Spotlight

Van tevoren had ik mij er niet erg in verdiept. In de film. Ik wist niet eens naar welke we zouden gaan. Een vriendin vroeg mij namelijk vorige week vrijdag mee naar filmhuis ‘Het Doek’. En ik kon en wilde wel. Leuk! Bij tijd en wijle houd ik van filmhuisfilms en deze film bleek een onverwachte schot in de roos.

Spotlight. Het waargebeurde verhaal gaat over Amerikaanse de krant The Boston Globe dat het kindermisbruik van de Katholieke Kerk aan de kaak stelt. Je ziet een team van onderzoeksjournalisten aan het werk om de waarheid boven tafel te krijgen. Het onderzoek gaat hen aan het hart en ze lopen tegen muren op en partijen aan die druk uit willen oefenen. Ze zetten door en hun inspanningen worden beloond: het artikel wordt gepubliceerd en zorgt ervoor dat in heel de wereld het misbruikschandaal aangepakt wordt.

Waarom sprak deze film mij nu zo aan? In de eerste plaats omdat ik zelf als correspondent werkzaam ben. Ik vond het heel interessant om te zien hoe andere journalisten te werk gaan, hoe ze alles op alles zetten om de waarheid boven tafel te krijgen. Een voet tussen de deur zetten en doorduwen. Ze weten ook waarom, want de draagkracht van het woord reikt ver. Dat blijkt wel als er uiteindelijk aan deze zaak de Pulitzerprijs wordt toegekend (wat trouwens niet in de film vertoond wordt).

Verder stemde deze film mij tot nadenken. Zelf ben ik niet het slag journalist dat grote zaken uitpluist en vanuit het duister aan het licht wil brengen. Ik ben meer van de leuke, bijzondere, kleine, positieve, alternatieve, onopgemerkte nieuwtjes. Maar wat niet is, kan nog komen. Toch? Op het moment vraag ik mijzelf af wat ik dan eventueel zou willen onderzoeken, in de ‘spotlight’ zetten. Welk onderwerp verdient de komende tijd mijn onafgebroken aandacht? Het antwoord moet ik mijzelf en daarmee ook jullie schuldig blijven. Ik schrijf over wat zich aandient. Niet meer en niet minder.

Het enige wat ik ook dit moment wel graag zou willen, is dat mijn blog wat meer bekendheid krijgt. Dat heb ik gedaan met een mooi logo en opvallende visitekaartjes. Die visitekaartjes heb ik naar familie, vrienden en bekenden opgestuurd met een persoonlijk briefje erbij. Ook heb ik ze hier in het dorp op verschillende plekken neergelegd. In de hoop enkele onbekende lezers te strikken. Voor een paar euro heb ik mijn Facebookpagina gepromoot, maar veel extra likes heeft me dat niet opgeleverd. Misschien als ik over grotere onderwerpen ga bloggen, dat het dan storm loopt? Maar wil ik dat wel echt, echt, echt? Ondanks mijn 1.80 meter ben ik maar een klein kwetsbaar meisje dat het ook niet altijd weet. Op heel veel poeha zit ik niet te wachten. Ik wil namelijk wel trouw kunnen blijven aan mezelf. ‘That’s me in te corner, that’s me in the spotlight,’ zingt de zanger van R.E.M. in ‘Losing my religion’. Het zouden mijn woorden kunnen zijn.

Zoals ik al eerder aangaf in dit blog is er niet iets wat ik direct in de ‘spotlight’ zou willen zetten. De meeste verhalen gaan over mijn eigen zoete en zure rabarberleventje. Maar misschien wil jij graag dat ik over een bepaald onderwerp iets schrijf. Laat het mij gerust weten! Ik bijt niet ; )

Poster van de film die mij tot nadenken stemde.
Poster van de film die mij tot nadenken stemde.

Meer voor mannen

Boef is er één. Een echte man. Maxim Hartman kan zijn zoektocht ernaar wel staken met zijn programma ‘Nog meer voor mannen’. Zijn opvoedkundige tips zijn in huize Paulus Potterstraat ook niet nodig. Boef staat waar hij voor staat en laat zijn oren (helaas?) niet hangen naar mijn vrouwelijke nukken en grillen. Echte mannen bestaan dus wel degelijk. Ik woon met het levende bewijs samen. Even heb ik overwogen om Maxim een brief te schrijven over Boef, maar dat kan ik Boef met zijn publiciteitschuwe aard niet aandoen. Dus houd ik het bij dit blog.

Het echte manschap uit zich naast bier drinken in het feit dat Boef een sterke voorkeur heeft voor de films van RTL7, de mannenzender. Zelf kan ik Steven Seagal, Arnold Schwarzenegger en Rambo nu niet meer zien. Niet dat ik ze ooit wel heb kunnen zien, maar toen hoefde ik er voor de goede vrede ook niet naar te kijken. Om de haverklap zijn er films over deze vechtersbazen in de herhaling te zien. Alsof er geen betere onderwerpen zijn om over te filmen. Trouwens, naar dartende mannen kijk ik liever ook niet. Ik ben niet de persoon ernaar om snel iemand lelijk te vinden, absoluut niet. Ik houd juist van getekende mannen met een verhaal. Mooie (fotomodel)mannen, die vind ik vaak juist lelijk. Als je begrijpt wat ik bedoel. Van dartende mannen draait mijn maag echter spontaan om. En laten die nou vaak op RTL7 te zien zijn. De uitdrukking ‘het oog wil ook wat’ heeft voor mij eindelijk betekenis gekregen.

Nu moeten jullie niet denken dat Boef hier de scepter zwaait en ik als een slaaf altijd met hem naar RTL7 zit te kijken. We kijken voor de balans ook wel naar een leuke vrouwenfilm op Net5. Of een goede thriller op Veronica of een andere zender. Meestal is er echter weinig zinnigs op tv en lig ik gewoon wat te dutten tegen Boef aan. Op de achtergrond dan vaak de lijzige stem van Seagal en vechtgeluiden. Ik in dromenland. Uiteraard zonder snurkgeluiden.

Gisteren sprak ik op een feestje met een vriendin over dit gebeuren. Zij herkende zich helemaal in mijn verhaal. Ook zij woont samen met een ‘echte man’. We spraken af dat we in de toekomst elkaar gaan appen als de RTL7-drang weer toeslaat. Onze mannen mogen dan met elkaar naar vechtfilms gaan kijken en wij, wij gaan met tissues en chocolade ons te buiten aan vrouwenfilms. Toen ik Boef vertelde over deze afspraak zei hij doodleuk dat ik dan waarschijnlijk elke avond bij die vriendin zou zitten en beter met haar kon gaan samenwonen. Een echt mannenantwoord dat ik met een korreltje zout neem. Want wat is er leuker dan om samen met je lief knus voor de buis te zitten onder een dekentje op een koude winteravond?

Jullie zien het: naast de tv ook een echte vrouwelijke touch. Dat is 'meer voor vrouwen'.
Jullie zien het: naast de tv ook een echte vrouwelijke touch. Dat is ‘meer voor vrouwen’.

Groene vingers

Groene vingers. Wie heeft ze? Ik in ieder geval niet. Dat is iets wat als een paal boven water staat. Planten geef ik te veel of te weinig water. Als ik een bos bloemen krijg, laat ik altijd het boeket in tact. Het elastiekje laat ik om de stengels zitten, want bij de gedachte dat ik de ruikers zelf in een vaas moet schikken, breekt het angstzweet mij al uit. Met veel pijn en moeite probeer ik dan maar om de stengels, gebundeld en al, aan de onderkant van het boeket schuin af te snijden. Het was dan ook geen wonder dat Boef de taak op zich nam om de planten water te geven.

Heeft Boef groene vingers? Het antwoord laat ik veiligheidshalve maar in het midden. Als ik mij namelijk bemoei met zijn bewatering krijg ik een krachtig weerwoord. In het begin van onze relatie gaf ik, als ik het vermoeden had dat hij het groen bij ons in huis vergat, zelf de plantjes weleens water. Nou, dat kreeg ik dan echt aan alle kanten te horen, want op deze manier verstoorde ik zijn ‘watergeeftactiek’. Ouder en wijzer geworden liet ik de planten de planten en zo kabbelde het floraleven bij ons in huis voort.

De balans kwam de afgelopen weken weer scheef te staan toen twee hele leuke plantjes met vrolijke paarse bloemetjes erin er elke keer erg verlept bij stonden. Van mijn schoonmoeder begreep ik dat dit soort veel water nodig heeft, dus pakte ik af en toe onze gieter om mij om mijn lievelingetjes te bekommeren. Zonder resultaat. Vandaag besloot ik de confrontatie met Boef aan te gaan en wees ik hem op de inmiddels armetierige bedoening in de vensterbank. Zoals verwacht kaatste hij de bal direct terug: ik had me niet aan de afspraak gehouden en nu hadden de plantjes een overkill aan water gehad. Ik had hem moeten vertrouwen en hem zijn gang moeten laten gaan. ‘Het is hem dus wel opgevallen dat ik de plantjes ook water heb gegeven,’ dacht ik bij mezelf, ‘Hij houdt de boel dus toch wel in de gaten. Maar waarom heeft hij dan niet ingegrepen?’

Wiens schuld is het nu dat de plantjes dood zijn? Beiden wijzen we met een vinger naar de ander. De hond in de vensterbank houdt wijselijk zijn mond. Hij is wél verstandig.

Een van de verlepte plantjes met de zwijgende en dus verstandige hond.
Een van de verlepte plantjes met de zwijgende en dus verstandige hond.

 

Zondag croissantdag

Eigenlijk is het heel erg. Toch drijf ik er de spot mee. Getuigt dat van lef of is het gewoon dom? Ze zeggen dat de liefde van de man door de maag gaat. In mijn geval kan er dan geen sprake meer van liefde zijn. Alles is de laatste tijd namelijk in mijn eigen ronde buikje beland.

Wat is het geval? Romantische ziel die ik (stiekem) toch ben, had ik voor in het weekend zelf in elkaar te rollen croissantjes gekocht. Om samen in de ochtend van te genieten op de zalige zondag. Twee weken achter elkaar had ik mij vergist in dit knusse samenzijn. Boef bleek de ene keer namelijk storingsdienst te hebben en te moeten werken, de andere keer was er iets anders belangrijks (ben even vergeten wat). Dat bracht mij dat ik alleen in de keuken aan de slag ging met deze lekkernij.

Het geurde heerlijk in huis. De oven piepte en ik at braaf en gelukzalig mijn deel van de croissants op. Dat betekende dat er nog twee op Boef lagen te wachten. En… naar mij te lonken. ‘Ach,’ dacht ik, ‘Nog eentje kan wel.’ Toen was er nog maar één over voor mijn wederhelft. Ook die kon ik niet laten liggen en hebberig en hongerig vermaalde ik het krokante baksel tussen mijn kiezen.

Afgelopen zaterdag vertelde ik dit verhaal tijdens een feestje aan mijn collega’s van de post. De lachers kreeg ik ermee op mijn hand. Ik dronk maar niet teveel, want -was het verhaal- deze zondag zouden Boef ik wel samen smikkelen en smullen. Eén collega was zelfs zo vreg om te zeggen dat ik dit weekend zelf niks mocht eten. Alles was voor Boef. Ik ben wel goed, maar niet gek. Die ochtend aten we er ieder twee. Geluk zit in een klein hoekje. Boef beweert dat hij alles onthouden heeft en dat zijn wraak zoet zal zijn. Ik hoop zo zoet als een door hem gebakken appeltaart. Die ik dan ook nog eens alleen mag opeten. Maar dat zal wel niet.

De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?
De croissantjes voordat ze de oven in gingen. Zou er deze keer wel wat voor Boef overblijven?

Dikke foeke

Afgelopen week dacht ik ook een mondje Achterhoeks te spreken. Veel collega’s bij de post zijn nu met vakantie, dat betekent dus extra werken. Lachend zei ik op het depot: ’Dat is aan het eind van de maand mooi een dikke foeke!’, doelend op het extra geld dat ik nu ga verdienen. De betekenis van dikke foeke was volgens mij namelijk: heel veel geld. Thuisgekomen zei ik trots tegen Boef dat ik onze vakantie wel van mijn dikke foeke van deze maand zou betalen. Hij keek me aan of hij het in Keulen hoorde donderen. ‘Weet je wel wat je zegt?’, vroeg hij me. ‘Weet jíj wel wat ìk zeg?’, diende ik hem van repliek ‘Ik praat nu namelijk Achterhoeks met je.’ Na wat heen en weer gepraat kwam ik erachter dat volgens Boef ‘foeke’ geen geld, maar ‘blaas’ betekende. Ik ging het internet op en daar vond ik dat foeke een valse vrouw, kreukel of rimpel betekende. Nergens kwam ik de betekenis ‘heel veel geld’ tegen. Plotseling bekroop mij een gevoel van schaamte, want in de afgelopen dagen had ik met veel mensen vol trots over mijn dikke foeke gepraat. Misschien had niemand me nu echt begrepen en hadden ze allemaal gedacht: ’Laat die stadse maar lullen, Achterhoeks kan ze niet.’

Het werd tijd voor een hulplijn: de collega’s. Ik gooide de uitdrukking in de WhatsApp groep. Er waren uiteenlopende reacties: sommigen kenden het niet, maar een collega die de uitdrukking vaak gebruikt meldde dat het wel degelijk ‘heel veel geld’ betekent. Mijn collega’s schakelden ook weer hulplijnen in, want misschien werd het alleen maar gebruikt binnen een bepaalde familie. Dat bleek niet zo te zijn, ook mensen buiten die familie kenden de uitspraak. Al append kwamen we op het liedje dat gezongen wordt bij de foekepotterij, een gebruik op Oudejaarsavond. Dan gaan de kinderen met een foekepot langs de deuren en zingen ze het liedje: ‘Foekepotterij, foekepotterij, geef mien un cent, dan goa ik weer veurbij’. Een foekepot is een volksmuziekinstrument bestaande uit een aardewerken pot met een vlies (blaas, Boef heeft dus ook gelijk!) erover gespannen. Door het midden van het vlies wordt een stokje gestoken. Het bewegen van die stok zorgt voor geluid. Vroeger werden de zingende kinderen beloond met geld, tegenwoordig kan dat ook snoep zijn. Ik had nog nooit van dit gebruik gehoord, maar mijn collega’s hebben heel lief het liedje voor mij gezongen. Nu ben ik nog meer ingeburgerd in de Achterhoekse gewoontes en gebruiken.

Doordat uitdrukking niet bij iedereen bekend is, heb ik ook de Achterhoekers zelf nog wat geleerd over hun eigen taal. Al blijven sommigen volhouden (ik noem geen namen) dat het gebruik van ‘dikke foeke’ oneigenlijk gebruik is van het Achterhoeks. Maar daarover meer in een volgend blog.