Geeft jou (je eigen) woorden

Rabarbara is van vele woordmarkten thuis: ze interviewt en verslaat voor Achterhoek Nieuws, schrijft columns voor Trikker, geeft een schrijfcafé in de Bibliotheek Oost-Achterhoek, gaat op pad met haar typemachine voor live proëzie en beleeft avonturen met haar pen. Op dit blog zijn al haar zoete én zure verhalen te lezen, want goed klaargemaakte rabarber verenigt beide uiterste smaken tot een heerlijkheid in zich. Zo ook Rabarbara die graag op reis gaat met haar eigen woorden, maar jou ook met liefde helpt in de zoektocht naar de jouwe.

Onderstaand filmpje is gemaakt door Het Dichterscollectief dat geïnspireerd raakte door haar Rabarbara Pen!

 

Rabarbara schrijft zoete én zure woorden. Foto: Krang Creaties.

Poëziekaarten ‘De reis van woord & daad’

Leuk nieuws! Ik heb weer poëziekaarten gemaakt en ik ben er supertrots op! Dit keer zijn ze het product van een samenwerking van Boef en mij. Hij heeft de foto’s geschoten en ik de gedichten geschreven. Ik ben heel blij dat we nu iets samen in de wereld zetten als ‘De reis van woord & daad’. De foto’s zijn gemaakt tijdens onze vakanties en de thematiek is iets lichter en luchtiger dan bij ‘Ondermaans verdriet’. Ze zijn voor 1 euro per stuk bij mij te bestellen via info@rabarbara.nl. Daarnaast zijn ze te koop bij Het Stenen Museumwinkeltje en Lokalen in Lichtenvoorde en de Koppelkerk in Bredevoort.

Stukjes van de poëziekaarten ‘De reis van woord & daad’.

De ontsnapping van Gerjon Gijsbers

Mijn leven vangen in verhaaltjes. Ik doe het graag. En zie mijn verhalen dan het liefst terug gebundeld op thema in mooie boeken. Ook lees ik graag verhalen van anderen mensen. Over hun leven. Over hun hemel en hel. Over hun rare gewoontes en bijzondere passies. En vooral: over hun lessen.

 

Ik keek naar boven en had geen idee

Met een dramatische lach las ik de zwartgallige radiogollums van Gerjon Gijsbers in ‘Ik keek naar boven en had geen idee’. Het boek met een mooie vrolijk gekleurde fotokaft en geel leeslint zag ik liggen tijdens een van mijn vele bezoekjes aan de Koppelkerk in boekenstad Bredevoort. De dame achter de toonbank wist mij te vertellen dat zijn humor echt de moeite waard is en dat hij een bekende schrijver in de omgeving is, ook al had ik nog nooit van hem gehoord. Tja, je kan ook niet alles weten. In zijn columns verweeft hij zinnen uit songteksten in zijn gedachten en leven en heeft hij elke week wel een lied heeft waar hij zijn gollums, zo noemt hij zijn colums, aan ophangt. Deze gollums leest hij wekelijks voor op de plaatselijke radiozender voor het programma LoadFM om 22.30 uur. De beste zestig zijn in dit boek verzameld. Hij schrijft over zijn ervaringen met de studie Nederlands, werken in een The English Bookshop, brandt veelvuldig kaarsjes in de kerk, wordt door zijn lange haren voor Jezus of Marilyn Manson aangezien, verblijft in het ziekenhuis met suiker, neemt vreemdelingen in huis, legt uit waarom hij een zwak voor de underdog heeft en blijkt hij een heel klein hartje te hebben als zijn kat Simba doodgaat.

 

Groeiende schrijfervaring

De gollums beginnen op 06-07-2012 en de laatste in het boek is van 31-07-2015. Gaandeweg worden ze langer en merk je dat de schrijver meer schrijfervaring heeft opgedaan: de stukken zitten steeds knapper, kunstiger en vloeiender in elkaar. Heel mooi om zo een schrijfontwikkeling mee te lezen en steeds harder om de grappen te lachen.

 

Lokken en uitdagen

Het mooie vind ik dat Gerjon in Aalten woont, een plaats bij mij in de buurt, en dat hij plekken bezoekt die ik ook ken, zoals Bredevoort en Nijmegen. Net als ik heeft hij Nederlands gestudeerd. Ik zocht in het begin al lezend naar overeenkomsten, maar stuitte daarin eigenlijk alleen op verschillen. Ja, ook ik zoek mijn heil in het opschrijven van woorden, maar ben eerder een ‘vredelievende’ schrijfster die haar hand troostend uitsteekt door haar woorden heen. Gerjon heeft een zwartgallige humor, die zeker aansprekend is, maar die ook de controverse zoekt. Hij lokt en daagt uit om een andere mening te geven, bijvoorbeeld over het geloof, of om zijn visie al proostend en rokend uit te vergroten. Daarbij krijgt hij de lezers zeker op zijn grimlachende hand. Hij geeft in zijn gollum van 20-09-2013 bijvoorbeeld zijn mening over het feminisme naar aanleiding van zijn interesse in Hildegard von Bingen en Jeanne d’Arc:”Voor alle vrouwen die zich als vrouw willen bewijzen: houd je verre van feminisme en trek je eigen plan. Trek een harnas aan, meng je in de strijd, slinger een gitaar om je nek, ga achter een piano zitten of ga desnoods rondhoereren, maar laat dat laatste geen voorwaarde zijn om iets te bereiken. Ga op zoek naar je eigen talent, benut het en buit het uit.”

 

Ontsnappen

Als motto staat een zin uit het lied ‘No rain’ van Blind Melon in het boek: ”And all I can do is read a book to stay awake, and it rips my life away, but it’s a great escape.” En ik denk dat dat bewust of onbewust ook de les is die Gerjon ons wil meegeven. Boeken en schrijven kunnen je helpen om aan het niet altijd mooie leven te ontsnappen. Ze geven het leven vorm en kunnen je steunen in moeilijke tijden.

 

Truttig kopje kruidenthee

Met Gerjons boek was ik even ontsnapt uit de werkelijkheid en droomde ik van een leven als schrijfster die ook haar columns op de radio voordraagt. Maar dan niet-rokend en zonder drank. Met een truttig kopje kruidenthee.

 

Een boek om even in te ontsnappen!

 

Herinneringenla

Het voornemen was plotseling weer daar. Het kwam vanochtend en de goden verzochten mij om er mee aan de slag te gaan. Ik heb hen niets gevraagd. Het toeval bracht ons samen. Sinds ik mij kan heugen heb ik in korte verhaaltjes over mijn leven verteld. Altijd kwamen daar lange en minder lange tussenpozen om de hoek kijken. Vanwege omstandigheden: Echt Groot Leed of Echt Groot Geluk. Beide dooddoeners voor mijn schrijven. Om de tekenen die vandaag tot mij kwamen, kon ik niet heen: ik dien mijn leven weer op te schrijven in al dan niet grappige columns.

 

Herinneringenla

Vanochtend in alle vroegte zat ik beneden op de bank toen er woorden in mijn hoofd begonnen te zingen. Ik dacht eerst dat er zich een verhaal aandiende, maar er ontstond een gedicht over het feit dat ik weer verhalen moest gaan schrijven voor mijn herinneringenla. “Natuurlijk”, dacht ik bij mijzelf, “Natuurlijk heb je weer een idee. Zucht. Zal je het ook dit keer weer tot in de kleinste details kunnen en willen uitvoeren?” Ik kroop terug in bed, vertelde Boef mijn plan. Hij lachte alleen maar en wreef mij onder de neus dat ik beloofd had dat ik niets nieuws meer zou beginnen aangezien ik de laatste tijd van hot naar her aan het rennen was geweest. “Dit is niet nieuw,” legde ik hem uit, “Dit is zo oud als de weg naar Rome. Nog ouder zelfs.” Ik geloofde mijzelf en wist dat ik gelijk had. Ik had het wiel niet uitgevonden, maar het wiel mij.

Dit gedicht schreef ik vanochtend over het feit dat ik weer verhalen moet gaan schrijven.

 

Ik kocht ze

Het tweede teken kwam toen ik met Brenda bij De Koppelkerk in Bredevoort was. We gingen naar de tentoonstelling van Herman Brood en vonden de duurste schilderijen het lelijkst. We keken naar de de overwegend primaire kleuren en bewonderden Hermans sjabloongebruik. Tijdens de cappuccino met monchoutaart die we in het Boekencafé nuttigden viel Brenda’s oog op een boek onder de toonbank: ‘Jozzy, het bibsboek’ geschreven door Alex van der Hulst. Wat een grappige titel! Ze pakte het, las de flap en gaf het aan mij. Ik las de flap ook. Intrigerend. Eigenlijk wilde ik geen boeken kopen. Eigenlijk wilde ik niet meer lezen. Ik zag nog een boek lonken: ‘Ik keek naar boven en had geen idee, verzamelde radiogollums’ van Gerjon Gijsbers. “Kopen die hap!”, dacht ik. En ik kocht ze.

Thuisgekomen toog ik naar mijn atelier met groene zitzak. Lezen, lezen, lezen. Het boek Grand Hotel Europa van Ilja Leonard Pfeijffer kon wel even wachten, ook al was ik erin begonnen. Al lezend vond het wiel mij uit. De woorden stroomden in mijn hoofd en ik kreeg een visioen van dansende schildpadden. Teken drie.

 

De boeken die ik in De Koppelkerk kocht toen ik met Brenda naar de tentoonstelling van Herman Brood ging kijken.

 

Zinnen tot verhalen gieten

Aan dromen moet je werken. Rustig en gestaag. Geef ze de ruimte, spreek ze uit en maak dat ze waarheid worden. Ik weet: niet alles in het leven is maakbaar. Ik weet ook: dromen zijn geen bedrog.

Ik wil nog een boek schrijven. Met mooie harde kaft en leeslint. Een verzameld werk. Verzamelde columns. Sprekende foto’s. Daarvoor moet ik meters maken. Veel woorden in zinnen rijgen. Veel zinnen tot verhalen gieten. Ik ga weer gedachten voor jullie vertalen in woordkunsten. Ik dompel mijn schouders onder in discipline. Het voornemen was er al. Weer. Dit is het resultaat. Weer. De goden hebben gesproken. Weer. Mijn herinneringenla wordt weer gevuld.

Een stadse in de Achterhoek is te koop!

De eerste bestellingen van mijn boek ‘Een stadse in de Achterhoek’ zijn binnen. Het grappige interview met Frans Miggelbrink en Willem te Molder in ‘I Love De Achterhoek’ werpt zijn vruchten af. Wil je ook lachen? Je kan het terugzien op:

Omroep Gelderland

Als je ook humoristische  verhalen over integreren in de Achterhoek wil lezen, ga dan naar de webshop van

Trikker

en bestel het! De onderwerpen variëren van bier drinken, tot vriendschap tot opvallende woorden in het dialect zoals ‘dikke foeke’.

 

De eerste boekjes zijn al verkocht!

I Love De Achterhoek

Het was een ochtend eind april dat ik in de woonkamer zat te werken. Ik geloof dat ik met een artikel voor de krant bezig was. In mijn mailbox verscheen een bericht van Frank Oosterwegel van Omroep Gelderland. Hij was bezig met een programma over de Achterhoek en wilde graag mijn ervaringen met en visie op deze streek horen. Dit naar aanleiding van mijn blog ‘Een stadse in de Achterhoek’ dat nog steeds te lezen is. Of we konden bellen. Ik mailde hem mijn nummer en even later hadden we een geanimeerd gesprek. Toen kwam de vraag of ik er voor voelde om mee te werken aan het programma met Frans Miggelbrink en Willem te Molder. Ik aarzelde geen moment en zei gelijk enthousiast ‘ja’. Wat gaaf en wat een eer dat ze aan mij hadden gedacht! Geen idee wie Frank getipt heeft. Misschien moet ik hem dat nog eens vragen.

 

In mijn postwijk

Frank en ik belden nog een paar keer over de spontane ontmoeting met de mannen die in mijn postwijk in Lichtenvoorde zou plaatsvinden. Mijn teamleider bij PostNL vond het ook een leuk gebeuren. Op de bewuste dag had ik verder niets gepland, omdat ik mijzelf ken. Van de zenuwen zou toch alles maar in de onhandige soep lopen. De dag duurde en duurde, want de Grote Ontmoeting zou pas om 15.00 uur plaatsvinden. Ik ging ruim op tijd naar het depot om mijn post op te halen. Daar trof ik nog een paar collega’s die mij moed inpraatten. Toen ging ik maar staan. Op de hoek bij Scholeksterstraat 2. Een plek waar verschillende straten samenkomen en waar ik bij veel post altijd mijn fiets parkeer tegen het hek. Met het gepensioneerde stel dat daar woont, heb ik al jaren een leuke band. Ze hebben al mijn boekjes gekocht en volgen mijn schrijfontwikkelingen op de voet. Ook ga ik weleens bij ze op de koffie en helpen ze mij als er iets aan de hand is met mijn fiets. Kortom: wijkbewoners om blij mee te zijn!

 

De Grote Ontmoeting

Een tijdje stond ik op de uitkijk. Frank belde mij dat ze eraan zouden komen. Ik keek heel de tijd de verkeerde kant op bleek. De auto kwam van rechts, terwijl ik links verwachtte. En toen was het moment daar: Frank en Willem kwamen aangereden in een Citroën HY. Ik gaf een hand door het raam en stelde mezelf zonder rollende r voor. De auto werd geparkeerd. Sommige mensen in de straat vluchtten snel naar binnen en Frank kwam naar mij toe om uit te leggen wat er moest gebeuren. Ondertussen kreeg ik een microfoontje in een knoopsgat en een zender in een van mijn broekzakken. Ik bekende Frank mijn zenuwen en als een ervaren susser stelde hij mij gerust. Het draaien van de camera begon en ik begon het gesprek met Willem en Frans.

 

Een hele beleving om in mijn postwijk gevolgd te worden door camera’s.

 

Spontane ontboezemingen

De rasechte Achterhoekers hadden wat in mijn boekje ‘Een stadse in de Achterhoek’ gelezen en vroegen naar allerlei ervaringen over mijn verhuizing van Leiden naar de Achterhoek. Ik ratelde en ratelde. De heren gingen mij helpen met de post en ondertussen kletsten we door. Het ijs brak meer en meer en ik deed ook nog wat spontane ontboezemingen. Aangezien ik toch niet van de geheimen ben, mogen die best op tv. Het gesprek vloog voorbij. Ik had nog wel uren met ze kunnen praten.

 

Goed uit de verf?

Na het afscheid bezorgde ik de post met mijn hoofd in de wolken. Wat had ik genoten van de opname van mijn eerste tv-optreden. Aanstaande maandag 1 juli om 17.20 uur is het zover. Op Omroep Gelderland wordt dan elk uur de aflevering van het programma ‘I Love De Achterhoek’ waar ik in voorkom uitgezonden. De eerste twee afleveringen heb ik schaterlachend bekeken. Echt leuk!

Ik ben erg benieuwd hoe ze mij gaan neerzetten en welke stukken uit de gesprekken uitgekozen zijn. Hopelijk kom ik goed uit de verf en misschien verkoop ik ook nog wel wat boekjes naar aanleiding van de uitzending, want over ‘Een stadse in de Achterhoek’ wordt ook gepraat. We zullen het zien.

 

I Love De Achterhoek

Wil je wat meer weten over het programma kijk dan op onderstaande link. Daar kan je ook de vorige afleveringen zien. Na maandag staat ook de aflevering met mij erin erop. Ga je kijken?

https://www.omroepgelderland.nl/i-love-de-achterhoek

 

Trots op de foto met mijn goedlachse gesprekspartners Willem te Molder (links) en Frans Miggelbrink.

Kaarten ‘Ondermaans verdriet’

Mijn kaarten ‘Ondermaans verdriet’ zijn al sinds november op de markt. Inmiddels heb ik er al veel van verkocht. Ze raken door hun persoonlijke noot mensen in hun hart en zijn te verkrijgen bij CreaRose in Lievelde, De Koppelkerk in Bredevoort, het Stenen Museum Winkeltje in Lichtenvoorde en Molen Gunnewick ‘De Vier Winden’ in Vragender. Ook zijn ze via de mail bij mij te bestellen: info@rabarbara.nl.

Wil jij ook in het gelukkig bezit komen van een van deze persoonlijke kaarten? Of misschien zelfs meerdere? Sla je slag!

Kosten: 2,50 euro per stuk. Vijf voor 10 euro. Formaat: A5.

 

De poëtische pop van Iris Penning is mooi eigenwijs!

Poëtische pop is mooi eigenwijs. Waarom kan ik niet zingen? Waarom bespeel ik geen instrument? Ik bedien mijn woorden alleen met de taal. Ja. Hoewel? Is dat echt zo? Een paar jaar geleden kreeg ik Marcel en Eric van TweeFM zo gek om muziek te schrijven bij twee gedichten van mij. En wel ‘Lief zijn’ en ‘Stiekem een tien’. Het resultaat was mooi en om trots op te zijn. ‘Lief zijn’ werd zelfs op hun LP met de gelijknamige titel gezet. Een hele eer.

Er zit meer muziek in mijn taal. Echt waar. Nog geen maand geleden mocht ik gedichten voordragen met Excelsior Eibergen, een heus orkest. Wat zou ik graag ook zelf zingen en muziek maken bij mijn gesproken taal. Helaas is het zo dat als ik ook maar één noot zing iedereen zijn vingers in zijn oren doet. Mensen die zeggen dat iedereen kan zingen geloof ik niet. Mijn omgeving ook niet. Misschien moet ik niet zo zeuren en dankbaar zijn dat ik in ieder geval één gave heb gekregen: de woorden. Ik denk, voel, zie en ruik ze. Niet de noten of de klanken. Daar ben ik blind, maar niet doof voor. We zijn niet allemaal wonderkinderen. De mij gegeven woorden moet ik maar niet in de spreekwoordelijke bek kijken. Ik laat mijn gedichten wel dansen op gedragen stembuigingen.

 

Post

In maart kwam er een pakje met de post. Op naam van Boef. Hij stond op het punt om het huis te verlaten en maakte geen aanstalten om het open te maken. Het was mijn vrije dag en dat betekende dus dat ik dan de hele tijd naar een pakje zou moeten kijken zonder te weten wat de inhoud ervan was. Om spontaan te van gaan nagelbijten. Al doe ik dat nooit. Om spontaan een rol koekjes van op te eten. Al heb ik die om die reden niet in huis. Om spontaan…Bij het afscheid vervloekte ik Boef voor de grap hardop. Hij lachte, snelde het huis uit en zei, voordat hij de voordeur achter zich sloot, dat ik het pakje mocht openmaken. Dat liet ik mij natuurlijk geen tweede keer zeggen! De deur was nog niet dicht of het pakje lag al open op mijn schoot. Het waren twee cd’s van Iris Penning en een gedichtenboekje van haar. Tranen rolden over mijn wangen: het waren cadeautjes voor mij!

 

Spreken met suiker

De cd-speler ging gelijk aan en ik liet mij verrassen door de diepzinnige, heldere en suggestieve woorden van Iris. Haar teksten zijn op een lichte manier diep en haar muziek zorgt voor een weemoedige trilling in mijn hart. Van de op muziek gezette gedichten van ‘Spreken met suiker’ is een mooi klein gedichtenbundeltje verschenen. In het slotgedicht vat ze de bundel samen:

 

Heb je geen doel

dan verdwaal je nooit

stap voor stap, het pad

komt vanzelf

 

in de verte lopen mensen

ze zeggen niets

wie ben jij als niemand kijkt

wie is wat hij lijkt te zijn?

ik wil alles of niets.

 

de scherpste zouten zijn je tranen

weet ik, vrees ik

maar we spreken met suiker.

 

We doen maar wat we willen doen

en meestal mag dat dan niet

 

als ik aan de toekomst toe kom

kom ik misschien nog bij je langs.

 

 

Liever vieze voeten

Haar nieuwste cd ‘Liever vieze voeten’ is voorzien van een boekje aan de cd-hoes waarin haar gedichten staan in een bijzonder lettertype dat haar eigen handschrift is. Daarin zijn ook enkele ‘vermoorde’ liedjes te vinden. Deze hebben de cd net niet gehaald. De cd is er een om te luisteren en dan na te denken over je eigen leven. Over de vormgeving ervan. Over de mogelijkheden. Over pijn. Over liefde. Over geluk. Over het leven dat kort is. Over het plukken van de dag. Bij ‘Mag ik iets vragen’, een van de liedjes, is een intense clip gemaakt. Toen ik hem zag, was ik verkocht!

Boef had met de aanschaf van de cd’s gratis toegang tot een concert van Iris gewonnen. Helaas konden we daar niet naartoe, omdat we net met vrienden een weekend weg waren. Jammer. Misschien dat we in de toekomst nog naar een ander optreden gaan. Even kijken of ze nog een keer in de buurt komt!

Wil je meer weten van Iris of de clip ‘Mag ik iets vragen bekijken?’:

https://www.irispenning.com

 

Links de cd ‘Liever vieze voeten’ rechts de dichtbundel ‘Spreken met suiker’.

Ik zwaan, jij kleeft aan (of hoe het leven draait om appeltaart) VIII

En dan hier het volgende en misschien wel laatste deel van het vervolgverhaal geschreven door Marianne Groep. Er is heel wat gebeurt in de acht delen. Heel mooi om te zien hoe een klein idee zich kan ontpoppen tot een heel verhaal!

 

——————————————————————————————————-

“Ik word een creative content executive met een focus op social!”

Sjefke wist even niets te zeggen. Wat had Claartje ineens? Eerst die nachtelijke verfpartij en nu onverwachte dromen met een ingewikkelde naam. Hij zoog langzaam zijn longen vol en probeerde zijn gedachten te ordenen. “Maar Claar”, zei hij voorzichtig, “hoe wil je dat doen? Je spreekt toch helemaal geen Deens of Thuleens of hoe dat ook heet?” “Kalaallisut”, riep Claartje. Sjefke zag de schittering in haar ogen. “Tuurlijk spreek ik dat. Een beetje dan. Wat dacht jij dat we tijdens al die sessies met Rasmus hebben gedaan?”

Weer moest Sjefke nadenken. Claartje was iedere week naar het huis boven de bakkerij gegaan. Daar gaf Rasmus, de man van Sjaak, een cursus natuurgeneeskunst. “Wist je dat zijn moeder een echte sjamaan is geweest?” vertelde Claartje. “Hij kent allemaal gezangen en ingewikkelde drumritmes. Als Sjaak op tijd klaar is met het opruimen van de bakkerij komt hij erbij zitten. Dan doet hij de traditionele keelzang en speelt Rasmus op de mondharp. Het is een prachtige cultuur. We gaan vast een mooie toekomst tegemoet.”

“Weet je”, vervolgde Claartje, “eigenlijk heb ik zin in handvol augurken. Maar we hebben nu wel een feestje te vieren. Doe mij maar een flink stuk appeltaart. Zal ik slagroom kloppen?”

 

Je mag als je wilt een van deze woorden gebruiken voor het vervolgverhaal “Ik zwaan, jij kleeft aan. Of hoe het leven draait om appeltaart.” Foto: Krang Creaties

(te) Gek: Alexandra van Kleef

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt!

 

Het begon allemaal toen Alexandra van Kleef zeventien was. Toen ging ze op schoolreis naar Florence en Rome. In de Uffizi bij de schilderijen van Botticelli wist ze: ”Dit is het! Hier ga ik wat mee doen!” Inmiddels werkt ze al zeventien jaar bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Ze is er begonnen als assistent van de coördinator Depotbeheer & Expeditie, maar is nu Adviseur Collectiemanagement. Alexandra: ”Bij ons zit je niet omdat je veel geld verdient of snel op kan klimmen, maar omdat je het leuk vindt. Wij weten echt hoe kunst voelt en ruikt! Je kan bij ons eigenlijk alleen werken als je heel gedreven bent en veel interesse hebt voor kunst en erfgoed.”

 

Alexandra wilde als afgestudeerde kunsthistorica eigenlijk conservator worden. Daar was na haar studie geen functie in te vinden. Via via hoorde ze van de baan bij de RCE. Ze solliciteerde en werd aangenomen. Aanvankelijk dacht ze dat het een tijdelijke baan zou zijn, maar niks bleek minder waar. Tijdens haar loopbaan heeft ze zich ook negen jaar beziggehouden met collectiemobiliteit. De RCE heeft een collectie van circa 115.000 objecten bestaande uit schilderijen, sculpturen, kroonluchters, glas, keramiek, tapijten en nog veel meer. Circa 82.000 daarvan bevinden zich in het depot, ongeveer 33.000 zijn in bruikleen. RCE leent kunstwerken onder andere uit aan ambassades en ministeries, maar ook aan musea.

Verhuizing naar Collectie Centrum Nederland
Alexandra: ”Op het moment zijn we bezig met een verhuizing naar Amersfoort Vathorst. In Amersfoort zijn we een depot aan het bouwen genaamd Collectie Centrum Nederland. Dit doen we samen met het Rijksmuseum, het Nederlands Openluchtmuseum en Paleis Het Loo. Deze vier collecties bevatten gezamenlijk zo’n 675.000 objecten. Het depot is wel vier voetbalvelden op elkaar. Op het moment ben ik projectleider verhuisvoorbereiding voor alle vier de organisaties en voor de RCE projectleider verhuizing. Voor het eerste project is het van belang dat de basisvoorwaarden in orde zijn. Dat houdt in dat er overal een goede registratie en foto van is. Ook moet er een barcode aan het object toegekend zijn en dient de conditie stabiel te zijn. De projecten moeten in goede staat zijn en verhuisklaar. De woorden waar het om draait zijn: identificeerbaar en transporteerbaar. Voor het RCE maak ik de planning van wanneer gaat wat verhuizen. Daarnaast moet ik in kaart brengen waar alles naar toe gaat in het nieuwe depot. Het is een hele wiskundige puzzel waar ik aan werk. De uitdaging zit erin toch door te gaan met bruiklenen terwijl deze verhuizing in gang is gezet. Als we een cluster retour krijgen die al twintig jaar is weggeweest dan kunnen we hem nu niet gereed maken voor de verhuizing, maar slaan we hem extern op.”

 

Alexandra geeft een workshop in Zuid-Afrika.

 

Horizon verbreden
“Naast al deze werkzaamheden ben ik ook nog bezig met een programma dat RCE breed is uitgezet,” vertelt Alexanders, “Het gaat over gedeeld cultureel erfgoed met landen waar we een verleden mee hebben door kolonisatie of handel. Ik ben daarbij verantwoordelijk voor Zuid-Afrika. Soms mag ik daarvoor naar Zuid-Afrika reizen om trainingen over collectiebeheer en -behoud te geven.”

Samenvattend stelt Alexandra: “Mijn werk is nooit hetzelfde. Ik ben continu met wat anders bezig. Ik heb contact met andere instellingen en bezoek vreemde landen. Daarmee verbreed ik mijn horizon. Dat maakt het ook leuk!”

 

Alexandra tijdens een van haar vakanties in Japan.

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.