Geeft unieke woorden aan nieuws, persoonlijke én creatieve verhalen.

Rabarbara is van vele woordmarkten thuis: ze interviewt en verslaat voor Achterhoek Nieuws, schrijft columns voor Trikker, geeft een schrijfcafé in de Bibliotheek Oost-Achterhoek, gaat op pad met haar typemachine voor live proëzie en beleeft avonturen met haar pen. Op dit blog zijn al haar zoete én zure verhalen te lezen, want goed klaargemaakte rabarber verenigt beide uiterste smaken tot een heerlijkheid in zich. Zo ook Rabarbara die graag op reis gaat met haar eigen woorden, maar jou ook met liefde helpt in de zoektocht naar de jouwe.

Onderstaand filmpje is gemaakt door Paul van Druten voor zijn Ruïne Sessie.

Rabarbara schrijft zoete én zure woorden. Foto: Krang Creaties.

Twee sprookjes die ‘Verzinhoofd’ niet haalden: laat het monster zien!

Goede afloop

Eind goed, kaal goed.

Er was eens een meisje dat kaal was. Dat vond ze heel erg. Ze schaamde zich er erg voor en droeg daarom een pruik die ze nooit afdeed. Niemand, op haar ouders na, wist dat ze kaal was. Ze zorgde ervoor dat ze altijd stiekem de pruik op kon zetten en dat hij goed zat. Als mensen spraken over het naar de kapper gaan, deed ze leuk met de gesprekken mee. Terwijl ze nooit naar de kapper ging. 

Op een dag werd ze verliefd op een jongen. Dat vond ze heel moeilijk. Want ’s nachts deed ze haar pruik altijd af. Zou ze ooit wel met deze jongen kunnen trouwen? Zou hij dat wel willen met haar met dat lelijke kale hoofd? In het begin verzon ze smoesjes om niet te blijven slapen en lijmde ze de pruik met extra veel lijm op haar hoofd. 

Op een dag viel de pruik van haar hoofd. De jongen zag het. Het meisje vluchtte weg naar haar ouders. Ze huilde en huilde. De jongen kwam haar achterna. Hij hield van haar en wilde haar helpen. Hij vond haar mooi. Ook zonder pruik. En zo leerde het meisje dat ze kaal ook mooi was. Langzaamaan vertelde ze de mensen dat ze kaal was en dat ze een pruik droeg. Niemand vond het erg. En er kwam een dag dat ze haar pruik afdeed. Haar kale hoofd glom in de zon. De mensen vonden haar kale hoofd mooi en gingen allemaal hun haren afknippen om zo mooi te zijn als zij. Het meisje was er verbaasd over en ging haar hoofd steeds beter verzorgen. Ze smeerde er verf op en gaf hem soms een kleurtje met verf. Ze stak de draak met haar kale hoofd en iedereen moest erom lachen en bewonderde haar daarom.

Alle pruiken in het land werden verboden toen de koning zag hoe gelukkig het land was met de kale hoofden van iedereen. Er waren ook mensen die geen schoenen meer gingen dragen of die hun masker afzetten. De wereld werd er een stuk mooier en echter door. 

Slechte afloop

Eind goed, kaal goed.

Er was eens een meisje dat kaal was. Dat vond ze heel erg. Ze schaamde zich er erg voor en droeg daarom een pruik die ze nooit afdeed, alleen als ze ging slapen. Op een dag toen ze voor het slapen gaan haar pruik afdeed, zag ze dat er iemand voor haar slaapkamerraam stond met een fototoestel. Hij maakte een foto van haar in pyjama met haar kale hoofd. De volgende dag stond het op de voorpagina van de krant. Het meisje durfde haar huis niet meer uit en sloot zichzelf op. Ze at dagen niet meer, want haar koelkast was leeg. Ze kon alleen nog maar water drinken. In haar brievenbus vond ze allemaal haatbrieven en lelijke tekeningen van mensen die haar lelijke en stom vonden. Het meisje huilde en huilde. Lag alleen in bed en haatte haar pruik. Ze deed de gordijnen goed dicht, want iedereen stond onder haar raam. Sommigen gooiden stenen tegen haar raam. 

Het meisje was doodongelukkig en bang om te leven. Ze ging bijna dood. Tot er op een dag een roze brief in de brievenbus lag. Hij viel op, want hij was heel groot. Hoe hij er doorheen had kunnen vallen, was een raadsel. Het meisje las de brief. Er stonden allemaal lieve woorden in van een meisje dat ook kaal was. Dat meisje vond haar lief en had medelijden met haar. In de brief had ze allemaal hartjes gestopt. Deze hartjes gingen voor het meisje dansen en zingen en gaven het meisje moed. Er zijn dus nog meer kale meisjes in het land! Ze besloot dat ze die allemaal wilde ontmoeten. 

Ze verbrandde haar pruik, smeerde haar hoofd vol vet en ging naar buiten, de joelende menigte in. De hartjes dansten om haar heen en zongen lieve liedjes. De mensen waren verbaasd: hoe kon zo’n lelijk meisje toch hartjes om zich heen hebben dansen? De hartjes begeleidden het meisje naar het paleis van de koning. Daar maakte ze een diepe buiging voordat ze de trap opliep. De deur ging boven open en de koning stond erachter. Hij verwelkomde haar, sprak het volk vermanend toe en gaf haar een lintje. Een lintje, omdat ze naar buiten was gekomen met haar kale hoofd. En een lintje, omdat er in zijn land heel veel kale mensen wonen. Hij vroeg het meisje of zij een boek over haar kaalheid wilde schrijven, zodat iedereen begreep hoe moeilijk het was om daarmee te leven. Dat deed het meisje. De mensen lazen het boek en er kwam begrip. Kale mensen werden niet meer gepest.

Wat kan er allemaal gebeuren als je ‘het monster’ in je laat zien? Foto: Anja Onstenk

Fysiek boek van ‘Verzinhoofd’

⚡️Ingevingen moet je volgen. Zo zag ik gisterenavond plotseling ‘Verzinhoofd’ weer voor me als fysiek boek. Voor de lockdown ben ik daarmee bezig geweest, maar door alle consternatie had ik het van de baan geschoven. Op het moment voel ik de ruimte om in ieder geval voor mezelf een aantal exemplaren te laten drukken. Een fysiek boek is toch mooier dan een e-book. Wil jij er ook een, laat het dan voor het eind van volgende week even weten.

Een sneak preview van ‘Verzinhoofd’

Naakt of een preutse juffer?

Soms is het tijd om het heft in eigen hand te nemen en niet mee te deinen op de voorstellen die je om de oren vliegen. Van de week was ik om een aantal verschillende redenen van slag. Een ervan was het idee van een kunstenaar om mij naakt te laten poseren voor een foto. Ik kreeg dit verzoek per mail. Eerst heb ik een kwartier verbaasd naar het scherm lopen staren, toen viel ik verontwaardigd uit tegen Boef, vervolgens ben ik in shock een uur op bed gaan liggen. Ik fantaseerde mij wild over allerlei poses en heb zelfs een gedicht geschreven alsof alles al gebeurd was. Toch voelde ik mij doodongelukkig. Alsof ik buiten mezelf was gaan staan. Alsof ik iets had gedaan wat niet vanuit mezelf kwam. Ik besloot de boel de boel te laten, appte een vriendin mijn frustratie en gaf Boef een klap, omdat hij om dit geheel moest lachen. ”Zo zijn kunstenaars, die denken heel anders over naakt,” zei hij. “Misschien ben ik dan wel geen kunstenaar,” dacht ik bij mezelf. “Ik ben niet zo van het rondseksen en naakttuinieren. Gewoon een brave preutse juffer die gelooft in huiselijk geluk.”

Schok

Een dag later mailde de kunstenaar mij. Of ik zijn mail had ontvangen. Ik antwoordde hem eerlijk terug over mijn schok en dat ik niet had geweten hoe op zijn voorstel te reageren. Ook hij moest lachen. Hij had het geheel vanuit een kunstenaarsblik gezien. Hij kwam vervolgens met een heel keurig en net ander voorstel. Alles was weer koek en ei en ik kijk uit naar de foto die binnenkort genomen wordt. 

Preutse juffer

Soms krijg je een voorstel van het leven (zou er echt een groter plan zijn?) waar je wel op wilt ingaan, maar wat domweg niet past bij je natuur of het zorgt voor gewetenswroegingen. Daar kan je om gaan lopen treuren, maar dat is verspilde energie. Eerlijk is eerlijk: ik zou willen dat ik meerdere levens had die ik kon leiden. Dat ik mijzelf kon opsplitsen en dat ik niet hoefde te kiezen tussen droom en werkelijkheid. Dat ik alles, echt alles kon doen waar ik van droomde. En geloof me: in die dromen ben ik geen preutse juffer! In die dromen hangt een mooi naaktportret van mij in alle musea in de wereld. Natuurlijk kan ik de waaghals gaan uithangen en in vol ornaat met mijn kleine tietjes op de foto gaan, maar als ik daarna niet meer over straat durf of nog meer aanbidders krijg, weet ik ook niet meer hoe ik mijn leven moet vormgeven. 

No way of knowing

‘Laissez fair, laissez aller, laissez passer’ leerde ik ooit met geschiedenis. En dat had ik nu ook maar toegepast. De oplossingen dienen zich altijd met de tijd aan. Dat blijkt maar weer. Niet alles is naar je eigen hand te zetten. Hoe graag ik het ook zou willen. Al waan ik mijzelf soms wel een toverfee, met glinsterende toverogen. En zoals de zanger van New Order in True Faith zingt: ”I can’t tell you where we’re going. I guess there is just no way of knowing.”

Rabarbara droomt over een naaktportret in musea

‘Hier’ en ‘Daar’

“Die is voor mij!”, dacht ik vanochtend meteen toen ik het schilderij ‘Hier’ van Maria Neumann op Instagram zag. Alles waar ik op het moment mee bezig ben, komt erin samen. De rode aarde, het zweven in de tijdloze lucht van mijn verzinhoofd, de vaste grond die Boef onder mijn voeten biedt, het lijntje tussen die twee, het verlangen naar ‘daar’, maar ook gelukkig zijn met ‘hier’. Daarnaast spelen er zaken die het woordenrijk ontstijgen en ‘gewoon’ aanwezig zijn. Omdat dat kan.

Aanschaf van kunst doe je niet alleen als je samenwoont. Heel de dag zat ik dus op hete kolen te wachten totdat Boef thuiskwam. Ik had namelijk een dagje vrij.  Na het appje aan Maria dat ik interesse had, moest ik nog met Boef overleggen. Zou hij deze aanschaf zien zitten? Wil hij dit schilderij ook in onze woonkamer hebben hangen? Boef deed de voordeur open, ik bestormde hem en vertelde hem mijn overwegingen en overpeinzingen over ‘Hier’. Hij was gelijk overtuigd. Het schilderij hoorde bij ons! 

Gelukzalig appte ik Maria. “Jullie zijn nummer twee,” kreeg ik als antwoord. Ik barste bijna in huilen uit. “Wat nu als wij dat schilderij niet kunnen kopen?” jammerde ik naar Boef. Hij bleef er nuchter onder. Even later kreeg ik te horen dat koper nummer één er vanaf zag. “Ik wil! Ik wil! Ik wil!” appte ik terug. 

Even later stond Maria met haar vriend bij ons voor de deur. Het schilderij werd met de nodige afstand officieel overhandigd. De eerste kunstaanschaf van Boef en mij! Wauw, wat was ik gelukkig. Terwijl Boef met Maria’s vriend bier ging drinken interviewde ik Maria over ‘Hier.’

‘Hier’ en ‘Daar’

Maria: “De zeefdruk stamt uit mijn studententijd bij de AKI. Ik heb het in 2005 gemaakt. Het is een tijdloos werk. Het thema van de opdracht herinner ik mij vaag: identiteit. Toen ik daarover ging nadenken vroeg ik mij af: wat maakt je uniek als mens? Ik ging terug naar de basis. Geen vingerafdruk is hetzelfde. Ik heb mijn vinger nagetekend en uitvergroot. Dat is een soort landschap geworden. En ik heb een soort naald in die vinger gezet. Er zijn er ongeveer tien van gemaakt, waarvan er drie in een lijst zitten. Een ervan heb ik aan een vriendin cadeau gedaan en een met een groene naald heb ik nog thuis.”

“Hier past ook goed in deze coronatijd,” vertelt Maria, “We zijn al heel lang ‘hier’. Verder kan je zeggen dat het gras altijd groener is bij de buren. Ik ben gelukkig gelukkig met waar ik nu ben, heb altijd wat te doen. Ik ben ook wel graag ergens anders, even eruit. Op het moment zijn we al heel lang ‘hier’ en verlang ik naar ‘daar’.  Als ik ‘daar’ ben, kijk ik weer met een ander perspectief naar ‘hier’. Het ‘daar’ is een ‘hier’ van iemand anders. Er is soms een schreeuw om van ‘hier’ ‘daar’ te zijn, maar als je van ‘hier’ naar ‘daar’ gaat word je niet per definitie een ander mens; je krijgt wel een ander perspectief. ‘Hier’ is het ook goed. Je moet het beste maken van de situatie. Dat probeer ik wel althans.”

Maria komt ‘Hier’ aan mij overhandigen

Ongepubliceerd onverzonnen sprookje: is het echt herfst?

Wegens succes nog een ongepubliceerd onverzonnen sprookje!

(Voordat ‘Verzinhoofd: onverzonnen sprookjes over dromen, waarheid en waan’ verscheen, heb ik vele sprookjes ter voorbereiding geschreven. Niet alle sprookjes hebben het boek gehaald. Sommige ga ik nu delen, want ze willen ook gelezen worden. Veel leesplezier!)

Er was eens een meisje dat ver kon zien. Verder dan haar eigen neus en ook verder dan die van anderen. Soms deed dat haar schrikken en werd ze bang. Was dat wat ze zag wel waar? Klopte dat wel? Zo zag ze soms dat iemand verdrietig was. Zoals laatst de Paarse Boom. Maar toen ze het aan hem vroeg, zei hij:”Nee hoor, ik ben niet verdrietig.” “Maar waarom laat je dan al je bladeren vallen?”, vroeg het meisje. “Omdat het herfst is,” antwoordde de Paarse Boom. Het meisje dacht na. Het was inderdaad herfst, dus bladeren vallen inderdaad van de bomen. “Maar toch, toch is de Paarse Boom verdrietig,” dacht het meisje, “De bladeren die hij verliest zijn minder rood dan alle andere jaren.” 

Het meisje besloot dat ze de boom in zijn waarde zou laten. Hij mocht zijn eigen verdriet hebben en stilletjes in zichzelf huilen. Zij zou extra lief voor hem zijn. Ze ging de boom wat vaker water geven en af en toe een praatje met hem maken of lekker even knuffelen. Toen het een jaar later weer herfst was, hadden de bladeren een rodere kleur. Het meisje was blij, maar zei niks tegen de Paarse Boom. Ze keek ver. Verder dan haar neus. En wist dat het goed was.

Het meisje is lief voor de verdrietige boom. Foto: Anja Onstenk

‘Verzinhoofd’ voorgedragen bij Ruïne-sessie

Van het een komt het ander. Vorige week interviewde ik Paul van Druten over zijn initiatief om muzikanten en dichters te filmen bij een ruïne in Miste. Dit om de ‘intelligente lockdown’ door te komen. Tijdens het gesprek vroeg hij of ik ook zin had om mee te doen aan zijn project. Daar hoefde ik helemaal niet over na te denken. ‘Ja, dat lijkt mij leuk!’ tetterde ik enthousiast in de telefoon die op speaker stond. En zo geschiedde.

Ik bereidde mij grondig voor voor mijn optreden en fietste er in jurk met blote benen naartoe. Achteraf was dat veel te koud. Toen ik weer thuis kwam, was ik verkleumd en heb ik maar gelijk een warme douche genomen. Mijn benen prikten ervan, maar ik had het er maar wat graag voor over.

Hieronder het krantenartikel en het filmpje.

Elna 22-04-2020.

Nog een ongepubliceerd onverzonnen sprookje: jagen

Er was eens een meisje dat graag jaagde. Ze wist dat het niet gebruikelijk was voor meisjes. Als meisje hoorde je braaf binnen te zitten en te wachten totdat er iemand op jou ging jagen. Daar was het meisje niet geduldig genoeg voor. Als ze iets wilde, wilde ze het gelijk pakken en mee naar huis nemen zonder toestemming te vragen. Als ze iemand tegenkwam die ze leuk vond (man of vrouw), wilde ze niet wachten totdat deze persoon haar ook leuk vond. Ze wilde haar liefde gelijk uiten en de persoon bedelven onder cadeautjes en kusjes.

Het meisje leerde in haar onverzonnen leven dat anderen vaak niet zaten te wachten op haar gejaag. Dus besloot ze het niet als een bezetene te doen. Ze leerde om een schot te lossen en dan weg te lopen. Compleet de andere kant op. Als iemand haar dan achterna kwam, draaide ze zich om en loste nog een schot. Net zo lang tot ze in de roos geschoten had en het hart van degene die ze leuk vond veroverd had. 

En zo jaagde het meisje op iedereen waar haar haar hart sneller van ging kloppen. Met bedachtzame onverschrokkenheid. Haar hart vloog alle kanten op en alleen degenen die het vrij lieten, konden het vangen. En alleen degenen die vrij waren, konden met haar vliegen en samen de wereld opjagen. Opjagen met mooie dromen.

Het meisje jaagt vrolijk in het bos. Foto: Anja Onstenk

Liedjes in je hoofd: een sprookje dat ‘Verzinhoofd’ niet haalde

Voordat ‘Verzinhoofd: onverzonnen sprookjes over dromen, waarheid en waan’ verscheen, heb ik vele sprookjes ter voorbereiding geschreven. Niet alle sprookjes hebben het boek gehaald. Sommige ga ik nu delen op mijn blog, want ze willen ook gelezen worden. Veel leesplezier!

Liedjes in je hoofd

Er was eens een meisje met liedjes die in haar hoofd zongen. Meestal waren dat liedjes van de radio. De radio had ze de hele dag en nacht aanstaan. Als ze wakker was, danste ze op blote voeten op de liedjes in de woonkamer. De vloer was van licht wit parket en er uitermate geschikt voor. Als ze wilde slapen, toverden de liedjes schitterende lichtpuntjes in haar soms donkere dromen. Dat gaf haar de nachtrust die ze zo hard nodig had.

Vaak was er één regel die uit het liedje sprong, zo haar hoofd in. Die bleef er dan een poosje in hangen. Bijvoorbeeld: ”Als de dromen haar bedriegen, denkt ze dat ze het verkeerd begrepen heeft.” Ze verzon er met haar verzinhoofd dan een heel verhaal omheen. In dit geval over bedriegende dromen. Een mooi, maar triest verhaal. Soms schreef ze zelf een liedje. Als ze heel blij of heel verdrietig was. De muziek kon ze dan niet horen, maar de woorden klonken ritmisch in haar hoofd. Soms luisterde ze de liedjes met de regels van haar leven allemaal achter elkaar. Dan voelde ze zich gedragen en begrepen. Dan wist ze dat er een hoger doel was.

Muziek toverde ruimte in haar hoofd. Muziek zorgde ervoor dat ze niet alleen was als ze zich alleen voelde. Muziek liet haar dansen. Dansen door het leven en haar dromen. Haar woorden werden daardoor muziek voor anderen. Zonder geluid, maar wel luisterrijk gezelschap. Ze dansten in het hoofd van de ander. In jouw hoofd.

Rabarbara danst op de woorden in haar hoofd. Foto: Anja Onstenk

Requiem voor oma’s verjaardag

Ze is vandaag jarig, mijn oma. Het is 6 april 2020. Ze wordt 96 jaar en zit nu helemaal alleen door de maatregelen in verband met het coronavirus. Marleen heet ze en ze is goed bij voor haar leeftijd. Ze woont nog zelfstandig en ik kan met haar mailen, wat ik ook regelmatig doe. Ik weet dat ze er niet van houdt om haar verjaardag te vieren. Daarvoor heeft ze teveel meegemaakt. Toch deed het pijn in mijn hart dat er vandaag niemand bij haar zou zijn. Ik vroeg Anjet van Linge, die ik al jaren volg via Instagram, om een gebed aan haar op te dragen. Dat doet ze in deze tijden elke dag terwijl ze een houten kruis hakt.

Requiem

Anjet:” Ik deed het ooit omwille van #feestvandegeest. Requiem voor een bos was het. En toen kwam nu. En werd het een requiem. Eerst waren er mijn intenties. Die staan alleen bij het eerste kruis: ‘A prayer in wood for those who died alone, for those not chosen, for those who thought “not me”, for those who found no place, for those who gave up their space’.  En toen voegde iemand een intentie toe. En zo ontstond het idee ze op te dragen. Mijn diepere waarom zit denk ik in dit gedicht:

Requiem. 

Because we are nature.

Because we die. 

Because we are blameless but not innocent. 

Because we are not omnipotent. 

Because those who die are loved by someone. 

Because nature breathes now. 

Because we listen. 

Because we watch.”

Toen ik de fotopost op Instagram zag, kreeg ik tranen in mijn ogen. Dit kruis was helemaal voor mijn oma. Zo heb ik toch een beetje haar verjaardag gevierd. Anjet heeft de foto ook naar mijn oma gemaild. Ik hoop dat ze het mooi vindt.

Wil jij ook een kruis een intentie geven, mail dan naar Anjet: anjetvanlinge@gmail.com.

Je kan haar ook volgen op Instagram: anjetvanlinge

www.anjetvanlinge.nl

Het houten kruis dat Anjet voor mijn oma hakte

Rabarbara komt voor in “Peertje Pegasus”

Even maakte mijn hart een sprongetje, want het is bijzonder leuk om met je naam voor te komen in een boek. En dan wordt ook nog eens mijn beroep als postbezorger uitgelicht! Weliswaar niet op een postfiets, maar met een rode postkoets met een paard genaamd Peertje ervoor dat voor sommige mensen gevleugeld is en zijn naam te danken aan het feit dat hij op een dag allemaal sappige peren verorbert. Hoe ‘Peertje Pegasus’ op mijn pad gekomen is? Gewoon. Via Facebook. 

Een tijdje te niksen

Een paar dagen gelegen kreeg ik een bericht van Andrea Graver op mijn Facebookpagina Rabarbara. Zij schreef mij dat ze twee verhalen geschreven had voor (hoog)gevoelige kinderen, maar die ook leuk waren voor volwassenen en dat ze er zelf illustraties bij had gemaakt. Andrea:”Mijn boeken zijn ontstaan uit liefde voor schrijven en het overbrengen van boodschappen. Aangezien beide verhalen al een tijdje lagen te niksen leek het mij nu een perfecte tijd om ze te verspreiden onder de kinderen en volwassenen die nu thuis zitten. Mensen kunnen mij een email sturen en ik stuur de verhalen in Pdf-bestand naar ze toe. Zou je mij daarbij willen helpen door bijvoorbeeld een berichtje op je pagina te zetten over mijn initiatief?”

Knobbels op zijn rug

Toen ik Andrea antwoordde dat ik haar bericht wel wilde delen op mijn pagina, vertelde zij mij een leuk detail: “De naam Rabarbara komt ook voor in mijn boek Peertje Pegasus. Ik vond dat zo grappig!” Nu was mijn nieuwsgierigheid helemaal gewonnen. Een Rabarbara die voorkomt in een boek? Daar moet ik meer van weten! Ik deelde haar bericht op mijn pagina, kreeg haar mail en las het boek heel snel uit. Wauw! Wat een wonderschoon verhaal over een wit paard genaamd Peertje. Hij heeft knobbels op zijn rug, lieve eigenaren Petra en Sikkepit en een bijzondere zevenjarige vriendin in het gevoelige meisje Ovaaltje. Zij geneest op een cruciaal moment zijn wonden die hij opgelopen heeft als hij Sikkepit redt van een bliksemschicht onder de perenboom.

Postkoets

De vergelijking met de mythe over Pegasus wordt op duidelijke en speelse wijze in het boek verweven. En er is ook een mooie rol in weggelegd voor een wijze oma die Ovaaltje wegwijs maakt met haar bijzondere en liefdevolle krachten. Rabarbara is in het boek de dochter van Ben. Zij hebben een paard genaamd Jupiter en geven Petra en Sikkepit een oude en stoffige postkoets, omdat ze weinig geld hebben. Petra en Sikkepit knappen de koets helemaal op en Jupiter leert Pegasus tegen het eind van het verhaal hoe hij ervoor moet lopen. Pegasus Post wordt erop geschreven. 

Lezen?

Wil je het verhaal ook lezen? Stuur Andrea dan een email op peertjepegasus@hotmail.com, dan krijg je het in je het gratis in je inbox. Haar boek ‘Groot Beest’ is ook een echte aanrader!

Een fragment uit het boek ‘Peertje Pegasus’ waarin Rabarbara voorkomt.