Geeft unieke woorden aan nieuws, persoonlijke én creatieve verhalen.

Rabarbara is van vele woordmarkten thuis: ze interviewt en verslaat voor Achterhoek Nieuws, schrijft columns voor Trikker, geeft een schrijfcafé in de Bibliotheek Oost-Achterhoek, gaat op pad met haar typemachine voor live proëzie en beleeft avonturen met haar pen. Op dit blog zijn al haar zoete én zure verhalen te lezen, want goed klaargemaakte rabarber verenigt beide uiterste smaken tot een heerlijkheid in zich. Zo ook Rabarbara die graag op reis gaat met haar eigen woorden, maar jou ook met liefde helpt in de zoektocht naar de jouwe.

Onderstaand filmpje is gemaakt door Paul van Druten voor zijn Ruïne Sessie.

Rabarbara schrijft zoete én zure woorden. Foto: Krang Creaties.

Waarom ik naakt ben (geworden) in mijn woorden

Wat vertel je wel en wat niet over jezelf op het internet? Hoever ga je met het blootleggen van je ziel en zaligheid? Veel mensen worstelen met deze vraag. En ik heb hem mijzelf ook regelmatig gesteld. Ik merk dat ik steeds naakter en naakter word en wil worden in mijn woorden. Alsof alle gêne weg aan het vallen is en ik de wereld wil laten zien ‘Dit ben ik! Dit is Rabarbara!”

Coming out

Dit proces is niet vanzelf gegaan. Ik ben er al jaren en jaren mee bezig. Al voordat social media alle aandacht van de mensheid opslokte. Toen mijn blogcarrière nog in de prille kinderschoenen stond, blogde ik onder pseudoniem over mijn ware gedachten en gevoelens omtrent het overlijden van een goede vriend en ex-geliefde. De reacties die ik hierop kreeg, waren zo hartverwarmend dat ik het jammer vond dat ik mijn lezer niet kon laten zien wie de echte persoon achter die verhalen was. Vandaar dat ik na een paar maanden een ‘coming out’ had en mijn ware gezicht liet zien.

Expressionist

Maar hoe waar was dat gezicht? Ik bleef bloggen onder steeds andere namen over dat wat mij bezighield. De ene keer met wat meer afstand tot mezelf door humor te gebruiken, dan weer wat ik echt voelde en ook weleens over compleet iemand of iets anders. Natuurlijk ben ik ook bang (geweest) voor de reacties van anderen. En dat ben ik nog steeds af en toe. Maar de drang om mij te uiten is sterker. De drang om te tonen wat er in mij leeft, is zo sterk dat ze als vanzelf in woorden gegoten wordt. Ik ben een echte expressionist. Wat erin zit moet eruit. 

Vereenvoudigde kracht

Voor alles wat eruit komt, neem ik de tijd. Mijn geleefde leven tot nu toe. Soms ontplof ik in het moment, maar meestal laat ik de beschrijvenswaardige gebeurtenis even bezinken. Daarna geef ik er woorden aan. In hoeverre dat kan tenminste. Niet aan alles kan en wil ik woorden geven. Sommige emoties en gedachten zijn tussen de regels door te lezen. En soms kan ik iets pas woorden geven als ik het zelf verwerkt heb en dan ook niet altijd door letterlijk het gebeuren te beschrijven, maar met symbolen ervoor. Heel cliché soms, maar ik vind dat dat mag. Taal hoeft niet moeilijk te zijn om diepgang te kennen.  In de eenvoud schuilt juist vereenvoudigde kracht. Zo gebruik ik bijvoorbeeld regen voor tranen en storm voor ruzie. Zon voor lachen en vliegen voor vrijheid. Niet alles is uit te drukken in taal. Hoewel ze voor mij wel de basis van mijn bestaan is. 

Wonen in woorden

Ik pleit voor persoonlijke verhalen. In mijn werk voor de krant en voor Rabarbara wil ik dat mensen vertellen en schrijven over hun echte gedachten en emoties. Hoe kan ik dat van hun verlangen als ik mezelf maar blijf verstoppen? Hoe geloofwaardig ben ik dan? Want je verstoppen in taal kan ook heel goed. Middels symbolen en abstractheden. Door met je hoofd te schrijven en niet met je hart.

Ik laat je in mijn ziel kijken, want daarmee raak ik je. Het risico is dat mensen mij willen of gaan vertrappen. Maar voor die mensen doe ik het niet. Ik doe het in eerste instantie voor mezelf, omdat ik wil zijn wie ik ben. Ik woon in mijn woorden. En ik doe het voor de mensen die erdoor geraakt willen en kunnen worden en voor hen die mij beter willen leren kennen. De rest schiet maar raak en roddelt maar dat het een lieve lust is. Dat zouden ze zonder deze naaktheid ook wel doen. Sommige mensen vinden altijd wel een excuus om je te kwetsen en zwart te maken. Enneh…ik heb al zoveel tranen vergoten. Die paar kunnen er ook nog wel bij!

Naakt

Mijn naaktheid in woorden heeft te maken met mijn missie: ware woorden geven aan dat wat mijzelf en anderen beweegt. En woordliefhebbers te leren ware woorden te geven aan dat wat in hen leeft. Zonder gêne. Waarom zou je je voor jezelf schamen? Als een paal boven water staat dat als je je niet mooier voordoet dan je bent je echter en duurzamer contact hebt met je mede-aardbewoners. Dat draagt bij aan je geluk. En dat geluk heb je (gedeeltelijk) zelf in de (schrijf)hand. Daarom ben ik naakt en word ik naakter. Daarom ben ik Rabarbara.

Het was een lange weg om tot ‘woordnaaktheid’ te komen. Foto: Boef

Waarom ik je op straat niet groet

Je kan zwaaien, toeteren, gillen, hoog- en laagspringen. De kans dat ik je zie als ik met mijn postronde bezig ben is nihil. Het frustreert jou. Het frustreert mij. Maar ik kan er niks aan doen. Brieven rondbrengen is een soort van meditatie voor mij. Ik ben gefocust op de post en herhaal in mijn hoofd altijd het huisnummer van de brief voordat ik hem in de bus doe. Zo probeer ik zo min mogelijk fouten te maken. 

Hogere sferen

Mensen spreken mij weleens aan op mijn niet-groet gedrag. Ze denken dan dat ik hun niet wil kennen of dat ik het hoog in mijn bol heb. Daar heeft mijn, ik geef toe, asociale gedrag niks mee te maken. Als ik je zou zien, zou ik je graag groeten. Misschien wel een handkus geven. Ik begeef mij als ik post bezorg echter in hogere sferen. De herhalende handelingen brengen mij in een staat van probleemoplossend denken. En zo komt het vaak voor dat ik met een vol en zorgelijk hoofd mijn ronde begin en met een uitgewerkt idee eindig. Oog voor mijn omgeving heb ik daarbij nauwelijks.

Laatst kreeg ik een enthousiaste duim van een vriend toen hij voorbijreed in zijn blauwe auto. Hij zwaaide vrolijk en hield mij in zijn achteruitkijkspiegel in de gaten. Toen ik hem wonder boven wonder opmerkte en terugzwaaide kreeg ik een hoeraduim. Eindelijk een keer succes. 

Uithoren

Beroepsdeformatie doet zich ook op andere plekken voor. Alhoewel. Deformatie zou ik het eigenlijk niet noemen. Zelf vind ik het een goede kwaliteit om samen te vallen met je werk. Als je leuk en belangrijk werk hebt zoals ik tenminste. Zo vertrouwde laatst iemand aan Boef toe dat ze liever op feestjes niet met mij praat, omdat ze dan het gevoel heeft dat ze geïnterviewd wordt. Tja…de nieuwsgierige journalist in mij is altijd aanwezig. Ik vraag graag door naar het verhaal achter het verhaal. Ik hoor graag mensen uit. Boef heeft van deze gewoonte ook last. Van hem krijg ik daarom vaak hele korte en gesloten antwoorden. Dit tot mijn grote ongenoegen. Maar goed. Ik snap het ook wel. Dag in dag uit het achterste van je tong moeten laten zien, kan vermoeiend zijn. 

Doei

Of ik naast postbode en journalist ook nog iemand anders ben, durf ik nu eigenlijk niet te zeggen. Privé schrijf ik ook heel veel brieven die ik met een eigen postzegel op de bus doe. En het willen weten wat iemand écht bezighoudt, is mijn tweede natuur. Koken doe ik niet graag, dus een kokkin ben ik niet. Ook geen boerin, want onze moestuin is mislukt. Natuurlijk ben ik wel een goede vriendin. Voor Boef en voor al mijn vrienden. En zo heb ik nog wel meer sociaal wenselijke rollen die ik met verve vervul. Ook niet-wenselijke, maar daar heb ik het liever niet over, want ik ben een net en aangepast meisje. Al groet ik niemand. Al stel ik onbeschaamde vragen. Deze keer doe ik het anders. Deze keer zeg ik doei voor alle keren dat ik je niet gezien heb en eindig ik mijn blog eens een keer niet met een vraag. Doei!

Als ik al wandelend post bezorg, ben ik diep in gedachten. Net zoals op deze foto. Foto: Boef

Waarom gebarsten mensen en dingen mooi zijn

Dromen zijn vaak mooi. Maar het is nog mooier als je ze verwezenlijkt. Nu mag ik niet klagen, bijna al mijn wilde fantasiën zijn uitgekomen: ik heb een lieve vriend, een groot huis, een baan in de frisse buitenlucht en mag ook nog eens geld verdienen met mijn uit de hand gelopen hobby. Die hobby kennen jullie allemaal gelukkig ook: schrijven. 

Nu schrijf ik op verschillende niveau’s. Puur voor mezelf in een dagboek, voor het grote publiek in de krant en om mijn dromen waar te maken op dit blog. En over dit blog wil ik het hebben. Het is voor mij de springplank en katalysator van mijn gedachten. Ik schrijf hier over mijn persoonlijke ervaringen en verlangens naar bereikbare en onbereikbare zaken. Zoals laatste bijvoorbeeld over het onder hypnose gaan om af te vallen, een blog dat veel lezers trok. Ook interview ik mensen voor mijn rubriek ‘(te) Gek’ die ik inspirerend vind. Dat doe ik om ideeën op te doen. Tijdens deze woordreizen neem ik jullie mee en hoop ik dat ik jullie ook bepaalde inzichten kan meegeven. Het wiel hoeft niet steeds opnieuw uitgevonden te worden, al denken we soms van wel.

Rimpels zijn mooi

De kracht van bloggen zit er voor mij in dat ik door te schrijven over de gedachten waar mijn hoofd soms van overloopt ik helderheid krijg, zicht krijg op dat wat mij daadwerkelijk bezighoudt. Soms schrijf ik wat verhullend en abstract en gebruik ik symbolen voor de waarheid die zich dan verschuilt achter dat wat ik schrijf, maar al schrijvend kom ik altijd tot de kern en valt alle ruis weg. Het feit dat ik daarbij een bepaald publiek (jullie dus) in gedachten heb, helpt mij daarbij. 

Al schrijvend maak ik het lelijke en moeilijke mooi en eenvoudig. De woorden zetten voor mij alles om. Ik heb nooit gesnapt waarom het gros van de mensen prat gaat op glitter en glamour. Waarom wil iedereen altijd dat alles puntgaaf en heel is? Ik ga vaak voor de charme van de rafelige en gebroken mensen en voorwerpen. Ik denk omdat ik dat zelf ook weerbarstig ben. Als iets perfect is, haak ik af. Dat vind ik niet interessant. En dat laatste is misschien nog wel belangrijker. Gebarsten dingen hebben een verhaal, een leven achter de rug. Vaak schuilt er in dat verhaal wijsheid. En wijsheid maakt een mens aantrekkelijk. Net als grijze haren (gelukkig heb ik die zelf ook!).

Ik herinner mij nog een gesprek tijdens mijn studietijd met een kennis over de liefde. Hij vroeg aan mij welke mannen ik mooi vond en waar ik op lette als ik met iemand aan het daten was. Ik vertelde hem dat ik mannen met rimpels mooi vond en dan met name lachrimpels. Een gladgestreken fotomodel hoefde voor mij niet. Dat vond hij heel grappig. Een tijd lang attendeerde hij mij daarna op mannen met mooie rimpels. 

Houden van barsten

Nu is het ook weer niet zo dat ik vuilnisbakken omver kieper en in kapotte en stinkende voorwerpen graai of dat ik in ziekenhuizen smul van de zieke mensen. Nee. Afval is afval. En ziek is ziek en niet fijn. Voor mij is dat tenminste zo. Er zijn mensen die ook daar de schoonheid van inzien. Die willen opruimen en genezen. Dat kan ik mij voorstellen, maar mijn fascinatie zit hem in de barsten. 

Ik ben gaan houden van mijn eigen barsten door erover te gaan schrijven. Voor mezelf en voor jullie. Er zijn meer mensen die deze manier van ‘heling’ hebben gevonden voor zichzelf. Er zijn zelfs theorieën over. Als corona geen roet in het eten gooit, start ik volgende week de opleiding Schrijven als therapeutisch middel bij SPSO, want ik wil graag aan de slag met de bestaande kennis hierover en met de inzichten die ik daarover zelf heb opgedaan. Ik hoop de optelsom daarvan in de toekomst op een waardige, integere en humoristische manier aan jullie over te brengen. Uiteraard heb ik er in mijn schrijfcafés in de bibliotheek al aan gewerkt, maar het kan meer en groter. 

Bergen verzetten

Al schrijvend heb ik mijn dromen waargemaakt. Al schrijvend wordt mijn hoofd helder, zie ik mijn eigen waarheid en kan ik bergen verzetten. De barst die ik volgens sommige maatschappelijke normen en waarden heb, kan ik daardoor ombuigen tot een kracht. Daar ben ik dankbaar voor. Dat is niet in geld uit te drukken. Alleen in woorden. Deze woorden. 

Woorden maken mijn barsten heel. Foto: Anja Onstenk

Het vrouwtje van Stavoren staat symbool voor mijn vakantie

Cambiare aria. Dat is nodig volgens mijn vader. Volgens mij ook. Het is goed om af en toe van omgeving, of ‘lucht’ zoals de Italianen het noemen, te veranderen. Er even een andere routine op na te houden op een ongebruikelijke plek waardoor er figuurlijk een frisse wind door je hoofd kan waaien. Vaak helpt het als er letterlijk ook wind waait en je buiten bent. Vakantie is ideaal voor dit soort momenten, maar er zijn meer mogelijkheden. Zelf plan ik het hele jaar door verfrissende uitstapjes in voor de nodige, al dan niet creatieve, inzichten. Ze hoeven niet lang te duren, groots opgezet of ver te zijn. Een kopje thee op een terras een paar dorpen verder kan al genoeg zijn. 

Eindelijk vakantie

Soms is het goed om ook samen eens ‘aria te cambiaren’. Boef en ik trokken er deze september samen knus een midweek op uit. Dat doen we wel vaker. Even weg uit de dagelijkse sleur. Even de zinnen verzetten. Nu hadden we vakantie. Joepie! Eindelijk! Op vakantie gaan is een luxe die we ons eigenlijk niet altijd permitteren. We proberen wel altijd er een paar dagen op uit te trekken met kleinere of grotere uitstapjes. Echt wat langer van huis gaan, doen we niet vaak.  Als we dat doen, plan ik dat wel een tijd van tevoren in verband met de voorpret, maar nu met corona hebben we alle ontwikkelingen even afgewacht. 

In het zonnetje voor onze blokhut. Foto: Boef.

Frisse wind beleving

Een week voor de week waarin we er eventueel op uit wilden trekken, checkte ik de site van natuurhuisjes nog even. Stiekem had ik al weken een huisje op het oog. En stiekem had ik dat al aan iedereen laten zien. Het huisje was echter op het moment dat ik wilde boeken al bezet. Helaas pindakaas. Ik surfte wat rond op verschillende sites en kwam uiteindelijk toch weer uit op een huisje van natuurhuisjes. Ik (ja, ja…sommige dingen mag ik zelf beslissen) koos een huisje dat nog vrij was vanwege de prachtige locatie. Het bevond zich midden op een schiereiland in een jachthaven in Warns, met een prachtig vrij uitzicht op water en boten. Dat het sanitair zich 40 meter verder bevond vond ik toen te verwaarlozen. Ik koos voor de frisse wind beleving en bleef vierkant en tonnetjerond achter die keuze staan. Ook die keren dat ik om vier uur ’s nachts wakker werd met een volle blaas en in het pikkedonker met een lamp over het uitgestrekte grasveld zwalkte om de wc te bereiken. “Wie heeft het huisje ook al weer uitgekozen?”, plaagde Boef mij toen ik daar mijn beklag over deed. Diezelfde vraag stelde hij mij ook toen ook hij een keer midden in de nacht de kou in moest terwijl hij dat eigenlijk niet wilde. Gelukkig konden we wel zonder wc-rol, want papier was er voldoende in het ‘plasgebouw’. 

Ons uitzicht bij de blokhut. Foto: Boef.

Eenvoudige charme

Deze midweek was met de wandeling naar Stavoren waar we ook het beeld van ‘Het vrouwtje van Stavoren’ zagen, het rondstruinen in het Rysterbosk tot aan het IJsselmeer met fanatieke kitesurfers, het tuffen via omwegen met de auto langs enkele Friese meren met tot slot een etentje in Hindeloopen, en het bezoek aan het Fries Scheepvaart Museum in Sneek (onze hele vakantie stond toch in het teken van water en boten?) een vakantie om met een blije glimlach en uitgewaaide geest vandaan te komen. We hebben in korte broek in de volle zon voor ons huisje gezeten, maar ook de wind om ons heen horen loeien en druppels op ons hoofd voelen kletteren. Gewoon heerlijk die afwisseling. Dat ik heel simpel kookte (knakworsten met goulashsoep of gewoon broodjes met kaas of ei) gaf alles de extra eenvoudige charme. Geluk zit in een klein hoekje. 

Op de terugweg van een wandeling naar Stavoren. Foto: Boef.

Mythische proporties

Als aandenken aan deze vakantie hebben we de mooie foto’s van Boef. Hij heeft pas een nieuwe camera gekocht en schiet altijd met veel plezier krachtige plaatjes. Maar ook het luxe gouden boekje ‘Het vrouwtje van Stavoren’ geschreven door Arthur Japin. Hij heeft het verhaal op zijn eigen wijze herschreven. Eerst zag ik het boekje in een gesloten curiosawinkel in Stavoren. Toen ik het een paar dagen later in de museumwinkel van het Fries Scheepvaart Museum zag wist ik: die moet ik hebben. Niet alleen vanwege de kleurrijke tekeningen, maar omdat ik dol ben op verhalen die verbonden zijn aan mensen die ergens symbool voor staan en soms mythische proporties aannemen. Het verhaal is prachtig om te lezen en heeft mij tot nadenken gestemd. Als je het niet kent: zoek het maar eens op. “Niet is meer waard dan liefde,” zegt een zwerver aan het eind van het verhaal tegen het vrouwtje. Dat is de clou. En zo is het maar net. Dat is mijn clou.

Het vrouwtje van Stavoren. Foto: Boef.

Waarom ben ik bang om mooi te zijn?

Waarom wil ik niet afvallen? Dat was de vraag die ik Sharon aan mijn onderbewuste wilde laten stellen. Bij haar begon ik een paar maanden geleden mijn hypnose-traject voor lichter leven. Het was een vraag die mij erg bezighield. Want ik wilde wel afvallen, maar ook weer niet. Met mijn hoofd kon ik allemaal argumenten opnoemen waarom de kilo’s er nodig af moesten, maar als ik dan weer dacht aan taartjes, koekjes en ijsjes begon ik te watertanden. Dat kon en wilde ik niet allemaal laten staan. Waarom niet? 

Bang om mooi te zijn

Sharon bracht mij in een trance waarbij er mogelijkheid tot praten was. “Waarom wil Barbara niet afvallen?”, vroeg zij aan mijn onderbewuste. Ik was op allerlei antwoorden voorbereid. Had me zelfs ingesteld op diepe trauma’s. Maar het antwoord dat kwam, verbaasde mij. Verbaasde mij zeer. In antwoordde namelijk: ”Omdat ik bang ben om mooi te zijn.” “En waarom is Barbara bang om mooi te zijn?”, vroeg Sharon door. “Omdat ik dan met iedereen naar bed moet.” We moesten allebei een beetje lachen. Ja, ook dat kan onder hypnose. “En wat moet Barbara doen om zich mooi te laten voelen?” “Jurken kopen. Oorbellen kopen. Make-up op doen, ” antwoordde ik. En weer moesten we lachen. 

Er kwamen wel meer dingen boven tafel tijdens dat gesprek, maar die zijn moeilijk te beschrijven. Om die te begrijpen, moet je zelf onder hypnose zijn geweest, anders is dat niet uit te leggen. Na afloop vroeg ik aan Sharon of ik wel onder hypnose was, omdat ik van die rare antwoorden had gegeven. Zij bevestigde dat dat zeker het geval was. Had ik anders zulke dingen gezegd?

Leven in de suggestie

Nee. Zulke dingen had ik dan zeker niet gezegd. Dat kunnen ik en degene die mij kennen zeker beamen. Als iemand niet met haar uiterlijk bezig is, ben ik dat wel. Natuurlijk loop ik er niet als een zwerver bij, maar bewust van de mode ben ik nooit geweest. Ik zie mijzelf ook niet als een of ander fotomodel waar de mannen bij bosjes achteraanlopen. Nee, helemaal niet. Een echte beauty ben ik niet, maar ik heb wel wat voor sommige mannen. Sommige mannen herhaal ik maar even, want een heleboel mannen zijn (of waren) bang voor mij.

Na de hypnose kwamen er verhalen uit mijn onderbewuste boven tafel die ik vanaf mijn studententijd verdrongen heb, omdat ik er met niemand over had kunnen praten die het begreep. Het betrof ‘het leven in de suggestie’, zoals ik dat noem. Ik dwaal van mijn rode draad af als ik daar nu op inga, maar ik ga er zeker nog een keer een blog over schrijven. Bereid je maar vast voor. 

Vechten voor rechten

Maar goed. Angst dus om mooi te zijn. En daaraan gekoppeld: angst om slim, krachtig en lief te zijn. Die drie eigenschappen kwamen er later nog bij. Waarom mag je als vrouw niet mooi, slim, krachtig en lief zijn? Waarom word je dan door anderen ondermijnd? Waarom levert je dat soms een onvoldoende op terwijl je eigenlijk met vlag en wimpel het tentamen gehaald hebt? Waarom kost je dat soms je baan, omdat iemand met meer macht die macht met hand en tand verdedigt en soms zelfs misbruikt? Het gaat er niet om dat ik gelijk heb, maar dat ik ook gelijk kan hebben. Er is niet één waarheid. Er zijn er meerdere. 

Nu wil ik niet zo’n omhooggevallen Opzij-vrouw zijn (bestaat dat tijdschrift nog?). Het feminisme draaft soms een beetje door. Maar door de eeuwen heen hebben vrouwen wel altijd voor hun rechten moeten vechten. Een recht dat verder gaat dan het aanrecht, zoals sommige mannen het zien. 

Fundamentele warme waarheid

Moest ik mijzelf daarom ‘rondeten’? Omdat ik niet mooi, slim, krachtig en lief durfde te zijn? Ik prijs mijzelf juist gelukkig dat ik van mensen kan houden en de wereld mooier droom dan hij volgens sommigen is. Want zeg nou eerlijk: als je kijkt hoe het er soms echt aan toe gaat, kan je eigenlijk alleen maar huilen. Ik kijk liever naar wat de mensheid bindt en geef de voorkeur aan een fundamentele warme waarheid die ook nog eens verschillende vormen kan aannemen. Daar bouw ik aan en daar bouw ik op. En een heleboel mensen -gelukkig!- met mij. 

De laatste weken voel ik mij lichter en lichter worden. Of ik in kilo’s afgevallen ben, weet ik eigenlijk niet. We hebben namelijk geen weegschaal. Ik geloof ook niet in het getal dat mijn gewicht in kilo’s aangeeft, maar in het cijfer dat ik mijzelf gevoelsmatig toedicht. En dat cijfer is hoger, terwijl ik mij lichter voel. Een beetje vreemd, maar het klopt allemaal nog wel. En is ook nog eens lekker. (Kunnen jullie het nog volgen?)

Rabarbara voelt zich lichter en lichter. Foto: Anja Onstenk.

Waarom bestaan er panty’s die je zo kapot trekt?

Bij het leven van een vrouw die ervan droomt om mooi en minder rond te zijn, komt af en toe een groot probleem om de hoek kijken. Zoals jullie weten heb ik onlangs vijf jurken aangeschaft. Nu de zomer voorbij is, kom ik erachter dat je dan niet met blote benen kan blijven rondlopen. Dat is zelfs voor mij met mijn vetlaagjes te koud. Ik dacht na over de ideale oplossing en kwam uit op panty’s. 

Filmster

Zo gezegd, zo gedaan. Enthousiast ging ik naar de Hema en kwam daar een heel gangpad tegen met panty’s in allerlei kleuren en maten. Voor een belachelijk lage prijs kocht ik voor het eerst in mijn leven zelfstandig een doos waar er vier inzaten. “Dan kan ik een tijdje vooruit,” dacht ik blij. Gisteren wilde ik een van mijn mooie jurken aantrekken met een panty. In eerste instantie was ik benieuwd of de maat goed zou zijn, maar dat was geen probleem. Heel netjes en keurig rolde ik de panty op om hem vervolgens zorgvuldig langs mijn benen uit te rekken en aan te trekken. Ik voelde mij net een filmster. Vol trots liep ik kort daarna door het huis. Die trots duurde niet lang, want als snel kwam er een haakje in mijn panty door een rupje aan de nagel van mijn wijsvinger waarmee ik over mijn been streek. “Tjonge, jonge, jonge, gaat dat zo snel?”, dacht ik nog. Na een fietstocht naar de supermarkt zat er al een ladder in mijn bovenbeen en toen ik die dag voor de derde keer naar de wc ging, trok in het kruis stuk. Het filmsterren gevoel verdween als sneeuw voor de zon en ik voelde mij weer de gebruikelijke miss klunsie. 

Olifant

Ik besloot mijn ‘probleem’ met een aantal vrouwelijke vrouwen te bespreken die er niet om zouden gaan smiespelen, maar mij met mannelijke en praktische tips zouden helpen. De eerste vraag die ik kreeg was:”Hoeveel denier is hij dan?”. “Twintig,” antwoordde ik. En ik was al trots dat ik wist wat ‘denier’ was. “O, maar die trekt iedereen stuk. Je moet op zijn minst zestig hebben. Die kan je ook wassen. Je hebt wel keus uit minder kleuren, maar de kwaliteit is veel beter.” Op mijn vraag waarom er dan panty’s verkocht worden die iedereen stuk trekt, bleven zij mij het antwoord schuldig. Ik kan mij niet voorstellen dat die alleen gekocht worden door onwetenden zoals ik. Wel werd mij uitgelegd dat je met die dunne heel voorzichtig en vrouwelijk moest omgaan. Ook subtiel. Die drie begrippen passen absoluut niet bij mij. Het liefst banjer ik als een olifant door een porseleinkast. Daar is heel ons huis ook op ingericht. 

Onmodieus

Misschien dat panty’s wel niks voor mij zijn, maar om nu dikke leggings onder mijn soepele jurken te gaan dragen, zie ik niet echt zitten. Dat staat gewoon niet. Dat zie zelfs ik met mijn onmodieuze ogen. Zie hier het probleem van de onvrouwelijke vrouw die mooi wil zijn. Ik ga eerst maar eens dikkere panty’s proberen. Kijken of die wel heel blijven. En anders vriezen mijn benen er van de winter maar af!

De panty die ik na een dag dragen weg kan gooien. Foto: Rabarbara

Waarom theezakjes twee keer gebruiken?

Theezakjes. Ze vormen een grote frustratie voor mij. Niet het theezakje zelf, maar het gebruik ervan. En niet mijn eigen theezakjes, maar die van anderen. Wat is het euvel? Nou, dat zal ik eens haarfijn uitleggen. Er heerst namelijk een ongeschreven regel dat je een theezakje twee keer moet gebruiken. Waar dat gebruik vandaan komt, weet ik niet. Ik denk dat het de Hollandse zuinigheid is. 

Smaakjes

Ik herinner mij nog de periode dat er geen theezakjes waren voor één kopje. Thee werd toen gewoon in een grote pot gezet en je kreeg een kopje volgeschonken uit een theepot waar het ‘grote’ zakje een tijd in had staan trekken. Op een gegeven moment was er een omslag. Volgens mij toen de vele smaakjes werden ingevoerd. Er kwamen theezakjes die bedoeld waren voor één kopje. Van die theezakjes kan je makkelijk twee kopjes drinken, was al snel het credo.

Heet

Nu wil het geval dat ik geen slappe thee drink, want dan kan ik net zo goed heet water drinken. Over het algemeen drink ik kruidenthee die ik wel zo’n vijf tot tien minuten laat trekken. Dan zit de smaak er goed in. Als ik bij mensen op visite ben en ik begin aan mijn tweede kopje thee sta ik voor een dilemma: gebruik ik mijn gebruikte zakje, zoals iedereen doet, nog een keer? Diep in mijn hart voel ik dan een afkeer. Je gebruikt een condoom toch ook niet twee keer? Nu is het misschien raar om thee drinken met ‘de daad’ te vergelijken. Ze hebben niet veel gemeen. Behalve dat ze allebei heet zijn en er ergens iets in- en uitgedompeld wordt. Maar toch. 

Etiquette

Als ik een gebruikt en nat zakje in mijn theewater doe, komt er haast geen thee meer vanaf. Het water blijft dan altijd praktisch wit. Mijn gastvrouw (of gastheer) ziet aan mijn gezicht dat er iets niet klopt en zegt beleefdheidshalve:”Je mag wel een nieuw zakje pakken hoor!” Maar ook dan twijfel ik. Als ik dat doe, beroof ik haar van haar zuurverdiende centen en houd ik mij niet aan de etiquette. Als ik het niet doe, drink ik met walging mijn tweede kopje thee. 

Hondsbrutaal

Wat te doen? Ik weet het niet. Bij mensen bij wie ik mij op mijn gemak voel, pak ik gewoon hondsbrutaal een nieuw tweede zakje. Maar wat te doen in het schemergebied? Bij mensen bij wie je toch nog de schijn wilt ophouden dat je een beschaafd persoon bent? Geen tweede kopje thee? (Heb ik ook wel eens gedaan). Mij over mijn afkeer heenzetten? Of gewoon geen thee drinken, maar om een glas water vragen? Maar als je een glas water bestelt, roep je ook een hoop ellende over je af. Daarover valt ook een heel blog te schrijven. Misschien een andere keer. Wat zou jij doen?

Het vervult Rabarbara met afschuw om een theezakje voor de tweede keer te gebruiken. Foto: Rabarbara

Stiekem een ijdeltuit

Tot inkeer komen. Af en toe heb je van die dagen. Dan dans je niet met het leven, maar met jezelf. Ik heb even heel veel en heel diep nagedacht over het hoe en wat met Rabarbara. Ook over dit blog. Wat wil ik ermee?  Waar wil ik naartoe? Wat ik wil bereiken? Heb ik al wat bereikt? En hoe vind ik mensen die het lezen? Brainstormsessies met mezelf. Brainstormsessies over brainstormsessies. En ga zo maar door. Het resultaat: veel woorden in allerlei kleuren geschreven. En het antwoord? Dat droeg ik altijd al in mij en draag ik altijd al uit. 

Waarheid

Vaak vragen we naar de bekende weg in het leven. Zoeken we ons een ongeluk naar iets wat voor onze neus ligt. Het meeste weet je eigenlijk al. Zit diep in je. Als je heel stil bent en echt naar jezelf luistert, hoor je de antwoorden resoneren in dat waar je oog op valt, die ene regel uit een liedje op de radio, je interpretatie van een tekst of schilderij. Het is de kunst om eerlijk te zijn naar jezelf. Ontzettend eerlijk en de waarheid, leuk of minder leuk, onder ogen te zien. Soms willen we niet weten wat die waarheid is en moffelen we haar weg. Vroeg of laat wreekt zij zich en breekt zij door muren heen. Als er al muren zijn. Mijn hart is muurloos. Van mijn hoofd kan ik niet hetzelfde zeggen. Daar loop ik tegen de grenzen van mijn fantasie aan. Van mijn verzinhoofd.

Ik in de jurk waarin ik mij het mooist voel. Foto: Linda Commandeur.

Lipgloss

Ik heb lang mijn verdriet weggegeten. Dan at ik maar weer wat koekjes of nam ik een groot ijsje toe. Het gaf mij een gevoel van macht. “Ik beslis zelf of ik dit wel of niet eet.” “Ik beslis zelf of ik mij wel of niet wat aantrek van wat de maatschappij uiterlijk en kwa eten van mij verwacht.” Ondertussen hield ik mijzelf voor de gek. Onder hypnose kwam ik erachter dat ik juist bang was voor die maatschappij. Bang om mooi, slim en succesvol te zijn. Bang voor mannen en bang voor seks. Ik dacht altijd dat er diepe en emotionele trauma’s aan mijn eetgedrag ten grondslag lagen, maar stiekem ben ik gewoon een enorme ijdeltuit die graag haar lippen rood wil stiften. Dat doet mij denken aan mijn lieve nichtje Nina. Zij wordt binnenkort vijf. En op de vraag van mijn zusje wat zij voor haar verjaardag wil antwoordde ze:”Lipgloss!”. Na wat doorvragen bij mijn zusje begreep ik dat ze roze lipgloss wil. En met glitters. Dus van de week ga ik braaf op pad om aan die opdracht te voldoen. Niks mooiers dan een blij nichtje.

Verstopt

Of ik nu zelf ook mijn lippen ga stiften, weet ik nog niet. Wat ik wel weet, is dat ik vorige maand drie keer ben gaan shoppen en vijf (!) kleurrijke jurken heb gekocht. Voor elke stemming een. Wat ik daarbij wel moet vermelden is dat ik in de twee jaar daarvoor geen nieuwe kleren heb gekocht. Verder ben ik vastbesloten om geen onderbroeken met gaten meer te gaan dragen. Ok. Alleen als ik ongesteld ben. Dan wel. Maar dat mag. Van mezelf dan. Over de vele gekochte klingelende oorbellen en doos met vrolijk gekleurde oogschaduw maar te zwijgen. Gaat er een nieuwe ik opstaan? Geen idee. Of nee. Ik heb wel een idee. Het is de ik die altijd al in mij zat. Die in mij gehoord wilde worden, maar verstopt zat tussen alle tranen (en koekjes).

Avonturen

De conclusie van mijn brainstormsessies over Rabarbara was dat ik op een organische manier de ware zoektocht naar mezelf wil laten zien. Op dit moment dus mijn mooie zelf. Al weet ik wel dat ik mooi ben. Naar mijn nog mooiere zelf dan. Jij je zin. Daarbij ben ik nieuwsgierig naar mijn eigen motieven, maar ook naar wie jij bent en wat jou beweegt. Wie ben ik? Wie ben jij? En welke waarheid is onze gemene deler? Sommige mensen reizen graag rond in de wereld, maar ik reis in mijn gedachten en misschien ook wel in de jouwe. Genoeg avonturen te beleven zou ik zo zeggen!

Brainstormsessies over Rabarbara. Foto’s: Rabarbara

Ook ontroerd

Altijd als Ilja Leonard Pfeijffer op televisie is, is er wel een vriendin die mij appt dat ik naar die en die zender moet kijken. Soms appen zelfs meerdere vriendinnen. Dat heb ik te danken (of te wijten?) aan het feit dat ik zo’n vijftien jaar geleden vol passie over hem blogde, al zijn schrijfsels verzamelde en hem zelfs een rol in een van mijn boeken heb gegeven. Onder de weinig creatieve naam ‘Leo’ die ik hem gaf, beleefde ik allemaal avonturen in mijn hoofd met hem. Tja. Je moet toch wat als intelligente en vrijgezelle schrijfster. 

Ontroerd

Enkele verhalen over hem heb ik met hem gedeeld via een persoonlijk bericht via Facebook. 

Toen was hij nog niet zo bekend als nu en had hij tijd om mijn berichten te lezen. Af en toe kreeg ik een reactie terug. Een keer een uit de drie zalige woorden: ”Ik ben ontroerd.” Toen ik ze las, sprong ik puberaal een gat in de lucht. 

Gegrift

Langzaamaan veranderden ‘onze’ levens. Hij verhuisde van Leiden naar Genua, ik naar de Achterhoek. Allebei met een liefde. Hij heeft de zijne inmiddels verruild voor een ander dame, met wie hij dolgelukkig is. Toen we nog in Leiden woonden, kruisten onze wegen elkaar weleens, maar ik weet niet of ik hem ooit opgevallen ben. We hebben elkaar in ieder geval nooit gegroet. Toch staan deze ‘ontmoetingen’ in mijn geheugen gegrift. Eentje een keer in de kaaswinkel vlakbij de markt. Mijn ouders waren voor mijn verjaardag op bezoek en met mijn moeder ging ik er even naar binnen. Ik weet niet meer wat ik er gekocht heb. Hij kwam binnenwaaien met een lange, zwarte jas die om hem heenzwierde. Kocht een een of ander onbeduidend kaasje en was met de noordenwind weer vertrokken. Mijn moeder had het niet meer en ik ook niet. 

Ruimhartig

Eigenlijk ben ik helemaal niet meer met hem bezig. Zijn laatste boeken heb ik niet allemaal gelezen en ik volg hem ook niet echt op tv enzo. Ik weet nog wel dat ik op een gegeven moment ‘afgeknapt’ was op hem door zijn fatalistische kijk op de liefde. Ik geloof namelijk wel in de liefde en in alle facetten die zij om- en behelst. Volgens mij hij nu ook meer door zijn nieuwe liefde Stella. En dat geluk gun ik hem. Ruimhartig van mij hè? Dat geluk gun ik trouwens niet alleen hem, maar iedereen. 

Fan

Gisteren was Ilja te gast bij Zomergasten. Ik had sowieso het plan om te kijken, maar was benieuwd of er nog een vriendin mij zou appen. Ja hoor! Plingpling deed mijn mobiel. Gelukkig! Mijn verbeelding over hem leeft ook nog in de hoofden en harten van anderen. Een hele geruststelling. Met een dekentje op de bank ging ik er goed voor zitten. Zijn haren waren grijzer dan voorheen, zijn mooie handen zaten vol kolossale ringen en hij sprak ook nog zinnig over de Waarheid, geloven, authenticiteit, de platte aarde en zelfspot. Om maar een greep uit de keur van onderwerpen te noemen. Ik was het niet met alles eens, maar dat komt nog weleens tussen de regels door in een of ander later blog doorsijpelen. Na afloop ging in gelukzalig naar bed. In de wetenschap dat ik al fan van hem was voordat hij bekend werd en met het inzicht dat ook ik een schrijfster ben die soms teksten produceert die buiten haar om ontstaan. 

Ook ontroerd

Ik denk niet dat onze wegen elkaar in het echte leven ooit nog gaan kruisen. Dat hoeft ook niet. Maar ik vind het mooi dat ik even kon meegenieten van zijn doordachte gedachten. Al moest ik hem helaas wel delen met tig en tig anderen. Om er toch iets persoonlijks van te maken, schrijf ik dit blog. In deze woorden is hij een beetje van mij. Meer van Stella, maar dat mag en dat hoort.  Mij raakt hij echter ook. Over gisterenavond zeg ik tenslotte: ”Ik ben ook ontroerd.” Zal Ilja nu ook een gat in de lucht springen?

Een foto die een vriendin van mij van haar televisie appte.

Onder hypnose voor een lichter leven

De afgelopen maanden ben ik bezig geweest om de balans van mijn leven op te maken. En daar ben ik nog steeds mee bezig. Jaja. Ik word oud(er). Het draait om de balans tussen lichaam, ziel en geest. Mijn ziel en geest voed ik dagelijks met woorden, gedachten en vage ideeën. Ik maak ze over het algemeen blij en heb ze dolgelukkig gemaakt en geheeld door het schrijven van ‘Verzinhoofd’ en alle andere verhalen op mijn blog en in mijn dagboek. Mijn lichaam bleef bij alles een beetje achter en vroeg ook om aandacht.

Al meer dan de helft van mijn leven worstel ik met mijn gewicht en ik voelde dat de tijd nu rijp was om daar wat aan te doen. Al vond ik dat wel lastig, want ik had al zoveel geprobeerd. Ik besloot dit keer om bij Sharon Papen van Blikveld Fysiotherapie onder hypnose te gaan. Er kwamen bizarre dingen uit mijn onderbewuste boven tafel, om sommige hebben we hartelijk gelachen. Gisteren had ik mijn laatste sessie. Sharon gaf mij de opdracht mee een sprookje te schrijven over mijn overtollige kilo’s. (Ze kent mij heel goed). En dat deed ik. Het resultaat kan je hieronder lezen.

Ik hoop dat jullie mij over een paar maanden nog herkennen. Als ik nog mooier en stralender ben dan ik al ben. Als ik van binnen en van buiten licht ben, want dat is mijn wens.

Licht

Er was eens een meisje dat licht wilde zijn. Zo licht als een veertje. Niet alleen in haar gedachten en hart, maar ook met haar lichaam. In haar leven had ze moeilijke periodes gekend. Periodes waarin het donderde en bliksemde. Donkere wolken hadden zich boven haar hoofd samengepakt en haar diep bedroefd gemaakt. Om toch nog een beetje blij te zijn verwende ze zichzelf met koekjes en taartjes. Zo werd de zwaarte in haar hoofd minder. Haar lichaam echter werd zwaarder en zwaarder. 

Toen ze na jaren en jaren oefening en levenservaring eindelijk licht was geworden in haar hoofd en hart, was haar lijf tonnetjerond. Het plaatje klopte niet. Het meisje wilde graag dat binnen- en buitenkant in overeenstemming met elkaar waren, dat beide licht zouden zijn. Toch lukt het haar maar niet om haar lichaam minder rond te maken. Daarom ging ze naar de betoverfee. 

Drie keer ging de betoverfee in gesprek met het onderbewuste in het lichaam en hoofd van het meisje. Dat deed ze door het meisje in zo’n toestand te brengen dat alle zwaarte die in haar lijf opgeslagen zat onder woorden en in beeld gebracht kon worden. Ze betoverde het meisje zo dat ze begreep waarom haar lichaam zo zwaar was geworden. De tijd was daar om alle overtollige ballast in de vorm van vet kwijt te raken zodat het meisje figuurlijk, maar ook letterlijk licht zou zijn. 

Na de drie gesprekken van de betoverfee met haar onderbewuste lichaam en hoofd had het meisje hoop. Ze zag zichzelf in mooie kleurrijke jurken, met prachtige oorbellen, grote gele strohoed met vrolijke flappen en armen vol bloemen. In de bloemenwei van haar voortuin, danste ze vrij, blij en licht in het rond. Alle zwaarte was van haar verdwenen. Iedereen vond haar mooi. Zij vond zichzelf ook mooi. Ze at geen koekjes en taartjes meer, maar appels en peren. Die ze met elkaar ging vergelijken, hoewel dat eigenlijk niet mocht. Maar het meisje was graag eigenwijs en deed het toch. Gewoon, omdat ze er zin in had. Ze at gezonde voeding uit de natuur en bereidde die met veel liefde vakkundig klaar. Ze kookte heerlijke biologische maaltijden en fietste veel rond in het grote bos op haar rode fiets. Ook ging ze regelmatig naar de betoverfee om yoga te doen, want de betoverfee was een bijzonder wijze vrouw die veel van lichaam en hoofd wist. Veel meer dan alle andere feeën in het bos. Na een paar maanden was het meisje alle zwaarte kwijt. Ze keek in de spiegel en lachte nog gelukkiger dan gelukkig:”Ik ben zo licht. Zo licht als een veertje!”

Rabarbara die er naar uit kijkt om van buiten en van binnen licht te zijn. Foto: Anja Onstenk.