Maand: oktober 2016

Paraplu

Omdat het regende hield hij met een galant gebaar zijn paraplu ook boven mijn hoofd. ‘Waar ga je naar toe?’, vroeg hij terwijl zijn snelle stap zich aanpaste aan mijn wat slenterende tempo. ‘Naar de Hema. Ik ga foto’s halen.’ ‘Dat komt mooi uit, ik moet daar ook net zijn om een lampenkapje te kopen. Vind je het goed dat ik met je meeloop?’ Ik knikte, een tikje verbaasd.

‘Kijk uit!’ Met een voorzichtige druk op mijn arm voorkwam Reinout dat ik zonder op- of omkijken de straat over stak. Een auto reed voorbij. Na eerst links en toen rechts gekeken te hebben begeleidde hij me het zebrapad over. Er volgde een typisch reinoutiaanse stilte. Met de regelmaat van de klok kwamen deze gaten in onze gesprekken voor. Zijn gedachten konden van het ene op andere moment ver weg van het hier en nu zijn. De verstrooidheid was altijd duidelijk in zijn blik te zien. Het wegvallen van de helderheid van geest had voor mij vaak iets aandoenlijks. Zoals een moeder vertederd naar haar kind kan kijken als het opgaat in zijn spel, zo keek ik naar Reinout.

Alleen was ik geen moeder en hij geen kind. Nee. We waren man en vrouw. Het spanningsveld dat twee verschillende sexen bij elkaar op kan roepen, was bij ons aanwezig. Ik voelde de behoefte deze kloof te overbruggen, maar faalde. Achteraf denk ik dat hij dat ook wilde, kloofloos samenzijn, maar hij was -net als ik- te onwetend en verlegen om doeltreffende actie te ondernemen. En zo om elkaar heen dralend brachten we regelmatig samen wat tijd door. Pratend, maar dus ook zwijgend. Anderen verbaasden zich over onze vriendschap. Maar voor mij was het even natuurlijk als vanzelfsprekend. Reinout zwierf rond in de stad en ik, ik kwam hem tegen, stond hem te woord en begreep hem. Ook als hij niets zei. Of misschien juist omdat hij niets zei.

Zoals dat af en toe gaat met vriendschappen, kan je elkaar op een gegeven moment uit het oog verliezen. Er waren in ons geval duizend aanwijsbare redenen voor, maar de enige die in mijn ogen telde, was de volgende: ik begreep hem niet meer. Zijn wegvalmomenten begonnen me angst in te boezemen en zijn toch wel zonderlinge aard kwam voor het voetlicht. Plotseling zag ik mezelf door de ogen van een buitenstaander en begonnen vraagtekens over ons contact in mij op te borrelen.

Maar niet alleen ik veranderde tijdens onze ontmoetingen, ook hij vervreemdde van mij. Hij nam me niet meer mee in zijn geluidloze avonturen, sloot me buiten en liep soms zomaar bij me vandaan. Langzaamaan verwaterde onze bijzondere band. Dat hij verhuisde naar een andere stad droeg daar het nodige aan bij. Eigenlijk was ik Reinout vergeten. Andere opmerkelijke mannen en vrouwen kruisten mijn pad in de jaren die erop volgden. Zij hadden de herinneringen aan hem naar de achtergrond verdrongen, zelfs in de vergetelheid gedrukt. Hij bestond niet meer.

Tot het moment dat ik op een mooie lentedag door de stad fietste en mijn oog getrokken werd naar een hand in hand lopend stelletje. De ietwat gebogen houding van de man kwam me bekend voor, alleen wist ik niet waarvan. Toen ze wat dichterbij kwamen, herkende ik Reinout. De twee gingen zo in elkaar op, dat ik hen ongemerkt kon passeren. Ik was blij en verdrietig tegelijk. Blij, omdat Reinout iemand gevonden had die het gapende gat tussen hem en de wereld had weten te dichten. Verdrietig, omdat mijn levenspad zich zo grillig heeft ontwikkeld. Uiteenlopende mannen waren op mijn pad gekomen, maar geen van allen bood mij die beschutting die ik nodig heb. Geen van allen hield een paraplu zo boven mijn hoofd dat ik veilig was voor de regen van het leven.

Doorweekt en al, sta ik nu even stil bij Reinout en zijn lieve, symbolische gebaar. Een herinnering om te koesteren. Een herinnering die het verdient herinnerd te worden. Vandaar dat ik hem nu hier opschrijf. Voor jou. En voor mezelf.

Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.
Dit schilderij maakte ik ooit van een paraplu. Het hangt nu bij mijn oma.

Single van de week

Achteraf kan ik er om lachen. Achteraf ja. Toen ik er midden in zat, stond het huilen me nader. Nu besef ik dat jaloezie de donkerste en slechtste kant in mensen boven haalt. Ook dat het wantrouwen stimuleert. En dat is een slechte zaak. Een kritische blik of kanttekening is goed. Ongegronde achterdocht daarentegen gaat te ver. De confrontatie met dit mindere aspect van mezelf viel me zwaar. Maar ik ben er overheen gekomen.

Mijn Boef en ik woonden nog niet zo lang samen. Dat ging, van mijn kant althans, gepaard met enige onzekerheid. We moesten onze grenzen onderzoeken en wennen aan het delen van huis, haard en bed. Langzaamaan leerden we elkaar en elkaars gewoontes steeds beter kennen. Zo ben ik bijvoorbeeld iemand die graag vroeg naar bed gaat. Boef hangt dan bij voorkeur nog wat langer in de woonkamer rond.

Het gebeuren speelde zich af in de late avonduren. Ik lag in bed nog naar wat muziek te luisteren. Boef was beneden aan het tv kijken. Dacht ik. Plotseling speelde mijn blaas op: ik moest naar de wc. Na wat moed verzameld te hebben (het was koud en midden in de winter), stapte ik uit bed en liep rillend de trap af.Toen ik klaar was met mijn toiletbezoek besloot ik mijn lief nog een welterusten kus te geven. Ik liep de kamer in en gaf hem een zoen. Mijn blikveld werd getrokken naar de rode internetsite waar hij druk mee bezig was op de laptop. ‘SINGLE VAN DE WEEK’ stond er in koeienletters. In lichte paniek snelde ik naar boven.

Zal ik er wat van zeggen? Moet ik hem er mee confronteren? Deze vragen spookten rond in mijn hoofd. Ik wilde niet de jaloerse vriendin uithangen die haar vriend niks gunt. Toch was ik in diepe shock van dit alles. Waarom hangt hij nu op een datingsite rond terwijl wij net samenwonen? Uiteraard kon ik de slaap niet vatten. Later kroop Boef bij me in bed en ik besloot, in mezelf heftig mokkend, niks te zeggen.

Die nacht deed ik geen oog dicht. Draaien, woelen, angstvisioenen. Ook boosheid. Hoe kon hij! Sukkel! De wekker ging ‘s ochtends af. Boef stond op het punt op te staan. Bij mij barstte de bom: ‘Wat deed jij op die datingsite gisterenavond?’ Mijn verwijtende toon bleek Boef te verbazen. Hij begreep duidelijk niet waar ik het over had. ‘Ja, je weet wel, van die ‘Single van de week’’, vervolgde ik dapper. Aan zijn ogen zag ik dat er nu een lichtje ging branden. ‘Maar meisje toch,’ antwoordde hij, ‘dat was een de muzieksite van iTunes. Ze hebben daar elke week een single die je gratis kan downloaden. En dat doe ik als muziekliefhebber nu eenmaal.’ Het schaamrood steeg naar mijn wangen. Jaloezie had me gek gemaakt.

 

Inmiddels bestaat het fenomeen ‘Single van de week’ niet meer. Nu kan ik geen plaatje van de Nederlandstalige versie van de site vinden. Ik weet eerlijk gezegd ook niet of die bestaan heeft. Misschien heb ik het in het nachtelijk uur wel verkeerd gelezen. Jullie moeten het hiermee doen.
Inmiddels bestaat het fenomeen ‘Single van de week’ niet meer. Nu kan ik geen plaatje van de Nederlandstalige versie van de site vinden. Ik weet eerlijk gezegd ook niet of die bestaan heeft. Misschien heb ik het in het nachtelijk uur wel verkeerd gelezen. Jullie moeten het hiermee doen.