertoe deden en wegen baanden naar plekken die eerst onbereikbaar leken. Een van de domste dingen die ik in haar ban heb gedaan is roken. Ik was nog jong, ik denk veertien. Op school liep ik rond met mijn hoofd in de wolken en schreef ik de schoolkrant vol met mooie, naïeve en idealistische praatjes. Ook verzorgde ik de roddelrubriek ‘wist je dat…’ Daarin verzamelde ik wetenswaardigheden over docenten die niemand wist, maar die wel ieder wilde (moest) weten. Gelukkig heb ik die fascinatie voor verboden berichten later overboord gegooid. Ik zou er niet aan moeten denken om vandaag de dag voor de Story of Privé te moeten werken. Nee, doe dan maar een vooraanstaand huis-aan-huisblad als de Elna.

Roken dus. In de redactie van de schoolkrant zaten leden van allerlei pluimage. Zo was er Jesse, eentje die de pik op mij had. Al was hij wel de enige moet ik zeggen. Hij stak de draak met mijn schrijfsels en had zelfs een column opgericht die compleet tegen mij inging. Mijn jonge meisjesogen vulden zich met tranen als ik deze las, niet wetend dat de Achterhoekse uitdrukking ‘ze kunnen beter over je praten, dan van je vreten’ echt waar is. Dan was er Croco een jongen met wie ik een haat-liefde verhouding had. We vonden elkaar nooit tegelijkertijd leuk en hebben jaren om elkaar heen gedraaid. Uiteraard hebben we gedate. Daar heb ik voor gezorgd. Maar daar waar ik voor gevallen was (zijn te grote bril en kapsels dat iets uit model was) verdween al snel. Na een van mijn eerste liefdesverklaringen ging hij lenzen dragen, naar de kapper en wilde hij dat ik ging roken. Iets wat ik pertinent weigerde, want als iets moet, dan… Toen verloor hij zijn interesse in mij. Blijkbaar was ik als niet-roker niet stoer genoeg.

Dan was er nog een andere schrijver wiens naam ik veiligheidshalve maar even achterwege laat. Hij hield van Nirvana en was zo gek als een deur. Na een van onze door ‘Birdy’ (zo noemden we de docent die de krant begeleidde) bijgewoonde vergaderingen gingen we allemaal weer richting huis. De schrijver zonder naam ging heel stoer op de plek staan waar in die tijd de rokers stonden. Onder een afdakje van het fietsenrek. We praatten nog wat na. Hij draaide zijn sjekkie, stak hem aan, nam een heis en vroeg:”Wil jij ook een trekje?” Deze toenaderingspoging niet af willen slaand, gooide ik al mijn principes opzij en zei ik volmondig ‘ja’. Gretig nam ik een trek van zijn sjek, niet wetend dat het zware shag was, ik geloof Javaanse Jongens. Dat heb ik geweten. Hoestend en proestend stond ik na die eerste diepe inhalering naast hem. Ik kon wel door de grond zakken van ellende. Met een of ander smoesje maakte ik mij uit de voeten en heb ik een week lang een branderig gevoel in mijn longen gehad. Ik was voorgoed genezen.

Inmiddels gepokt en gemazeld door het leven doe ik nog steeds weleens domme dingen in naam van de liefde. Boef weet er alles van. Maar wat ik wel weet en geleerd heb, is dat als je je eigen dingen doet, dat niet erg is. Volg je eigen hart en ga je eigen weg. Als iemand mij nu vraagt of ik wil roken terwijl ik dat niet wil en nooit doe, dan doe ik dat niet. Hoe leuk, lief of aardig ik die andere persoon ook vind. Ik sta waar ik voor sta. Zo is het en niet anders. Al heb ik soms wel de neiging om mee te gaan met de rook van iemands sigaret. Maar dan herinner ik mij mijn verbrande longen en weiger ik. Dank je wel schrijver zonder naam voor deze les. Dank je wel.

Of het echt een Javaanse jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.

Of het echt een Javaanse Jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.