(te) Gek: Jeste Steur

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Dingen kunnen anders zijn dan op het eerste gezicht gedacht wordt’

Je geen man voelen, maar ook geen vrouw. Met andere woorden: je bent genderneutraal. Is dat gek? Volgens Jeste Steur niet. Voor haar is het dagelijkse kost: ”Het gaat bij mij niet erg ver, want ik vind het prima als ik als vrouw wordt gezien.” Naast genderdysforie is er bij Jeste ook autisme geconstateerd. Echt werken is voor haar moeilijk, daarom doet ze nu vrijwilligerswerk bij patiëntenorganisatie Transvisie. Op het moment is het kantoor gevestigd in Amsterdam, maar binnenkort verhuist het naar Utrecht. Ook is ze betrokken bij een opzetten van een lotgenotencontactgroep in buurthuis ‘Huis van de wijk’ in Amsterdam Zuid. Dat gaat wel over een ander onderwerp, namelijk (werk)stress.

“Patiëntenorganisatie Transvisie komt op voor transgenders. Ze geven informatie over behandelingen, psychologische hulp en het medisch traject. Ook doen ze aan belangenbehartiging bij zorginstellingen en zorgverzekeringsmaatschappijen. Er worden bijeenkomsten voor lotgenoten georganiseerd. Ook voor de naasten van transgenders, want die mensen worden vaak vergeten,” vertelt Jeste over haar werk. Ze is aan deze baan gekomen doordat ze naast haar bijstandsuitkering vrijwilligerswerk zocht. Aangezien ze er zelf gespreksgroepen heeft gevolgd dacht ze toen ze hoorde dat ze daar een kantoormedewerker zochten:”Ja, dit is iets voor mij!”

 

Gespreksgroepen

“Het leek mij moeilijk om iets voor transgenders te betekenen, omdat er waarschijnlijk veel op mij af zou komen. Ik ben namelijk niet zo goed met andere mensen. Uiteindelijk ben ik overgehaald door iemand waarmee ik een gesprek had voor dit werk. Toen ben ik er mee begonnen. Het is steeds makkelijker geworden en ik kan nu ook moeilijke vragen beantwoorden,” uit Jeste haar twijfels, ”Toen ik er aan de slag ging, volgde ik nog steeds gespreksgroepen. De gespreksleidster stopte en ik nam het van haar over. Zo ben ik mij meer gaan bezighouden met de hulpverlenerskant. Later is er wel iemand bijgekomen om de gesprekken in goede banen te leiden. De gespreksgroepen kennen verschillende thema’s, bijvoorbeeld: ik ben geen man/vrouw, want nu? Hoe ver wil je gaan met lichamelijke veranderingen? Hoe wil je aangesproken worden?”

 

Confronteren

Jeste:”Ik had zelf veel twijfels. Ik klop lichamelijk niet met een man, maar ben wel als jongen geboren. Mijn mannelijke ontwikkeling heeft zich niet doorgezet en daar ben  ik blij mee. Tegelijkertijd kan ik mij ook niet associëren met vrouw zijn. Vrouwen die er jongensachtig uit zien, vind ik nogal mooi. Daar keek ik altijd met bewondering naar. Zij waren een voorbeeld voor mij. Wat nogal verwarrend was, want ik ben als jongen geboren. In het dagelijks leven krijg ik geen rare opmerkingen. Ik zie er niet uit als de doorsnee vrouw en vind het leuk om mensen te confronteren. Dingen kunnen anders zijn dan op het eerste gezicht gedacht wordt. In het verleden was ik erg onzeker en wist ik niet hoe ik mij nu moest gedragen in de maatschappij. Zo wist ik bijvoorbeeld niet naar welke toilet ik moest gaan en probeerde ik mij als een man te gedragen. Nu zit ik gelukkig goed in mij vel en vermaak ik mij prima.”

 

Jeste reisde speciaal voor dit interview met de trein van Amsterdam naar Lichtenvoorde!

Jeste reisde speciaal voor dit interview met de trein van Amsterdam naar Lichtenvoorde!

 

 

 

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

(te) Gek: Brenda Rosendahl

In de rubriek ‘(te) Gek’ komen mensen van verschillende pluimage aan het woord over alle vormen van (te) gek zijn.

 

‘Het draait niet alleen om de ballon, maar ook om de ervaring eromheen’

 Brenda Ballon. Zo noemen ze haar in Lievelde. Haar echte achternaam kent bijna niemand. Rosendahl is dat. De rozen uit die naam zijn verwerkt in het logo van haar bedrijf Atelier Crearose. Brenda is ballonnenartieste en daarnaast druk met schminken en sieraden maken. “Of de mensen in Lievelde mij gek of te gek vinden weet ik niet, dat is giswerk,” zegt ze lachend over haar bijzondere werk, “Ik heb nooit moeite gedaan om erbij te horen, maar altijd mijn eigen ding gedaan. Dan komt alles vanzelf.”

“Feitelijk ben ik wereldberoemd in een andere wereld. De ballonnenwereld. Als ik een workshop in België of Engeland geef, komen er mensen van de hele aardbol er naartoe. Er zijn daar zelfs wildvreemden die met mij op de foto willen, omdat ze mij herkennen van Facebook,” vertelt Brenda met gepaste trots.

 

 

Gevoel en beleving

Brenda wint wedstrijden met de ballonnen die ze maakt. Ook heeft ze een keer een Sarah ballonnenpop gemaakt voor iemand in haar dorp. Dat was zo’n succes dat er nu mensen vanuit het hele land ze speciaal bestellen en met de auto op komen halen. Brenda:“Met kleuren en biologisch afbreekbare ballonnen kan je een verjaardag, feestje of uitvaart net dat beetje extra geven. Het heeft een visuele impact. Ballonnen zijn niet alleen van het moment, maar geven je een gevoel van welkom of steunen je in je verdriet. Je hele gevoel en beleving wordt er anders door. Door te spelen met kleuren maak je iets bijzonders, unieks of sjieks. Er zijn meer kleuren ballonnen dan bloemen. Alles wat ik zie, kan ik wel maken. Het draait niet alleen om de ballon, maar ook om de ervaring eromheen.”

 

Dom lachen

De aanleiding waardoor ze in deze ballonnenwereld verzeild is geraakt is minder. In 1997 kreeg ze een auto-ongeluk, waar ze nooit helemaal van hersteld is. Daarna werden de ballonnen een hobby. Langzaamaan werd het steeds serieuzer en in 2005 startte ze haar eigen bedrijf. Ze heeft in Engeland, België en dit jaar voor het eerst in Nederland les gegeven aan professionals. Onlangs heeft ze eigen schminksjablonen ontworpen, die ze zelf produceert. Zowel hobbyisten als schminkprofessionals zijn er super enthousiast over.

Brenda:“Je moet iets doen in de wereld. Iets met en voor mensen. En af en toe dom lachen. Tijdens een workshop die ik met een vriendin in Engeland gaf zeiden de deelnemers: ’Ze zijn zo grappig. Ze zijn net een televisieshow, maar je kan ze niet uitzetten.’”

Brenda Ballon met een Balloon Hair Decoration

Brenda Ballon met een Balloon Hair Decoration

 

 

Wil je ook je (te) gekke verhaal kwijt, mail dan naar info@rabarbara.nl.

Waarom ik niet rook

De liefde. De mooie liefde. Bezongen er verguist. Ze zet en zette mij aan tot ongeoorloofde en domme daden. Maar ook moves die ertoe deden en wegen baanden naar plekken die eerst onbereikbaar leken. Een van de domste dingen die ik in haar ban heb gedaan is roken. Ik was nog jong, ik denk veertien. Op school liep ik rond met mijn hoofd in de wolken en schreef ik de schoolkrant vol met mooie, naïeve en idealistische praatjes. Ook verzorgde ik de roddelrubriek ‘wist je dat…’ Daarin verzamelde ik wetenswaardigheden over docenten die niemand wist, maar die wel ieder wilde (moest) weten. Gelukkig heb ik die fascinatie voor verboden berichten later overboord gegooid. Ik zou er niet aan moeten denken om vandaag de dag voor de Story of Privé te moeten werken. Nee, doe dan maar een vooraanstaand huis-aan-huisblad als de Elna.

Roken dus. In de redactie van de schoolkrant zaten leden van allerlei pluimage. Zo was er Jesse, eentje die de pik op mij had. Al was hij wel de enige moet ik zeggen. Hij stak de draak met mijn schrijfsels en had zelfs een column opgericht die compleet tegen mij inging. Mijn jonge meisjesogen vulden zich met tranen als ik deze las, niet wetend dat de Achterhoekse uitdrukking ‘ze kunnen beter over je praten, dan van je vreten’ echt waar is. Dan was er Croco een jongen met wie ik een haat-liefde verhouding had. We vonden elkaar nooit tegelijkertijd leuk en hebben jaren om elkaar heen gedraaid. Uiteraard hebben we gedate. Daar heb ik voor gezorgd. Maar daar waar ik voor gevallen was (zijn te grote bril en kapsels dat iets uit model was) verdween al snel. Na een van mijn eerste liefdesverklaringen ging hij lenzen dragen, naar de kapper en wilde hij dat ik ging roken. Iets wat ik pertinent weigerde, want als iets moet, dan… Toen verloor hij zijn interesse in mij. Blijkbaar was ik als niet-roker niet stoer genoeg.

Dan was er nog een andere schrijver wiens naam ik veiligheidshalve maar even achterwege laat. Hij hield van Nirvana en was zo gek als een deur. Na een van onze door ‘Birdy’ (zo noemden we de docent die de krant begeleidde) bijgewoonde vergaderingen gingen we allemaal weer richting huis. De schrijver zonder naam ging heel stoer op de plek staan waar in die tijd de rokers stonden. Onder een afdakje van het fietsenrek. We praatten nog wat na. Hij draaide zijn sjekkie, stak hem aan, nam een heis en vroeg:”Wil jij ook een trekje?” Deze toenaderingspoging niet af willen slaand, gooide ik al mijn principes opzij en zei ik volmondig ‘ja’. Gretig nam ik een trek van zijn sjek, niet wetend dat het zware shag was, ik geloof Javaanse Jongens. Dat heb ik geweten. Hoestend en proestend stond ik na die eerste diepe inhalering naast hem. Ik kon wel door de grond zakken van ellende. Met een of ander smoesje maakte ik mij uit de voeten en heb ik een week lang een branderig gevoel in mijn longen gehad. Ik was voorgoed genezen.

Inmiddels gepokt en gemazeld door het leven doe ik nog steeds weleens domme dingen in naam van de liefde. Boef weet er alles van. Maar wat ik wel weet en geleerd heb, is dat als je je eigen dingen doet, dat niet erg is. Volg je eigen hart en ga je eigen weg. Als iemand mij nu vraagt of ik wil roken terwijl ik dat niet wil en nooit doe, dan doe ik dat niet. Hoe leuk, lief of aardig ik die andere persoon ook vind. Ik sta waar ik voor sta. Zo is het en niet anders. Al heb ik soms wel de neiging om mee te gaan met de rook van iemands sigaret. Maar dan herinner ik mij mijn verbrande longen en weiger ik. Dank je wel schrijver zonder naam voor deze les. Dank je wel.

Of het echt een Javaanse jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.

Of het echt een Javaanse Jongen was die de schrijver zonder naam mij aanbood, weet ik niet zeker. Maar ik vond dit gewoon een leuk plaatje.

De nieuwe kleren van de keizer

De nieuwe kleren van de keizer, ofwel: de kersverse verfspullen van Rabarbara. Waarom? Ik was mijn oude gerei zat. Van mijn verfpotten waren de deksels kapot. Met provisorisch erop geplakte tape zorgde ik ervoor dat ze toch dicht konden. De verf is in de loop der jaren in sommige gevallen dik en klonterig geworden en daardoor niet meer door het kleine gaatje van de pot te knijpen. Dat betekent dat ik met een penseel in de pot zit te lepelen die er vervolgens flink besmeurd uit komt. De verf geraakt zo in rare vormen op mijn palet. Geen pretje. Zelfs niet voor een kliederkunstenaar als ik. Ook was ik toe aan een volgende stap.

Een tijd lang heb ik me op het schilder- en tekenvlak met andere dingen beziggehouden. Ik heb een tweede docente gehad die mij meer techniek, geduld en inzicht heeft gegeven. Het KVT (mijn vaste clubje) ben ik al die tijd trouw gebleven. Daarnaast heb ik een korte, leerzame cursus bij StudioDAT gevolgd. Nu is de tijd daar om verder te gaan met dat waar ik in eerste instantie vanuit mezelf mee begon: intuïtief schilderen; kijken wat er dan ontstaat en voor wie het bedoeld is.

Ik merk dat het goed gaat en dat er mooie werken onder mijn handen tevoorschijn komen. Alles is anders dan zo’n vijf jaar geleden, toen ik met deze lessen startte. Mijn kleuren zijn helderder, de composities logischer en mijn onderbewuste spreekt duidelijkere taal. Wauw! Bijzonder om te ontdekken dat je als mens (kunstenaar?) zo’n ontwikkeling kan doormaken. En bij zo’n verandering horen andere (betere) verf (die toevallig in de aanbieding was) en nieuwe penselen. Met deze verse spullen ga ik vormgeven aan de frisse energie die zich in mij heeft gevestigd. En die wind zal in de toekomst ook wel weer eens anders gaan waaien. Dat is het mooie. Alles is aan verandering onderhevig. Ik laat me graag meevoeren met de deiningen van mijn kunstenaarsziel. Al kan haar bij tijd en wijle ook vervloeken. Maar is dat niet met alles?

 

Oude en nieuwe verfspullen bij het gloednieuwe mandje waarin ik ze ga vervoeren naar mijn schilderles.

Oude en nieuwe verfspullen bij het gloednieuwe mandje waarin ik ze ga vervoeren naar mijn schilderles.

Good goan!

Geven is leuk, maar krijgen ook. Zo geef ik mensen graag cadeautjes en ben ik altijd blij verrast als ik iets ontvang van deze of gene. Het hoeft niet om grote zaken te draaien. Vaak zijn het de kleine dingen die het hem doen. Zo stonden er rond kerst plotseling een aantal kinderen van de scouting bij ons aan de deur en kreeg ik van Boef spontaan twee van de kerstrozen die ze verkochten. Ze staan nu nog bij ons in de vensterbank, al ligt de decembermaand al weer een tijdje achter ons.

December. Een maand vol cadeautjes en gelukswensen. Het blijst was ik nog wel met het kerstpakket dat ik ontving van Achterhoek Nieuws. Daarin zat een kwartetspel van ‘t Praothuus, een strip die elke week in de weekkrant verschijnt. Ik bekijk de kleurrijke plaatjes in de krant altijd met een glimlach op mijn gezicht. Ze fleuren de boel een beetje op. Dit kwartetspel bestaat uit elf setjes kaarten waarin we kennismaken met de Achterhoekse taal, gewoontes en gebruiken. Ze zijn in dialect geschreven en van grappige tekeningen voorzien door Toonworkz, Achterhookser ku’j ’t neet kriegen. Ik ben voornemens om deze kwartetspellen aan vrienden van mij in het Noorden, Zuiden en Westen cadeau te gaan doen. Zodat ze ook weten dat er heel wat te lachen is in de Achterhoek waarin ik leef. Verder ga ik het kwartet als kapstok gebruiken om jullie te verhalen over mijn taalvondsten, want daar is –bleek uit de poll- behoefte aan.

Dan eindig ik deze blog gelijk maar met een van de kwartetplaatjes en wel met ‘Good gaon!’. Wat ik trouwens wel een eigenaardige manier van gedag zeggen vindt. In het begin gingen mijn oren klapperen van deze afscheidsgroet. Ik zeg meestal gewoon ‘doei doei’. Het ga je goed! (wat die uitdrukking betekent) is natuurlijk wel een mooie wens om iemand mee te geven, maar in mijn systeem zit zo’n uitspraak niet ingebakken. Afhankelijk van de persoon zeg ik ook wel eens ‘lief zijn’ als ik weg ga of ‘gedraag je’, een enkele keer geef ik een zoen. Naar mijn vader zwaai ik altijd, ik blijf toch zijn kleine meisje. Maar omdat ik nu een echte Achterhoekse aan het worden ben, schrijf ik nu voor het eerst ‘Good gaon’ bij het verlaten van woordenland. En lees goed: ik schrijf schrijf, want zeggen zal ik het nooit. Met mijn Leidse tongval klinkt dat namelijk voor geen meter. Good gaon dus!

Met het kwartetspel van 't Praothuus leer ik op een Achterhoekse manier afscheid nemen.

Met het kwartetspel van ’t Praothuus leer ik op een Achterhoekse manier afscheid nemen.